Burgemeester wil nader onderzoek naar hulpverlening

EINDHOVEN/ROTTERDAM, 18 JULI.“Nadere beschouwing van de activiteiten van de regiodiensten”, zo staat in de eerste evaluatie van de ramp op de vliegbasis Eindhoven, “leidde tot de conclusie dat deze adequaat en snel ter plaatse waren en handelden. ... een snellere of grootschaliger inzet van mensen en materieel [had] het aantal slachtoffers niet kunnen verminderen.”

Burgemeester Welschen van Eindhoven wees erop dat hij alsnog een wat hij noemde standaardonderzoek wil naar “de precieze acties en reacties van de hulpverlenende diensten”.

Volgens de evaluatie kwamen de hulpverleners er pas bij het betreden van het wrak achter, om 18.40 uur, dat er in het vliegtuig naast de vier bemanningsleden ook 37 passagiers zaten. Basiscommandant kolonel A. Krechting: “Van het passagiersmanifest gaat een kopie mee met het vliegtuig en een kopie blijft op de plaats van vertrek. Dat is gebruik op alle bases. Zelf hebben we geen lijstje met namen.” Krechting voegde eraan toe dat deze procedure onmiddellijk is veranderd. De woordvoerder van de luchtmacht zei gisteren desgevraagd tegen NRC Handelsblad dat de verkeersleider in Eindhoven aan de hand van het vluchtplan was geïnformeerd over het aantal passagiers. Dat blijkt dus niet juist.

Na het ongeluk sloeg de verkeersleiding alarm voor de basis: crash alfa. Dat betekende dat twee van de drie op de basis ter beschikking staande bluswagens (crashtenders) naar het vliegtuig reden. Ook hier geldt volgens commandant Blokvoort van de brandweer van de basis, dat “als we hadden geweten dat er naast de bemanning ook passagiers aan boord waren, we onmiddellijk zouden hebben gevraagd om hulp van buiten.”

Hoeveel brandweer op een burgerluchthaven aanwezig moet zijn hangt onder meer af van de grootte van de vliegtuigen die daar gewoonlijk landen. Daarvoor bestaan landelijke voorschriften. Op Maastricht-Aachen Airport, een civiel vliegveld dat qua aantal landingen en passagiers iets groter is dan het militaire vliegveld Eindhoven, zijn bijvoorbeeld drie snelle bluswagens aanwezig (net als in Eindhoven), twee met een capaciteit van 11.000 liter en een met een capaciteit van 4.000 liter. Voor het blussen van een brandend klein vliegtuig heeft één wagen voldoende capaciteit, aldus A. Elshof, havenmeester van de luchthaven. Voor een groot vliegtuig, zoals een Airbus zijn twee bluswagen voldoende.

Er bestaan vaste procedures voor het inroepen van hulp van de regionale brandweer. Bij een ongeluk met een vliegtuig onderscheidt men twee schaalgroottes: alfa-klein en alfa-groot. Bij alfa-klein gaat het om een toestel met minder dan twintig mensen aan boord. In dat geval is één bluswagen voldoende, aldus Elshof. Wel zijn er dan ambulances en medisch personeel nodig. Bij alfa-groot - meer dan twintig personen - schakelt de luchthaven direct de regionale brandweer in.

Op het vliegveld zelf zijn geen ambulances gestationeerd. Ze kunnen na een oproep in negen minuten ter plaatse zijn.