Presentatie Oranje-equipe: Terpstra, tulpen, klompen

ATLANTA, 18 JULI. Bij roem en eer hoort onvermijdelijk het hijsen van de nationale vlag. Voor dit ritueel is midden in het olympische dorp in Atlanta een klein amfitheatertje ingericht, waar alle deelnemende landen even hun vlag mogen laten wapperen en hun volkslied mogen laten klinken.

Dat gebeurt in groepjes van drie landen, zodat het een paar dagen duurt, voordat alle landen hun patriottische plicht hebben uitgevoerd.

Gisteren was het de beurt aan Nederland. Eerst kwamen nog de teams van Barbados, Zimbabwe en de Kaaiman-eilanden, maar toen mocht Nederland samen met Brunei en Slovenië de vlag hijsen. Gezien vanaf de bovenste rijen van het amfitheater gebeurde ongeveer het volgende.

Het begint met muziek, die klinkt als de begin-tune van een Indiana Jones film, maar die, naar ik heb begrepen, een orkestrale bewerking is van de olympische hymne. Dan komt op een teken van een official de eerste ploeg binnengemarcheerd. In dit geval zijn dat de delegatieleden van Brunei, vier wat oudere mannen in zwarte pakken. Op de revers van hun colbert is vuistgroot het insigne van de sultan van Brunei aangebracht, zodat niemand eraan hoeft te twijfelen dat wij met belangrijke mensen van doen hebben. Zo te zien zijn de Bruneise atleten er niet bij. Die moesten misschien vroeg naar bed. Een van de vier Bruneise bobo's is de topbobo. Hij staat stram in de houding, lichtelijk achterover hellend. Met zijn ogen geeft hij bevelen aan de drie anderen.

Als de delegatie van Brunei gezeten is, krijgt de Nederlandse ploeg het teken om naar binnen te marcheren. Maar wat zien ze eruit! Vrijwel allemaal zijn ze gekleed in het officiële sporttenue: veel oranje, met rode, witte en blauwe tulpen erop. Het schettert je tegemoet. Hier heeft een ontwerper verkeerd naar het werk van Jan Cremer gekeken. Na afloop van de ceremonie zou de tafeltennisster Bettine Vriesekoop zeggen: “Zo bij elkaar heeft het nog wel wat, die Oranje-horde, maar in mijn eentje zou ik mij toch generen om zo door de Kalverstraat te lopen.”

De Nederlandse ploeg moet bijna voltallig zijn, want het duurt even voordat alle tweehonderd oranjehemden een plaatsje hebben gevonden achter de brede rug van staatssecretaris Erica Terpstra. Dan marcheren ook de Slovenen binnen, zo'n veertig in het getal. Als iedereen eindelijk zit, is er tijd om het platform waarop alles zich afspeelt, wat nader te bekijken. Bij elke vlaggenstok is een quilt opgehangen. Een quilt is een soort lappendeken, zeg maar een schilderij van stukjes stof. Brunei en Slovenië hebben een abstracte voorstelling op hun quilts. En Nederland? Inderdaad, op de Nederlandse quilt staat een klomp.

Dan wordt de chef de mission van Brunei naar voren geroepen. In het Engels spreekt hij een kort woord. Langzaam gaat de Bruneise vlag omhoog en wordt het Bruneise volkslied gespeeld. Als dat klaar is, komt André Bolhuis naar voren. De vlag stijgt en het Wilhelmus klinkt. De hele ploeg zingt uit volle borst mee.

Als ook de Slovenen dit ritueel hebben uitgevoerd, gaan de bobo's en de atleten van de drie landen gezamenlijk naar de receptieruimte. De journalisten rennen er achteraan. Het is dringen. Er zijn hier in Atlanta iets meer dan 10.000 atleten en iets meer dan 15.000 journalisten.

Een Engelse collega ziet het aan en zegt: “De concurrentie tussen de atleten is killing, maar die tussen de journalisten is murderous”.

    • Max Pam