Planeten om nabije ster ontdekt na 'wiebeling' op reeks van oude foto's

Rond Lalande 21185, een van de meest nabije sterren, draaien mogelijk twee planeten. Dat concludeert George D. Gatewood, van het Allegheny Observatory van de universiteit van Pittsburgh op grond van een periodieke storing in de schijnbare beweging van deze ster langs de hemel. Lalande 21185 is met zijn afstand van 8,2 lichtjaar de op vijf na meest nabije ster.

Dat maakte hem tot een aantrekkelijk doelwit voor de speurtocht naar planeetachtige begeleiders bij andere sterren, die sinds kort in een ware stroomversnelling is geraakt.

Het afgelopen jaar werden al enkele Jupiter-achtige planeten ontdekt bij minder nabije sterren. Die ontdekkingen vloeiden voort uit de storingen die deze begeleiders veroorzaken in de spectroscopisch gemeten snelheden van de sterren ten opzichte van de aarde. Sommige sterren blijken periodiek een beetje naar de aarde toe en van de aarde af te bewegen (na het in rekening brengen van hun gemiddelde ruimtelijke snelheid), wat er op wijst dat rond zo'n ster een object draait dat hem tijdens de beweging rond het gemeenschappelijke zwaartepunt heen en weer doet wiebelen.

Bij sterren die dichtbij staan loont het de moeite te zoeken naar een mogelijke 'wiebeling' in hun beweging langs de hemel, zoals die in de loop van vele jaren wordt vastgelegd op fotografische platen. Na het opmeten van platen die in de afgelopen vijftig jaar zijn gemaakt op de Allegheny-sterrenwacht hebben Gatewood en zijn collega's nu de mogelijke aanwezigheid afgeleid van twee planeet-achtige begeleiders bij Lalande 21185 - een ster die overigens al in de jaren zestig werd 'verdacht' door de Nederlandse astronoom Peter van de Kamp (1901-1995). De onzichtbare begeleiders zouden een massa hebben als die van de planeet Jupiter en in respectievelijk 30 en 6 jaar om de ster draaien (Nature, 4 juli).

De binnenste begeleider zou zich, vanaf de aarde gezien, op maximaal één boogseconde van de ster kunnen verwijderen. Dit biedt de mogelijkheid om de begeleiders visueel te zien. Daarbij moet wel het (miljard maal sterkere) licht van de ster zelf worden afgeschermd en moet de storende onrust van de dampkring via speciale beeldcorrectietechnieken worden geëlimineerd.