Haringkotters nu al aan hun vangstlimiet

SCHEVENINGEN, 18 JULI. De Scheveningen 22 zal dit jaar geen maatje, verse haring of kuit schietend visje meer in de netten sluiten. De laatste Clupea Harengus van dit jaar is vorige week door de bemanning van de kotter gekaakt en gezout aan wal gezet. “Ik had aan het begin van het jaar een quotum van 6.000 ton, daar hebben we er 3.000 van gevangen.

Het is dus over. Het mag niet meer van juffrouw Bonino'', zegt schipper Floor Kuit aan boord van zijn kotter.

Europees commissaris Bonino (Visserij) besloot twee weken geleden de quota voor de haring in de Noordzee met de helft te reduceren. De Italiaanse deed dit naar aanleiding van alarmerende cijfers over de haringstand van The Advisory Committee for Fisheries Management (ACFM). De biologen stelden vast dat het aantal haringen ver onder het 'veilig biologisch minimum' van 800.000 ton was gezakt.

Floor Kuit zegt nog net niet gefrustreerd te zijn geraakt van wat hij de mensen noemt “die van bovenaf kijken en tikjes uitdelen.” Een beetje “pissig” is hij wel. “Deze beslissing is uit de lucht gegrepen. De haringstand wordt dramatisch laag genoemd. Tja, wat is dramatisch. In 1977 werd voor zes jaar de haringvangst gesloten, toen zat er nog 50.000 ton in de Noordzee. Nu zit er nog meer dan 500.000 ton in. De beslissingen worden door de politiek en de bestuursorganen van de rederijen genomen. De vissers hebben daar geen aandeel in. Die zitten op zee”, zegt Kuit.

Het schip van de Scheveningse rederij Jaczon is één van de elf kotters die de Nederlandse markt onder meer voorziet van de 'Hollandse nieuwe'. Daarnaast wordt normaal gesproken gevist voor de export en de visverwerkende industrie. Behalve de kotters zijn er ook twaalf grotere trawlers in thuishavens als Scheveningen en IJmuiden, die kunnen vissen van het noorden van Scandinavië tot voor de kust van Namibië. De kotters zitten nu door de maatregelen van de EU aan hun vangstlimiet, de trawlers zullen nog een paar keer uit kunnen varen. Het gehalveerde quotum, van 65.000 ton naar 32.500 ton, zal nog voor het najaar helemaal op zijn gevist.

De haringliefhebber merkt weinig van vangstbeperkingen. De markt voor maatjesharing is al voorzien, de maatjes liggen ingevroren te wachten tot ze door een koper aan de kraam bij hun staart worden gevat. In het algemeen heeft een verlaging van de quota geen gevolgen voor de visserij op maatjes, omdat de behoefte aan deze vis niet meer bedraagt dan 10 tot 15 procent van de totale haringvangst. In tegenstelling tot de prijs die voor 'industrieharing' wordt betaald, geldt voor maatjes een hoge prijs. De 'Hollandse Nieuwe' wordt vanaf eind mei gevangen, doorgaans voor de kust van Schotland.

Wanneer de haringen een leeftijd van drie jaar bereiken, eten ze zich een weg vanuit de 'kinderkamers' die voor de Deense en Nederlandse kust liggen naar de paaiplaatsen voor de Schotse kust. Hoe meer plankton ze onderweg eten, hoe vetter de vis. Kuit heeft dit jaar scholen gezien “waar wel 10.000 ton haringen in zwommen”. “Maar dat zegt niets. De plankton is dit jaar heel erg geconcentreerd op bepaalde plekken, waardoor alles bij elkaar zit. Het is alsof ze naar de kerk gaan. Dat wil zeggen grote en kleine haringen van verschillende jaarklassen”, aldus de schipper die op zijn klompen over het dek loopt.

Een haring die de mazen van de netten weet te ontwijken kan vijftien jaar oud worden alvorens hij een natuurlijke dood sterft. Vooral het aantal haringen op leeftijd is de laatste jaren drastisch teruggelopen. In de tweede helft van de jaren tachtig groeide de haringstand door stringente quotering en sterke aanwas van jonge haring naar een niveau van circa 1,3 miljoen ton. Vanaf 1989 begon de haringstand weer te dalen. Eind vorig jaar gaven de biologen al aan dat de haringstand al ruim onder het minimum was gezakt. Daarop adviseerden ze de Europese Unie de totale toegestane vangsthoeveelheden met 50 procent te reduceren. Uiteindelijk werden de quota voor 1996 voor de verschillende lidstaten met ongeveer 30 procent teruggeschroefd.

Pagina 12: 'Vissers hebben het aan zichzelf te wijten'

In mei van dit jaar brachten nieuwe cijfers aan het licht dat er minder dan 500.000 ton haring in de Noordzee aanwezig was. Noodscenario's en vangstbeperkingen waren het uiteindelijke gevolg.

Dat de haringstand de laatste jaren een dalende lijn naar beneden vertoond staat zowel voor de politici, de biologen als de vissers buiten kijf. De schuldvraag ligt echter wat gecompliceerder. Op het eerste gezicht zijn een aantal mogelijke oorzaken aan te wijzen. Aan een reeks van uitzonderlijke jaarklassen kwam aan het eind van de jaren tachtig een einde, waardoor de natuurlijke aanwas terugliep naar een normaal niveau.

De controle in sommige lidstaten van de Europese Unie gebeurde niet al te scherp, waardoor bij voorbeeld de indruk is ontstaan dat met name de Schotse vissers zich niet aan de afgesproken vangsthoeveelheden hielden. De Schotten laadden hun vangsten regelmatig over in fabrieksschepen uit de voormalig Sovjet-Unie. De precieze hoeveelheid die bij deze overhevelingsoperaties van eigenaar verwisselen valt moeilijk vast te stellen.

Een derde oorzaak ligt bij de Deense industrievisserij. De Denen die veel vissen op sprot langs de kusten in het Kattegat en en het Skagerrak scheppen daarbij grote hoeveelheden jonge haringen op als bijvangst. Deze haring wordt echter niet meegerekend bij het Deense quotum voor haring. Waar de haring anders na drie jaar de tocht naar de Schotse wateren maakt om te paaien, verdwijnen ze nu veelal in de netten van de industrievissers om uiteindelijk verwerkt te worden tot veevoer.

Kuit vindt dat de vissers grotendeels zelf schuldig zijn aan de haringcrisis. “Het is zo makkelijk om naar een ander te wijzen. We hebben zelf ook wel eens aan overbevissing gedaan. De Europese Unie zal echter wel de vissers moeten bestraffen die echt fout zijn. Daar moeten ze maar eens een grondig onderzoek naar instellen. Nu worden we gewoon allemaal gepakt. Het ergste is nog de onzekerheid die er bestaat. Volgend jaar zullen we heel voorzichtig met de quota om moeten gaan. Voor je het weet staat er weer zo'n halve gek op die zomaar 20 procent van de toegestane hoeveelheid afhaalt”, aldus Kuit.

De schipper vindt het wel vreemd dat de bijvangst van de Denen jarenlang niet is meegerekend. “Maar ja, in de visserij over de hele wereld wordt 40 procent van de vis weggegooid. Dat is eigenlijk gekkenwerk. Daar moet iets op gevonden worden. Een boer gooit zijn aardappels toch ook niet zomaar weg?”, zegt Kuit.

De politiek heeft te laat de ogen geopend voor de echte terugloop van de haringstand. De biologen gaven behalve de cijfers over de haringstand tot 1992 advies over de hoogte van de totale vangsthoeveelheid. Deze wetenschappers, verenigd in de Internationale Raad voor Onderzoek van de Zee (ICES), baseerden voorheen hun advies op 25 procent van de haringstand. De daling van de haringstand had tot gevolg dat de toegestane vangsthoeveelheden voordurend naar beneden bijgesteld zouden moeten worden. De sociaal-economische belangen voor de vissers kwamen daarbij in het geding. Besloten werd dat de biologen vanaf 1992 geen adviezen meer zouden geven, alleen als de visstand dusdanig zou dalen dat zij met ineenstorting zou worden bedreigd. Voor de vissoorten werd een 'veilig biologisch minimum' vastgesteld als ondergrens.

Nederland sloot zich in 1993 aan bij het nieuwe visserijbeleid en bepaalde in de structuurnota Zee- en Kustvisserij dat “een minder stringent beleid” voor de quota gevoerd zou worden. Het Rijksinstituut voor visserijonderzoek (RIVO) stribbelde aanvankelijk tegen, maar liet zich uiteindelijk ompraten door het ministerie van Landbouw en Visserij. Het nieuwe beleid heeft er ten dele toe geleid dat het biologische minimum snel in zicht kwam. Noodmaatregelen van de Europese Commissie om te voorkomen dat volgend jaar de haringvangst gesloten wordt konden niet langer meer uitblijven.

De onderhandelingen over bijdragen voor de inkomstenderving voor de vissers zijn inmiddels aan de gang. Het Produktschap Vis heeft een claim van 32 miljoen gulden bij minister Van Aartsen (Visserij) op tafel gelegd. Van Aartsen zal het geld in Brussel weg moeten halen. “Wij als vissers staan machteloos”, zegt Kuit. “Wat hebben we nou aan een zak met geld? We moeten alternatieven voor de haring krijgen. Wij willen creatief zijn binnen de lijnen die Brussel stelt, maar daarvoor moeten we wel handvatten hebben.”

De kotter zou afgelopen dinsdag volgens schema naar de Shetland-eilanden vertrekken om haring voor de Duitse markt te gaan vissen, maar de Duitsers zullen het nu met haring moeten doen die wordt gekocht van de Noren. Het visplan van de Scheveningen 22 voor 1996 is al onder in een la gestopt. Kuit zal zich moeten gaan richten op alternatieve vissoorten. “Waar we vandaag heengaan? Ik wou dat ik het wist”, zegt Kuit. Twee uur later zet de schipper koers richting zuid-west om veertien dagen zijn geluk te beproeven op horsmakreel.

    • Koen Greven