Amerikaanse golfers mijden Brits Open

De British Open, het belangrijkste golftoernooi van het jaar, begint vandaag op de baan van Royal Lytham in Lancashire.

ROTTERDAM, 18 JULI. Hoewel de British Open het belangrijkste golftoernooi van het seizoen is, doet de Amerikaanse topspeler Scott Hoch dit jaar niet mee. Hoch hoort bij de top-vijftien van de wereld en won vorig jaar de Dutch Open in Hilversum, maar hij voelt zich op Engelse links (een baan aan de kust) niet op zijn gemak. De British Open is voor golf wat Wimbledon is voor tennissers. Toch is Hoch niet de enige Amerikaan die het oudste van de vier majors laat voorbijgaan.

“Als je naar Europa vertrekt en meedoet met het idee dat de baan, de hotelaccommodatie en het weer je niet zullen bevallen, hoe kan je dan nog spelen”, zei Hoch vorige week in Amerika. Hij had toen net 225.000 dollar verdiend met een overwinning in een toernooi van de Amerikaanse Tour. “Ik ben me ervan bewust dat de Britse Open een major is - en misschien wel het belangrijkste”, zei Hoch. “Maar ik heb mensen die ik vertrouw om raad gevraagd. Zij zeiden dat de baan me niet zou bevallen. Ik was al aan het twijfelen en dat gaf de doorslag.”

Drie van de vier jaarlijkse majors worden in de Verenigde Staten gespeeld (Masters, US Open en US PGA), eentje in Europa. Juist op de Europese major krijgen de beste spelers van de Amerikaanse Tour (die een eigen circuit afwerken) de kans de Europese toppers te verslaan op eigen terrein. Hoch kan een voorbeeld nemen aan Arnold Palmer, Jack Nicklaus, Tom Watson en Lee Trevino. Dat waren trouwe supporters van de Britse Open. Nicklaus doet ieder jaar mee sinds 1962.

De aversie van Hoch is gericht op de wind, de regen en de kou die het spel in Groot-Brittannië vaker beïnvloeden dan in Californië en Florida. (Hoewel voor dit weekeinde warm, kalm weer is voorspeld en gevreesd wordt voor extreem lage scores.) Hoch doelt met zijn kritiek op de smallere fairways en minder rechtlijnige holes dan hij in Amerika gewend is. En hij doelt wellicht op een gebrek aan hamburgertenten en andere fast-foodvoorzieningen in de buurt van de soms afgelegen Engelse en Schotse golfbanen waar de Britse Open wordt gespeeld. Amerikaanse sporters hebben vaak een eenvoudige smaak. Zo werd bijvoorbeeld de maitre van het Nederlandse sterrenrestaurant De Hoefslag vorig jaar verrast door de Amerikaanse deelnemers aan de Dutch Open: Do you have pizza?

De Amerikaan Davis Love III heeft zich de afwezigheid van Hoch aangetrokken en heeft deze week beloofd alles in het werk te stellen om meer Amerikanen naar Engeland te krijgen. Hij was verbaasd over hoe weinig landgenoten een poging deden zich te kwalificeren voor de Britse Open. Love, vorige maand tweede in de US Open, sprak als lid van de spelersraad. “Brad Faxton en ik vinden dat een speler bestraft zou moeten worden als hij zich niet probeert te kwalificeren. Hij zou bijvoorbeeld niet meer in aanmerking mogen komen voor de Ryder Cup.”

Love noemde de Britse Open het belangrijkste toernooi ter wereld. Hij is een van de spelers die ervoor hebben gezorgd dat het resultaat van Amerikaanse spelers in Engeland meetelt voor de ranglijst van de Amerikaanse Tour. “We hebben al het mogelijke gedaan”, zei Love deze week in Engeland. “Behalve ze op het vliegtuig zetten.” Love begrijpt hun afkeer ook niet. “Als ik slechts één major zou mogen winnen, zou ik voor deze kiezen.”

Overigens heeft geen enkele Amerikaanse profspeler de Britse Open kunnen winnen in de acht keer dat het toernooi is gespeeld op de verraderlijke baan van Lytham, die bovenal vraagt om accuratesse. De enige Amerikaanse winnaar was de amateur Bobby Jones, die won in 1926. Jones won dankzij onder meer een bunkershot op de 17de hole van de laatste ronde. Zijn drive belandde in de bunker, maar met een ijzer-4 sloeg hij zijn tweede bal door de duinen, over zanderig grasland recht in het hart van de green, 165 meter ver weg. Het bunkershot van Jones wordt gememoreerd met een gedenksteen met de inscriptie: 'R.T. Jones Jnr. The Open Championship, 25th June 1926'. Die steen staat er nog steeds. Tot verbazing van twee oudere dames die zich onlangs afvroegen waarom de golfer daar begraven ligt.

In 1952 won de Zuidafrikaan Bobby Locke op Lytham. Locke had op de laatste dag bijna zijn afslagtijd gemist. Na een vroeg ontbijt kwam hij er achter dat de garage waar zijn auto stond met daarin zijn clubs gesloten was tot negen uur, ver na de de tijd waarop hij zijn ronde moest beginnen. Via de lokale melkboer vond hij uiteindelijk de garagebeheerder. Hij was net op tijd op de eerste tee, al had hij geen seconde kunnen oefenen. Met een rake putt van 20 meter op de eerste hole kalmeerde hij zijn zenuwen.

De Australiër Peter Thomson won het toernooi in 1958, in 1963 zegevierde de Nieuw-Zeelander Bob Charles. De Engelsman Tony Jacklin won op Lytham in 1969, de Zuidafrikaan Gary Player in 1974. En de Spanjaard Seve Ballesteros boekte zelfs een dubbele overwinning op Lytham in 1979 en 1988. In 1979 werd hij op de par-71-baan, bezaaid met 185 bunkers, de kampioen van de 'parkeerplaats'. Op de zestiende hole was zijn bal tussen de auto's terechtgekomen, maar de goochelaar Ballesteros redde zich met een wedge en een putt van ruim negen meter. Hij won met drie slagen voorsprong op de Amerikanen Jack Nicklaus en Ben Crenshaw. In 1988 was vooral zijn slotronde van 65 indrukwekkend, waarmee hij een achterstand van twee slagen op Nick Price goedmaakte.