Lezen

In de Wetenschapsbijlage van 23 mei bespreekt Frederiek Weeda enkele problemen van het leesonderwijs op de basisschool. Wat betreft het begrijpend en studerend lezen is de kwaliteit van het lezen op bijna de helft van de basisscholen te laag. Enkele deskundigen, door Weeda geraadpleegd, pleiten voor verbetering op dit gebied.

Het is nog maar de vraag of daar de problemen mee verholpen kunnen worden. Begrijpend lezen is geen totaal nieuw vak, maar een onderdeel van het totale leesonderwijs. Dat blijkt ook uit de beschouwing die de auteur wijdt aan haar bezoek aan groep zeven van een basisschool. De kinderen beheersen daar het technisch lezen (het onvoorbereid correct kunnen verklanken van een onbekende tekst) wel, maar dat wil niet zeggen dat ze de tekst begrijpen. Daarvoor moeten ze apart les krijgen. Hoe komt het dat ze de tekst, al lezend, niet begrijpen? Omdat het kind bij de voorafgaande leesfase, bij het hardop lezen dus, wordt gecontroleerd op het correct verklanken van de woorden. Bij begrijpend lezen is het goed uitspreken van losse woorden niet belangrijk meer, maar het concentreren op wat de tekst te zeggen heeft. Dat vraagt tijd. Weeda laat zien dat dat problemen oplevert. Wie zich wel kunnen redden, dat zijn degenen die regelmatig voor zichzelf stillezen: die weten dat lezen begrijpen van de inhoud is. Onder deze omstandigheden is de leesles voor kinderen die het lezen van huis uit niet kennen, verwarrend: er is geen doorlopende lijn, geen houvast over wat lezen nu eigenlijk inhoudt.

Dit type problemen ontstaat, denk ik, omdat er aparte deskundigen zijn voor alle onderdelen van het leesonderwijs die met een eigen invulling van hun onderdeel komen, waarbij de nadruk ligt op wat de docent aan de kinderen moet overdragen: 'top-down onderwijs'. Er is weinig aandacht en ruimte voor wat kinderen zichzelf al lezend aan kennis en vaardigheden kunnen verwerven op het gebied van teksten. Als kleuter immers in staat blijken te zijn, zelfstandig boeken uit te zoeken, te 'lezen' en te becommentariëren, dan moet dat toch zeker mogelijk zijn voor kinderen die leesonderwijs genoten hebben.

Het wekt in dit kader verbazing dat - volgens het artikel van Weeda - de Onderwijsinspectie van mening lijkt te zijn dat er onvoldoende extra materiaal voorhanden is voor de zwakke en sterke lezers. Nooit gehoord van kinderboeken voor de sterke lezers? Van de Commissie Makkelijk Lezen van het NBLC die al sinds jaren uitgevers adviseert bij het uitbrengen van series boekjes voor kinderen met leesproblemen, boekjes waarin een spannende plot en emotioneel meebeleven samengaan met eenvoudig taalgebruik? Dat zijn boekjes die in de bibliotheken de hoogste uitleencijfers halen.

O, als in het leesonderwijs de rechterhand nu eens zou willen weten wat de linkerhand doet.

    • Annerike Freeman-Smulders