UITVINDERS 1996 (3)

De meeste van zijn 45 octrooien en octrooiaanvragen heeft Johan H.L. Hogen Esch (51) ontworpen sinds 1985, toen hij bij Apparatenfabriek Nedap in Groenlo ging werken. Meestal gaat om vindingen die ergens zijn ingebouwd. Hogen Esch: “Vaak een slimmigheidje, waardoor een product goedkoper of makkelijker te maken is.” Zo wist hij een chipkaart drie keer zo dun te maken en momenteel is hij bezig met een implanteerbare glucose-sensor voor suikerpatiënten.

In zijn kamer die via een glazen wand uitkijkt op de kantoortuin van de ontwikkelingsafdeling, toont hij een zeer kleine, glazen capsule (28 mm bij 2,8 mm), met daarin een ragfijne koperwikkeling. “Er worden nog twee metalen staafjes van zo'n zes millimeter aan vastgemaakt. Het zijn een soort voelsprieten met een kunststoffolie waarin met elektronen gaatjes zijn geschoten van 0,8 miljoenste millimeter. In die gaatjes zijn enzymen ingebouwd. De lichaamsvloeistof dringt er binnen en gaat een reactie aan met die enzymen. Daarbij komen elektronen vrij, die worden afgevoerd naar een chip in de capsule. De bedoeling is dat hij in de buikstreek, net onder de huid, wordt ingebracht. Met een handlezer die je bij je lichaam houdt, kun je de glucosespiegel in je lichaam aflezen. Mijn patent betreft de sensor, die ik op zo'n manier aan de elektronica heb gekoppeld, dat alles heel klein kan blijven. Je kunt er ook informatie insturen, bijvoorbeeld om patiënten met ernstige pijnen via een ingebouwde chip in het ruggemerg een impuls te geven.”

Hogen Esch heeft niet alleen veel toepassingsoctrooien op zijn naam staan, maar hij vindt ook de zakelijke kant “heel leuk”. Hij reist veel voor Nedap om met concurrenten te onderhandelen en samenwerking te zoeken: “Bij de reizen gaat het om plooien en kneden, partners zoeken. Nedap is vrij klein en heeft vaak anderen nodig om iets te realiseren. Iets nieuws vinden op elektronisch gebied is niet zo moeilijk, de implementatie wel.”

Nedap produceert kledinglabels ter voorkoming van winkeldiefstal. Op basis van dit product ontwikkelde het bedrijf ook andere identificatiesystemen, zoals gele labels voor koeien (om de hals) en voor varkens (in de oren), voor individuele voedselverstrekking. Een vervolg hierop was identificatie door contactloze chipkaarten: “Als je die bij je draagt, word je op 80 centimeter van bijvoorbeeld een deur automatisch herkend. Ze worden bij banken en Schiphol gebruikt, bijvoorbeeld om na te gaan of werknemers gerechtigd zijn om ergens binnen te gaan, waarbij ook het tijdstip wordt vastgelegd. We maken ze ook als tariefkaarten voor skiliften die automatisch worden afgetekend als je een poortje passeert.”

De ontwikkelingsafdeling bestaat uit 62 mensen. “Het is mijn taak te kijken naar nieuwe technologieën. Bij Nedap omvat het traject van idee tot product meestal minder dan een jaar, want wat je vandaag maakt, is over twee jaar ouderwets. We hebben geen producten in huis die ouder zijn dan vijf jaar.”

Voor de identificatiesystemen zijn nog andere toepassingen gevonden: “Ik geef leiding aan een project met zeeforellen. De rivieren worden schoner, zeeforellen zwemmen ze weer in. Met Rijkswaterstaat hebben we een systeem ontwikkeld waarmee je kunt zien welke weg ze nemen. Elk jaar gaan we bij 150 vissen een responder inbrengen en op elf plaatsen op de rivierbodem is een kabelnetwerk gelegd, een antenne, die de vissen herkent. Zo weet je bij welke stuwen en sluizen vistrappen moeten komen, zodat vissen via kleine treden kunnen opspringen naar een hoger niveau.”

Hogen Esch heeft na zijn HTS-opleiding bij vijf verschillende bedrijven gewerkt: “Ja, ik ben nogal op innovatie ingesteld en op een gegeven moment heb ik het wel gezien, dan wil ik meer, een breder gebied. Ik werkte eerst bij Philips, waar ik een balancer heb uitgedacht met een zuignap, zodat werknemers de 25 kilo zware beeldbuizen gemakkelijker konden verplaatsen. Bij Staalkat, een fabriek gespecialiseerd in eiersorteermachines, heb ik een semi-elektronisch eierweegapparaatje ontwikkeld. Dat werkte sneller dan mechanisch wegen. Ik kwam bij daarna Vitatron in Dieren terecht, waar ik aan analyseapparaten voor bloedonderzoek werkte. Na Vitatron ging ik naar Delft Instruments, toen nog Oldelft, dat wapensystemen, nachtkijkers en medische apparatuur ontwikkelt. Daar werkte ik mee aan een synthetische beeldopbouw, een hologram-achtige techniek voor een ultrageluid bodyscanner, een apparaat waarmee je door geluidweerkaatsing afwijkingen in de organen kunt opsporen.”

Hij wordt regelmatig benaderd door headhunters: “Via een briefje of telefoontje thuis of op het werk. Maar vaak gaan die mensen heel zorgvuldig te werk, ze polsen je zonder je het direct door hebt, vaak gaat het onder het mom van iets anders.”

Hij leidt in sneltreinvaart rond door het bedrijf. Gezeten tussen draadwikkelmachines plaatsen twee vrouwen koperen spoeltjes op de onderlaag van chipkaarten, vervolgens dekken ze die af met de bovenlaag, waarna een andere machine het geheel sealt. In een andere ruimte worden elektronische onderdelen automatisch op printplaten bevestigd. We lopen via de spuiterij naar een machine die vierkante gaten stanst in een grote staalplaat, geprogrammeerd via een computer die op de ontwerpafdeling staat.

Hogen Esch vertelt intussen over patenten: “Wij vragen ze niet zozeer aan om vindingen te beschermen, maar om rechtszaken te voorkomen doordat je inbreuk maakt op patenten van anderen. De beste bescherming is patenten aanvragen, dan wordt onderzocht of iets inderdaad nieuw is. Het is de kool niet waard om op jacht te gaan naar anderen die inbreuk maken op jouw patenten; dat kost ontzettend veel geld. Je hoeft ook niet in elk land patent aan te vragen. Als je de grote Europese landen afgeschermd hebt, is die markt voor een opponent niet meer interessant.” Over uitvinden: “Om iets nieuws te vinden moet je niet naar anderen kijken, maar denken: hoe kan ik het zelf doen. Een brede oriëntatie is belangrijker dan kennis in de diepte. Uitvinden is vaak combineren: op een slimme manier dingen toepassen die al bekend zijn. Je ziet iets en denkt: dat kan ik samen met dit of dit voor een ander doel gebruiken.”

Hogen Esch is een nogal formele man, die het zichtbaar druk heeft. Tijdens een lunch in de bedrijfskantine handelt hij meerdere telefoontjes af, maar als hij over zijn vele ideeën en invallen begint, komt hij los: “Ik heb ook een patent aangevraagd op een betaald carpoolsysteem middels een chipcard, autotelefoon en een computer. Een automobilist krijgt dan tijdens de rit te horen: je moet even iemand in A oppikken. Een ander patentaanvraag betreft rijdende stations. Je stapt een station binnen, dat in feite een treinstel is. Op een gegeven moment vertrekt het, het maakt snelheid en wordt gekoppeld aan een parallel rijdende trein, waarna de passagiers overstappen en het 'station' bij de volgende halte weer stopt. Dat geeft enorme tijdwinst, want de eigenlijke trein rijdt altijd door. Of we er ooit iets mee zullen verdienen is niet erg waarschijnlijk.” Hij vertelt dat hij ook een patent heeft geschreven voor 3-dimensionale televisie.

Ook thuis, een geelstenen villa met puntdak in Aalten, is hij druk bezig en combineert hij bestaande zaken of ideeën tot nieuwe oplossingen. Zijn vrouw: “Hij heeft een combinatie van luchtverwarming in de droge ruimten en radiatoren in de natte ruimten aangelegd en is nu de badkamer aan het verbouwen. Ik kook al 24 jaar op een keramische plaat, dat pikte hij op uit een Amerikaans tijdschrift. Toen het huis werd gebouwd wist ik niet of ik een open keuken wilde.”Ze wijst op een houten sierwand tussen de keuken en de woonkamer, deels een luik, dat elektronisch opgetrokken kan worden: “Zo hoefde ik niet te beslissen: open of gesloten. Voor een buurman verbeterde hij de methode om de kwaliteit van KI-spermarietjes voor koeien te analyseren en toen ik aan het infuus lag in het ziekenhuis, druppelde het niet goed en bedacht hij er een pompje voor. Hij is een perfectionist en doet het liefste alles zelf.”

    • Lex Veldhoen