Opera in rubber ballen

Op 23 juli gaat in het Lincoln Center in New York de eerste interactieve opera ter wereld in première: de Brain Opera. Bezoekers van de opera - ruim honderd tegelijk - worden door een muzikaal landschap geleid, waarbij ze hun eigen muziekfragmenten kunnen samenstellen. Steeds staat een ander aspect van de muziek centraal.

Op de 'melodieënezel' kunnen ze bijvoorbeeld zelf een melodie 'schilderen' door met een vinger over een touch-screen - een drukgevoelig beeldscherm - te bewegen. Harmonic Driving biedt de mogelijkheid om met een speciale joystick door een muziekstuk te 'rijden': de rijstijl bepaalt tempo en variaties. En bij de Rythm Tree, waarin meer dan 300 zachtrubberen ballen hangen, kunnen complexe ritmes gecomponeerd worden.

Na enige tijd (inter)actief met muziek bezig te zijn geweest, stromen de bezoekers door naar de uitvoeringsruimte. Hier wordt ieder uur een bijzonder muziekstuk ten gehore gebracht, dat is samengesteld uit verschillende door de bezoekers zelf vervaardigde fragmenten; een groot aantal pc's maakt overuren om alle losse muziekstukken aaneen te smeden.

Het brein achter de Brain Opera is Tod Machover. Hij werd opgeleid als cellist - speelde in het symfonie-orkest van Florence - en studeerde compositie aan de Juilliard School in New York. Na enige jaren bij het IRCAM, het instituut voor experimentele muziek in Parijs, vertrok Machover in 1985 naar Boston om hoogleraar te worden bij het Medialab van Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston. Op het Medialab is een belangrijke plaats ingeruimd voor onderzoek naar toepassingen van (computer)technologie en naar de effecten ervan op het dagelijks leven. In het project 'Dingen die denken' dat onlangs van start ging, zijn bijvoorbeeld alledaagse voorwerpen 'intelligent' gemaakt door er slimme materialen en microchips in te verwerken.

Hyperinstrumenten

Machover doet iets vergelijkbaars met instrumenten: hij vervaardigt 'hyperinstrumenten' die deels computer, deels (traditioneel) instrument zijn. Het eerste hyperinstrument van Machover, dat hij eind jaren tachtig ontwikkelde, was een cello. De hypercellist is uitgerust met sensoren die de hoek van zijn pols, de positie van zijn hand ten opzichte van de snaren en de druk van de strijkstok meten. Een computer, verbonden met een geluidsinstallatie, zorgt in reactie op bepaalde pols- en handbewegingen voor begeleiding, vervorming of versterking van de celloklanken. De cellist Yo Yo Ma trad met een hypercello op in het Amsterdamse Concertgebouw.

Vormde bij de hypercello een traditioneel instrument het uitgangspunt, bij de later ontwikkelde 'sensor chair' is daar geen sprake meer van. Wie in deze stoel zit, brengt met simpele armbewegingen fantastische drumsolo's ten gehore of pianoloopjes. In de zitting van de stoel is een zendertje verborgen. Voor de stoel staan twee stokken met elk twee ontvangers. Het vlak tussen de stokken is verdeeld in 128 hokjes en bij elk van die hokjes hoort - naar keuze - een klank of een verzameling noten. De persoon in de stoel geleidt het signaal van de zender en functioneert dus als een menselijke antenne. Als zijn hand in het vlak tussen de stokken komt, pikken de vier ontvangers zijn signaal op. Een pc leidt de positie van de hand af uit de relatieve sterkte van de vier signalen en produceert het bijbehorende geluid. Met de sensorstoel en een aantal vergelijkbare instrumenten kan complexe muziek gemaakt worden via eenvoudige bewegingen. Machover noemt de muzikant 'de herder van een kudde noten'. Met handbewegingen varieer je de snelheid van de klanken of stuur je de tonen in bepaalde richtingen. Maar de precisie zoals bij een hypercello of bij traditionele instrumenten ontbreekt.

In de Brain Opera zijn de 'instrumenten' simpel; er is geen tijd om te leren. De bezoekers komen na binnenkomst terecht in het zogenaamde Mind Forest, een groepje zuilen waarin beeldschermen en geluidsapparatuur zijn bevestigd. Hier kunnen ze muziek beluisteren die Internetgebruikers hebben opgestuurd. Ook kunnen ze zelf stukjes inzingen of inspreken. De stemfragmenten worden gecombineerd ten gehore gebracht in het eerste deel van de uitvoering. Eric Metois, een student aan het Medialab, schreef hiervoor een computerprogramma dat de fragmenten sorteert, zodat bijvoorbeeld de lage bassen bij elkaar worden gezet.

In de andere, meer futuristische activiteiten komt een aantal technieken uit eerdere hyperinstrumenten terug. De 'Gesture Wall' is bijvoorbeeld een variatie op de sensorstoel. De bezoeker moet op een platform gaan staan waarin een zendertje is verwerkt. Met bewegingen kan gereageerd worden op stukjes muziek die over een groot scherm flitsen. Vier ontvangers pikken de door de bezoeker uitgezonden signalen op, en gebruiken die vervolgens om de klankkleur van de muziek te variëren. In de rubberen ballen van de Rythm Tree is piezo-elektrisch materiaal verwerkt dat vervormingen omzet in elektrische signalen. Een harde klap of een zachte tik tegen zo'n bal resulteert in een sterk of juist een zwak elektrisch signaal, dat verwerkt wordt door een pc waarop geluidapparatuur is aangesloten. De ballen zijn verbonden, zodat een paar klappen al ingewikkelde geluidspatronen veroorzaken.

Bton

In de uitvoeringsruimte wordt het nieuwste hyperinstrument gepresenteerd: de bton, een dirigeerstok met aan het uiteinde een infraroodlampje. Een lichtgevoelige cel een paar meter voor de musicus meet nauwkeurig de positie, snelheid en bewegingsrichting van de bton. De computer produceert de bij deze parameters behorende klanken: alsof een denkbeeldig orkest gedirigeerd wordt.

In de uitvoering worden ook bijdragen van Internetgebruikers verwerkt. Wie een pc heeft met JAVA-software en een geluidskaart, kan aan verschillende muzikale activiteiten deelnemen, die in New York in de opera-uitvoeringen worden ingepast. Alleen kijken en luisteren kan ook op Internet: een aantal uitvoeringen zal via het netwerk van de elektronische wereldtentoonstelling worden 'uitgezonden' (zie de websites http://brainop.media.mit.edu en http://park.org). Machover hoopt zo een groot publiek enthousiast te maken voor de muziek van de toekomst.

    • Margriet van der Heijden