Menselijk

UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, komt in zijn jaarlijkse rapport over 'menselijke ontwikkeling' tot de vaststelling dat economische groei niet onder alle omstandigheden positief moet worden beoordeeld. Groei kan ten koste gaan van sociale gelijkheid, van werkgelegenheid, van democratische invloed of van culturele eigenheid.

Aldus maakt de UNDP een onderscheid in respectievelijk meedogenloze, baanloze, stemloze en ontwortelde groei. Het economische ideaal van de UNDP zal wel zoiets zijn als groei met een menselijk gezicht. De auteur van het rapport, de Britse kinderarts Richard Jolly, introduceerde immers in de jaren tachtig het begrip 'aanpassing met een menselijk gezicht' als tegenwicht tegen de structurele aanpassingsprogramma's van de Wereldbank en het IMF in ontwikkelingslanden die economisch waren ontspoord.

Ieder jaar bedenkt de UNDP een nieuwe invalshoek om de menselijke ontwikkeling te meten aan niet-economische criteria. Zo kwam het vorig jaar tot de verrassende ontdekking dat Suriname, in verband met de beschikbare natuurlijke hulpbronnen, welvarender is dan Nederland. Het rapport van dit jaar stelt de ganbare definitie van economische groei ter discussie door op te merken dat ook negatieve of destructieve activiteiten (verkeersongelukken, criminaliteit, de wapenindustrie) onder de paraplu van het bruto nationale produkt vallen. Het is al vaak geprobeerd maar het blijkt telkens weer buitengewoon moeilijk - en sterk cultureel-politiek bepaald - om vast te stellen welke economische elementen wel of niet deugen.

HET UNDP-RAPPORT maakt niettemin een aantal behartigenswaardige opmerkingen. Verstandig beleid bestaat uit een matiging van de sociale ongelijkheid, produktieve aanwending van schaarse middelen, beperking van verspilling van grondstoffen, bevordering van het menselijk kapitaal en tegengaan van macro-economische onevenwichtigheden. Overheden kunnen met hun beleid een economie ruïneren en de bevolking welvaart onthouden. Uit de gegevens van de UNDP blijkt dat landen heel verschillend presteren. Niet alleen ontwikkelingslanden of de landen die de overgang van plan- naar markteconomie doormaken, maar ook enkele industrielanden zijn de afgelopen tien jaar in welvaart achteruitgegaan.

WELVAARTSGROEI die brede lagen van de bevolking ten goede komt, is geen vanzelfsprekendheid. Behalve geografische, klimatologische en historische factoren hangt het ook in sterke mate af van beleidsmatige beslissingen. In dat opzicht is inderdaad sprake van ontwikkeling met een menselijk gezicht.