Bloedige aanval van Tamil Tijgers

NEW DELHI, 18 JULI. In het noorden van Sri Lanka zijn vanmorgen bij zware gevechten tussen de Tamil Tijgers en het regeringsleger naar wordt aangenomen honderden doden gevallen. De vijandelijkheden braken uit toen duizenden manschappen van de Tijgers, die strijden voor een eigen Tamil-staat, in het holst van de nacht een grote legerbasis van het Sri-Lankese leger overvielen bij het plaatsje Mullaitivu.

De ongeveer tweeduizend Sri-Lankese regeringsmilitairen werden in eerste instantie volledig verrast maar wisten zich later enigszins te herstellen. Het was rond het middaguur echter niet duidelijk hoeveel verzet de Sri-Lankese militairen nog boden, omdat er geen radiocontact meer was met de door jungle omgeven basis.

Marineschepen deden volgens woordvoerders in Colombo intussen verwoede pogingen de dicht bij de kust gelegen basis voor de regering te helpen bewaren. Bij een treffen met een boot van de Tijgers zouden veertien guerrillastrijders zijn gedood. Ook de Sri-Lankese luchtmacht probeert via bombardementen de overblijvende militairen te steunen.

Het is een van de grootste militaire acties van de Tijgers sinds het begin van de strijd dertien jaar geleden. Eind 1993, toen ze bij een spectaculaire aanval op het legerkamp van Pooneryn zo'n 750 soldaten doodden, voerden ze voor het laatst zo'n grote en verrassende operatie uit. Zelf verloren ze bij die gelegenheid overigens eveneens zo'n 700 man.

Het is tevens de eerste grote actie sinds de Tijgers een paar maanden geleden de controle verloren over het schiereiland Jaffna, waar de Tamils vanouds de grootste etnische groep vormen. Bijna tien jaar lang was de gelijknamige stad Jaffna de hoofdstad van het feitelijke rijkje dat de Tijgers in het noorden van Sri Lanka hadden opgezet.

Veel Tamils menen dat ze worden achtergesteld bij de Sinhalese meerderheid op Sri Lanka en wensen daarom een eigen staat of althans een vergaande mate van autonomie. Dat laatste wil de regering van president Chandrika Kumaratunga eventueel wel verlenen, het eerste niet.

    • Floris van Straaten