Luchtmacht wijzigt procedures

EINDHOVEN/ROTTERDAM, 18 JULI. De bevelhebber van de Koninklijke Luchtmacht heeft gisteren de opdracht gegeven om de procedure bij de landing van militaire (vracht)vliegtuigen met onmiddellijke ingang te wijzigen. Volgens generaal Droste moet voortaan reeds bij nadering van een vliegveld aan de verkeersleiding worden gemeld hoeveel passagiers zich aan boord bevinden. Dat was totnutoe niet verplicht.

De maatregel is een direct gevolg van het ongeluk met de Belgische Hercules C-130 waarbij 32 militairen om het leven kwamen. De verantwoordelijke autoriteiten hebben gisteravond op een ingelaste persbijeenkomst in Eindhoven bevestigd dat de gezamenlijke brandweerkorpsen drie kwartier lang niet hebben geweten dat er 37 passagiers aan boord van het vrachtvliegtuig zaten. Volgens burgemeester Welschen van Eindhoven en de brandweercommandanten heeft die ontbrekende informatie geen enkel effect gehad op het resultaat van de hulpverlening.

Hij voegde er wel aan toe dat, als men het wel had geweten, direct het zware scenario-3 (de grootst denkbare ramp met meer dan 10 doden) van het rampbestrijdingsplan zou zijn uitgevoerd. De hulpverlening was in eerste instantie gebaseerd op het lichtere scenario-2.

De autoriteiten hebben verder bekendgemaakt dat de brandweer van de vliegbasis maandagavond na het ongeluk ook niet onmiddellijk al het beschikbare materieel heeft ingezet. Nadat de verkeersleiding alarm had geslagen (crash alfa) werden slechts twee van de drie brandweerwagens naar de plek van de ramp gestuurd.

Omdat er naar aanleiding van berichten over het pas laat onderkennen van de juiste omvang van de ramp zoveel vragen waren binnengekomen, had de Eindhovense burgemeester R. Welschen, die dinsdag zijn vakantie onderbrak, zoals hij zei “alle mensen die bij de bestrijding betrokken waren nog eens bij elkaar gehaald”. “We willen op geen enkele manier de indruk wekken dat we niet integer omgaan met de feiten”, zei Welschen op de persconferentie.

“Je moet open zijn met de gegevens want het zou bijzonder slecht zijn, ook naar de familie van de slachtoffers toe, als het beeld mocht ontstaan dat, indien de regionale hulpdiensten tien minuten eerder op de plaats van het ongeluk zouden zijn aangekomen, de gevolgen minder ernstig zouden zijn geweest.”

Daarna werd een beknopt verslag van een evaluatie verstrekt waarin alle relevant geachte tijdstippen staan vermeld. Bij elk punt gaf de burgemeester een toelichting.

Hij en de overige aanwezige autoriteiten (brandweercommandanten, bevelhebber van de basis, directeur ambulancepost) herhaalden bij elk punt dat er niet minder slachtoffers zouden zijn gevallen als er sneller meer mensen en vooral meer materieel zou zijn ingezet.