Russische Doema afgetroefd; Federatieraad keurt wet af op Trofeeënkunst

ROTTERDAM, 18 JULI. De Russische Federatieraad heeft gisteren een wetsvoorstel afgewezen, waardoor het Russisch bezit zou zijn gelegaliseerd van kunst die in 1945 door het Rode Leger uit Nazi-Duitsland is meegenomen.

Het wetsvoorstel over de zogenaamde 'Trofeeënkunst' was eerder wel unaniem goedgekeurd door de Russische Doema, de andere kamer van het Russische parlement. Volgens het Russische persbureau Interfax keurde de Federatieraad het wetsvoorstel af omdat het inging tegen internationale en Russische wetgeving.

De plaatsvervangend minister van Cultuur Michail Svydkoj zei gisteren dat het wetsvoorstel “nu voor eens en voor altijd is afgewezen”. Svydkoj had onlangs al laten weten niet gelukkig te zijn met het voorstel. Volgens Svydkoj zou de wet de Duits-Russische verhoudingen in gevaar brengen. Na de stemming in de Doema moesten de Federatieraad (de Russische Eerste Kamer) en president Boris Jeltsin nog hun goedkeuring aan het voorstel geven.

De Russische Doema, die bijna twee weken geleden het westvoorstel, beschouwt de kunstbuit als legale compensatie voor de geleden schade en de vernietiging van grote hoeveelheden eigen kunstwerken in de Tweede Wereldoorlog door de nazi's. Het gaat om ongeveer 200.000 schilderijen, beelden en archiefstukken ter waarde van 110 miljard gulden. De Doema beriep zich op een, nooit officieel vastgelegde, mondelinge overeenkomst die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zou zijn gesloten tussen de geallieerde strijdkrachten.

De aanname van het voorstel door de Doema zorgde in Duitsland voor veel opschudding. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl deed een persoonlijk beroep op president Jeltsin om de kunst terug te krijgen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland is buitgemaakt. Kohl beriep zich op een in 1990 gesloten vriendschapsverdrag tussen Duitsland en Rusland over de restitutie van oorlogskunst. Ook de minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, protesteerde in Moskou. Kinkel zei vanochtend dat door de beslissing van de Federatieraad “het idee in de Doema post moet gaan vatten dat Rusland zich te houden heeft aan internationaal gemaakte afspraken.”

De Duitse ambassadeur in Moskou, Ernst-Jörg von Studnitz, zei voor de Russische radio dat de Fereratieraad 'redelijk' heeft gehandeld en dat hij hoopte dat het werk van de Duits-Russische commissie die sinds 1994 in haar onderzoek naar de restitutie van 'oorlogskunst' wordt belemmerd, haar werk snel weer zal hervatten.

Het afgelopen jaar hebben twee toonaangevende musea - de Hermitage in St. Petersburg en het Poesjkin museum in Moskou - spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd van hun in de oorlog vergaarde bezittingen. Internationaal werd dat als een stap vooruit beschouwd, omdat de Sovjet-regering lange tijd eenvoudig ontkende de voorwerpen in bezit te hebben. Ook een deel van de Koenigs-collectie, een uit Nederland komende verzameling die in 1940 aan de nazi's werd verkocht en later vanuit Duitsland naar de Sovjet-Unie werd getransporteerd, was te zien in het Poesjkin-Museum.