Joe Klein auteur van anonieme sleutelroman over Bill Clinton; 'Anoniem op verzoek van uitgever'

WASHINGTON, 18 JULI. Na zes maanden heeft de Amerikaanse journalist Joe Klein, columnist van het weekblad Newsweek en politiek commentator van het televisiestation CBS, eindelijk toegegeven dat hij de anonieme auteur is van de succesvolle sleutelroman Primary Colors, een satire op de verkiezingscampagne van Bill Clinton in 1992. The Washington Post ontraadselde gisteren definitief het mysterie dat politiek en journalistiek Washington maandenlang in de ban heeft gehouden.

Het boek, dat in januari verscheen, gaf zo'n overtuigend beeld van de inner circle van de Clintons dat zelfs naaste medewerkers van de president meenden dat de auteur iemand uit hun midden moest zijn. Kranten, televisie- en radioprogramma's speculeerden wekenlang over de ware identiteit van de auteur, die zich schuilhield achter de aanduiding Anonymous. Het boek haalde alleen al in de VS een oplage van meer dan een miljoen exemplaren. Een filmproducent heeft inmiddels de rechten aangekocht, en naar verluidt heeft men Tom Hanks op het oog voor de rol van de op Clinton gelijkende gouverneur Jack Stanton.

Toen hem gevraagd werd of hij een idee had wie de auteur was, joeg president Clinton de Washingtonse journalisten op stang met zijn opmerking dat het hem bevreemdde dat ze dit eenvoudige probleem niet konden oplossen. Het was voor het eerst in zijn drie jaar als president, zei hij, dat hij meemaakte dat iemand in Washington kennelijk een geheim kon bewaren.

Clintons politieke adviseur George Stephanopoulos, op wie een van de hoofdpersonen sterk geïnspireerd is en die ook zelf als auteur werd genoemd, suggereerde al snel dat Klein de auteur was. Maar deze ontkende herhaaldelijk in alle toonaarden.

The Washington Post echter kreeg van een handelaar in tweedehands boeken een fotokopie aangeboden van het oorspronkelijke, getypte manuscript van de roman, waarin handgeschreven correcties stonden. De krant verwierf uit een andere bron een voorbeeld van Kleins eigen handschrift en huurde vervolgens een deskundige in die jarenlang handschriften had bestudeerd voor de politie van Chicago. Na vergelijking luidde haar conclusie: “Er is geen enkele afwijking, er is volledige overeenstemming.”

Daarmee telefonisch geconfronteerd vroeg Klein, die met vakantie was, eerst vijf minuten bedenktijd. Daarna belde hij de krant terug met de mededeling “geen commentaar”, waarop The Post gisteren op de voorpagina voorzichtig meldde dat “het handschrift van Anonymous overeen lijkt te komen met dat van Klein”. Gisteravond biechtte een glunderende Klein in het televisie-programma van Larry King, op CNN, het hele verhaal op. Hij had het auteurschap steeds ontkend, zei hij, omdat hij zich daartoe contractueel had verplicht met zijn uitgever, Random House. Hij bestreed dat zijn geloofwaardigheid als journalist was aangetast doordat hij als auteur van Primary Colors af en toe “niet de waarheid had gesproken”.

Het tijdschrift New York magazine had eerder al beweerd dat Klein de auteur was, op basis van een inhoudelijke vergelijking van Kleins proza met dat van Anonymous. Het blad had literair analist Donald Foster ingehuurd, die vorig jaar in het nieuws was gekomen nadat hij op basis van een computeranalyse overtuigend had laten zien dat een obscure elegie aan Shakespeare toegeschreven moest worden. Op grond van een computeranalyse die Foster maakte van Primary Colors en Kleins columns, concludeerde het tijdschrift dat Klein de auteur was. Maar Foster nam daar vervolgens weer afstand van, en Klein ontkende.

Het omslag van het manuscript, dat is gedateerd april 1995, verraadt dat de uitgever steeds van plan is geweest de speculaties over de identiteit van de auteur uit publiciteitsoverwegingen zo veel mogelijk uit te melken. Niet alleen werd het boek uitgebracht ten tijde van de voorverkiezingen, daarbij kregen behalve literaire recensenten ook politieke columnisten, verslaggevers en opiniemakers recensie-exemplaren toegestuurd.

    • Juurd Eijsvoogel