Geen draaiworp met geknakte romp

Het beroemde klassieke beeld 'de Discuswerper' van Myron is deze eeuw uitgegroeid tot een Olympisch symbool, dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Het beeld sierde in 1948 het officiële affiche voor de Spelen in Londen en dit jaar laat Burger King het beeld vlak vóór Atlanta op billboards in een hamburger happen.

Onder oudheidkundigen is de Discuswerper al decennia lang onderwerp van een wetenschappelijk dispuut. Draaide discuswerpers in de oudheid net als moderne atleten voor het werpen om hun lengteas of niet?

Het oude discuswerpen kwam pas tegen het eind van de vorige eeuw weer in zwang. Weliswaar beoefenden de Kelten een soort slingerwerpen en bestond er rond 1200 in Frankrijk het 'lancement de pierre', maar verder gebeurde er weinig dat overeenkomsten had met het discuswerpen in de oudheid. Na de opgravingen in Olympia en met de komst van de moderne Olympische Spelen ging men zich, onder andere in Amerika en Hongarije, weer toeleggen op discuswerpen zoals dat door de Oude Grieken gedaan zou zijn. Vaste regels voor wat 'het discuswerpen in helleense stijl' werd genoemd, bestonden er echter niet. Die kwamen er voor het eerst tijdens de eerste moderne Olympische Spelen, in 1896 in Athene.

De buitenlandse deelnemers kregen de regels pas ter plekke te horen. Er zat voor hen niets anders op dan zich de techniek eigen te maken door te kijken bij de trainingen van Griekse kanshebbers als Pareskovopoulos. Het werpen geschiedde vanaf een rechthoekig vlak van tachtig centimeter lang en zeventig centimeter breed, dat naar beneden afliep. De discus moest vanuit het vak en uit stand geworpen worden. Voeten verschuiven of optillen was niet toegestaan, wel draaien op de bal van de voet. Tot ieders verrassing won niet een Griek de wedstrijd, maar de Amerikaan Garrett. Hij had zich pas op het laatste moment ingeschreven, toen hij zag dat er anders geen Amerikaan aan het discuswerpen zou meedoen.

Al vrij snel werd in de atletiek het discuswerpen in helleense stijl vervangen door de vrije-stijlvariant, waarbij draaiingen om de lengteas wel geoorloofd waren en waarbij grotere afstanden werden bereikt. Atleten en hun trainers concentreerden zich in het vervolg op zaken als draaien met hoge knie-inzet of met vlakke draaisprongen. Het 'antieke' discuswerpen lieten ze over aan de archeologen.

Maar die beschouwen tot op de dag van vandaag de Discuswerper van Myron vooral als een kunsthistorisch object. Ze vertellen dat Myron afkomstig was van Eleutherai, dat hij rond 450 v. Christus als een van de eersten er in slaagde in zijn beelden een beweging vast te leggen, maar dat de Discuswerper nog wel een tamelijk tweedimensionaal beeld is, dat het bronzen origineel verloren is gegaan en dat we het moeten doen met een Romeinse kopie in marmer, de zogenaamde Lancelotti-kopie uit het Termenmuseum in Rome. En als het gaat om de manier van werpen blijven ze voor het zoeken van argumenten voor en tegen in hun eigen straatje: ze halen er afbeeldingen op Griekse vazen bij, waar de een wel een draai om de lengteas in ziet en de ander niet.

De Oostenrijker Julius Jüthner nam in 1929 als eerste de proef op de som. Hij vond twee discuswerpers van het Institut für Turnlehrerausbildung in Wenen bereid enkele worpen uit te voeren volgens de 'helleense' stijl à la Jüthner: naakt en zonder draai om de lengteas. Een en ander werd 'kinomatographisch' vastgelegd. En zowaar: op enkele beeldfragmenten leek de houding van de Weense werpers sprekend op die van het beeld. Bovendien kwamen zij tot worpen van rond de dertig meter: afstanden die overeenkwamen met de uit de bronnen bekende prestaties van de vijfkamper Phayllos.

Jüthner gaf toe dat er geen sprake was van enige theoretische onderbouwing. Pas in 1984 gingen de Duitse onderzoekers Anschütz en Huster verder en maakten een fysiologische en anatomische analyse van de Discuswerper van Myron. Zij wezen er onder andere op dat de geknakte romp niet in overeenstemming is met de horizontale houding van de schouders die nodig is voor een worp met een draai om de lengteas. Verder lieten ze zien dat het lichaam te veel uit zijn evenwicht hangt voor een worp volgens de moderne techniek. Ook de weergave van spieren als de gluteus maximus en de quadriceps femoris van het rechter been laten maar één conclusie over: de antieke discuswerper draaide niet om zijn as, maar hij wierp uit stand door met zijn arm een pendelbeweging te maken.

Voor wie zelf een Griekse worp wil proberen: zet het rechterbeen voor, breng het gewicht hierop over, laat de linkervoet met gebogen tenen licht op de grond rusten, draai de romp en het hoofd naar rechts, breng de rechterarm naar achteren en laat hem naar voren vallen.

    • Theo Toebosch