Hypermarktprijzen

Producenten van merkartikelen in de levensmiddelensector in Frankrijk klagen steen en been. Ze voelen zich in het nauw gedreven door de grote winkelketens. Die domineren met hun hypermarkten zodanig, dat geen leverancier van merkartikelen zich onenigheden met hen kan permitteren.

De hypermarkten eisen van de leveranciers steeds hogere kortingen en gunstiger leveringsvoorwaarden. Weigert een producent op de eisen van een hypermarktketen in te gaan, dan loopt hij de kans dat zijn merkartikel uit de schappen wordt verwijderd. Dat betekent een enorme klap voor de omzet van zo'n artikel.

In Spanje, waar Franse hypermarkten eveneens domineren, klagen fabrikanten van merkartikelen ook dat hun het vel over de oren wordt getrokken. In Duitsland heeft Manfred Stach, topman van de Duitse Unilever en voorzitter van de Duitse organisatie van fabrikanten van merkartikelen, onlangs soortgelijke klachten laten horen. Door toenemende concentratie van winkelketens raakt het machtsevenwicht op de levensmiddelenmarkt volgens hem verstoord.

De hyper- en supermarkten grijpen ieder argument aan om van de fabrikanten extra kortingen te verlangen. Een jubileum, de opening van een nieuwe supermarkt, een fusie, alles wordt aangegrepen om van een fabrikant een extra korting te vragen om de consumenten op een speciale aanbieding te kunnen vergasten. Er zijn winkelketens die van fabrikanten de garantie eisen dat zij een hogere korting op een merkartikel krijgen dan alle concurrenten. Zo'n eis wordt begeleid door de dreiging dat als aan het verlangen van de supermarktketen niet wordt toegegeven, het betreffende merkartikel uit de winkels kan worden verwijderd.

Volgens Stach proberen winkelketens stagnerende omzetten te compenseren door meer geld bij de industrie te halen. Stach heeft gepleit voor een wijziging van de Duitse kartelwetgeving. Die wetgeving is op het ogenblik vooral gericht op het voorkomen van te grote machtsconcentraties bij de industrie, maar zou aangepast moeten worden om te voorkomen dat enkele afnemers te grote macht krijgen.

Hoewel overeenkomstige klachten in verschillende landen te horen zijn, is er geen sprake van een Europees verschijnsel. In Nederland bijvoorbeeld laten de levensmiddelenfabrikanten verenigd in de stichting Het Merkartikel zulke verzuchtingen niet horen. De Nederlandse supermarktketens, die gezamenlijk optreden via het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, willen ook niets weten van het uitmelken van de fabrikanten, zoals collega's in sommige andere landen doen. De relatie tussen industrie en handel in Nederland of in Duitsland is een verschil van dag en nacht. Dat komt niet omdat de Nederlandse kruideniers vinden dat fabrikanten zulke mooie blauwe ogen hebben. Nederlandse industrieën en supermarkten zien in samenwerking meer kansen om te verdienen dan in een gevecht om de laagste inkoopprijzen.

Met grote eensgezindheid belijden industrie en afnemers hun uitgangspunt van 'leven en laten leven' dat zou horen bij de Nederlandse overlegcultuur. De consument zou van deze vreedzame samenwerking niet de dupe zijn, want de Nederlandse prijzen voor levensmiddelen behoren tot de laagste in Europa. Nederlandse kruideniers - en trouwens ook Britse en Scandinavische - gaan van het standpunt uit dat de inkoopprijs van levensmiddelen slechts een deel is van de totale kostprijs. In samenspraak met fabrikanten zoeken ze winst in het drukken van allerlei kosten. Zo vragen ze van fabrikanten om prijsstickers op produkten te plakken, zodat ze daar in de supermarkten geen kosten meer voor behoeven te maken.

Omdat hypermarkten in Nederland tot nu toe niet voorkomen, zijn de levensmiddelenwinkels relatief klein. Daardoor hebben de Nederlandse kruideniers geleerd zeer efficiënt met de ruimte op hun schappen om te gaan, zodat ze een zo groot mogelijke verscheidenheid aan produkten plaats bieden. Ook daarbij is samenwerking met fabrikanten belangrijk, bijvoorbeeld om de meest efficiënte standaardverpakkingen geleverd te krijgen.

De kans dat de rust wordt verstoord door buitenlanders die in Nederland hypermarkten vestigen, wordt vooralsnog klein geacht. Voorlopig zijn hypermarkten in de levensmiddelensector nog niet toegestaan. Mocht dat veranderen, dan gaan de Nederlandse kruideniers ervan uit dat buitenlandse hypermarkten het zeer moeilijk zullen krijgen als ze zich niet aan de Nederlandse traditie van samenwerking aanpassen, zodat ze ook het kostenvoordeel van de efficiënte distributie kunnen genieten. De Nederlandse vestigingen van de Duitse supermarktketen Aldi zijn ook allang aangesloten bij het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel.