ASEAN laat zich wet niet voorschrijven over Birma

JAKARTA, 19 JULI. De zeven lidstaten van de Associatie van Zuidoostaziatische Naties (ASEAN) laten zich niet door Europeanen of Amerikanen voorschrijven hoe zij moeten omgaan met hun buren. Aan de vooravond van de jaarlijkse ministersconferentie, die morgen begint in Jakarta, heeft ASEAN de rug gerecht en de jongste vermaningen uit Brussel, Washington en Straatsburg om het militaire bewind van Birma te isoleren naast zich neergelegd.

De Birmese minister van Buitenlandse Zaken, U Ohn Gyaw, die gisteren in de Indonesische hoofdstad arriveerde, zal het ministersberaad als waarnemer bijwonen en volgende week deelnemen aan het derde ASEAN-forum over veiligheid in Azië.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, en adviseur voor nationale veiligheid Anthony Lake drongen er vorige week bij ASEAN op aan Birma te isoleren. Zij suggereerden dat sancties het bewind in Rangoon kunnen bewegen een gesprek aan te gaan met oppositieleidster Aung San Suu Kyi. De Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Ali Alatas, die de komende week optreedt als gastheer voor de ASEAN-ministers, de deelnemers aan het veiligheidsforum en ASEAN's dialoogpartners (tezamen 21 bewindslieden uit alle windstreken) reageerde zelfbewust. Hij zei dat ASEAN “geheel onafhankelijk wenst te beslissen” over toelating en dat er binnen de regionale organisatie geen bezwaren bestaan tegen het waarnemerschap van Birma. “Wij realiseren ons dat de toestand in Birma om een oplossing vraagt”, aldus de minister, “maar wij achten economische sancties, pogingen het land te isoleren of anderszins publiekelijk in de hoek te drijven niet de beste manier.” Volgens Alatas houdt ASEAN vast aan zijn beleid van “constructieve betrokkenheid” jegens Birma. In “aangelegenheden die gevoelig zijn voor bepaalde landen” prefereert ASEAN “een rustig gesprek op ministersniveau”.

Bits reageerde Alatas op Manuel Marín, vice-voorzitter van de Europese Commissie, die deze week liet weten dat toelating van Birma “problemen kan opleveren” voor de contacten tussen ASEAN en de Europese Unie. Alatas: “Ik vind het ongepast dat niet-leden zich inlaten met het toelatingsbeleid van deze organisatie. Wij bemoeien ons ook niet met de keuze van nieuwe leden, geassocieerde leden of waarnemers van de Europese Unie.”

ASEAN, dat in 1967 werd opgericht als een politiek samenwerkingsverband van niet-communistische landen in de regio - destijds de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore en Thailand, later versterkt met Brunei - , is een typisch produkt van de Koude Oorlog en is nu op zoek naar een nieuwe identiteit. Zo bestaan er plannen voor volledige liberalisering van de regionale handel die haar beslag moet krijgen in 2003. Het slotcommuniqué van de ministersconferentie vorig jaar in Brunei repte van de “opbouw van een Zuidoostaziatische gemeenschap”. De deelnemers zeiden toen “uit te zien naar het moment dat alle Zuidoostaziatische naties lid zijn van ASEAN”. Ideologische criteria, die zo'n belangrijke rol speelden bij de geboorte van ASEAN, verdwijnen naar de achtergrond. Het beginsel van niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden blijkt nu ook van toepassing op voormalige politieke verschoppelingen als Birma en het nog immer socialistische Vietnam, dat vorig jaar lid werd. Birma heeft met ingang van dit jaar dezelfde waarnemerstatus als Papoea Nieuw-Guinea, Cambodja en Laos. De laatste twee hebben te kennen geven in 1997 volwaardig lid te willen worden.

De Aziatische protesten zijn niet aan dovemansoren gericht. Minister Christopher, die volgende week in het kader van de jaarlijkse dialoog met ASEAN naar Jakarta komt, zei gisteren dat de VS “op dit moment geen rol zien weggelegd voor economische sancties” tegen Birma. Wel wil hij “met andere landen in de regio bespreken welke maatregelen zij bereid zijn te nemen om te verzekeren dat het bewind in Birma geen verdere repressieve actie onderneemt en de bevolking meer openheid biedt”.

    • Dirk Vlasblom