Amsterdams filmpaleis bestaat 75 jaar: Beestenboel in Tuschinski

Het Amsterdamse Tuschinski-theater bestaat 75 jaar. Dat jubileum wordt deze zomer gevierd met een reeks bijzondere optredens, een tentoonstelling en een rondleiding waarbij de geschiedenis van het gebouw centraal staat.

Rondleidingen in Tuschinski, Reguliersbreestraat 26-28, worden gegeven gedurende de maanden juli en aug, elke zo en ma. Aanvang: 10u30, toegang ƒ 7,50. Bijzondere optredens: het Max Tak orkest op 29 sept en het joods cabaret Li La Lo op 15 sept en 13 okt. Op 28 okt is er een jubileumgala. De tentoonstelling duurt nog t/m 28 okt.

Kein paal in mein zaal!' schijnt Abraham Tuschinski te hebben geroepen tegen de architect die zijn Amsterdamse filmpaleis gestalte moest geven. Het theater dat Tuschinski in de Reguliersbreestraat liet verrijzen moest het pronkstuk van zijn bioscoopketen worden. Tapijten, lampen, lambrizeringen en plafonds vormden een kleurrijk 'Gesamtkunstwerk' dat andere bioscopen in de schaduw stelde. Het idee dat een pilaar de bezoekers het zicht op het scherm zou kunnen ontnemen was Tuschinski dan ook een gruwel.

De bouwkundige constructie van architect H.L. de Jong die het mogelijk heeft gemaakt dat er in de grote zaal van het theater inderdaad 'kein paal' te bekennen valt, wordt met brede armzwaaien toegelicht door de enthousiaste gids. Jochem Bosselaar - hij heeft zich keurig voorgesteld - is één van de ouvreurs die ook rondleidingen door het gebouw verzorgen. Hij is eigenlijk kunstenaar en verontschuldigt zich op voorhand voor zijn breedsprakigheid als hij straks de kunstwerken en decoraties gaat behandelen. “Een onderwerp dat me zelf erg interesseert.”

Bosselaar verhaalt geestdriftig over het aandeel dat de kunstenaars Jaap Gidding, Pieter den Besten en Chris Bartels hadden in de gestileerde decoraties die zich tot in de kleinste hoekjes van het gebouw uitstrekken. Daarin gaat een grote verscheidenheid aan dieren schuil. Pauwen domineren de muren van de hal op de begane grond. Een verdieping hoger wemelt het van de vlinder-motieven en in de lampen aan het plafond van de grote zaal valt bij zorgvuldige beschouwing een spin te zien. Het interieur van Tuschinski is een bonte mengelmoes van stijlen: Jugendstil, Art Déco en Amsterdamse school strijden om voorrang. De hand van de eerste eigenaar valt op veel plaatsen nog te bespeuren. In de lambrizeringen van tropisch hardhout (door Tuschinski persoonlijk op de kop getikt in de Rotterdamse haven) duikt steeds de letter T op.

Abraham Tuschinski (1886-1942) was een Poolse jood die in 1904, op doortocht naar Amerika, in Rotterdam bleef hangen. Hij opende er een hotel voor landverhuizers en ging filmvertoningen organiseren. Al snel bezat hij een reeks bioscopen in Rotterdam. Tuschinski nam zich voor ook het 'verwende' Amsterdamse publiek te veroveren en begon in 1918 in de 'Duvelshoek' met de bouw van het theater dat de kroon op zijn werk zou worden.

Zoals het een beroemd gebouw betaamt, beschikt Tuschinski ook over enkele spookverhalen. Tijdens de bouw was er al een mysterieus geschreeuw hoorbaar in de grote zaal. Het bleek een timmerman te zijn die tijdens het werk in slaap was gevallen en pas na het openbreken van de vloer uit zijn benarde positie kon worden bevrijd. Ook het merkwaardige gekreun dat nachtwakers lang verontrust heeft, blijkt een rationele verklaring te hebben. De balkons die bij volledige bezetting enkele millimeters zakken, beginnen na afloop van de voorstelling sinister brommende geluiden te maken als ze weer naar hun oude positie terugveren. Maar de enige geest die - zij het figuurlijk - in het theater rondwaart is die van Abraham Tuschinski.

    • Erik Spaans