Achterhoek raakt economisch achterop

Gelderland zou de beste investeringsregio in Europa zijn volgens een onderzoek van het Duitse bureau Empirica en het blad Wirtschaftswoche in 1993. Sindsdien zijn lokale investeringen in één deel van die provincie, de Achterhoek, almaar gedaald. Bedrijven van buiten de regio komen niet en jongeren trekken weg.

Tussen de bomen en velden aan de rand van het dorp Varsseveld staat een typisch Achterhoeks bedrijf: de metaalbewerkingsfabriek Rublo van H. Wanders. De Achterhoekse metaalondernemer heeft het bedrijf drie jaar geleden gekocht, gereorganiseerd en van de ondergang gered. Het was zijn laatste grote investering in de metaalsector in deze regio - de loonkosten en milieu-eisen zijn voor die sector volgens Wanders tegenwoordig te hoog.

In de verte ligt de snelweg vanuit Arnhem, die bij Varsseveld ophoudt. Bedrijven die hun goederen vanuit de Achterhoek naar het oostelijk gelegen Enschede of Duitsland willen vervoeren, moeten dus rijden over een autoweg. Gunstige spoorverbindingen zijn er niet. Nieuwe bedrijven van buiten de regio, die zich hier vestigen, zijn er evenmin.

Lokale bedrijven investeren sinds 1992 steeds minder in de Achterhoek, zo blijkt uit onderzoek van de Kamer van koophandel Centraal Gelderland. In de rest van Nederland stijgen de investeringen weer na de economische inzinking in 1993. Bedrijven van buiten Gelderland vestigen zich wel in de Gelderse regio's Arnhem-Nijmegen, Veenendaal en Apeldoorn, maar niet in de Achterhoek. De zeventien rurale gemeenten langs de Oude IJssel, vlakbij de Duitse grens, zijn niet in trek. Eén gevolg is dat jongeren de Achterhoek verlaten.

De gehele provincie Gelderland zou juist de beste investeringsregio in Europa zijn volgens een onderzoek drie jaar geleden van het Duitse bureau Empirica en het blad Wirtschaftswoche: de regio ligt halverwege de route van Rotterdam naar het Roergebied, kent een goede 'levenskwaliteit' en heeft nog veel ruimte. “Met name de Achterhoek heeft die investeringen van buiten hoog nodig”, zegt L. Van Riswijk, secretaris van de Samenwerkende Industriële Kringen Oost-Gelderland (SIKOG). “Anders loopt het gebied leeg. Voor opgeleide jongeren is er geen werk.”

Tientallen bedrijven gingen de afgelopen twintig jaar failliet in de metaalsector, traditioneel de belangrijkste Achterhoekse industrie naast de landbouw. De loonkosten waren te hoog geworden en de milieu-eisen zwaarder. In deze regio gingen daardoor bijna 3.000 arbeidsplaatsen verloren. Ook de terugloop in de landbouw heeft de regio zo'n 3.000 banen gekost. De overgebleven middelgrote metaalbedrijven hadden tijdig hun gieterijen gesloten en waren overgegaan op verwerking en lakken van plaatijzer. Ze maken wel winst, maar investeren niet meer in de Achterhoek. Wel in Oost-Europa. Daar zijn de loonkosten van de arbeidsintensieve metaalbewerking 90 procent lager dan hier, zijn de milieu-eisen minder streng en is het vervoer naar Duitsland en Nederland gemakkelijk geregeld. Ook Wanders overweegt een fabriek te openen in Tsjechië: “Hier heb ik voor 13 gulden slechts het materiaal voor een stoel. Daar is die voor dat bedrag al gemaakt en vervoerd.” Hij betreurt deze ontwikkeling, waar 'mijn gemeenschap' onder komt te lijden. Maar hij kan er niet omheen, zegt hij: het wordt hier allemaal te duur.

De Achterhoek kent met name middelgrote familiebedrijven. “Ze zijn van ondernemers die zelden naar de bank gaan, maar alleen met eigen geld investeren”, zegt H. Goudswaard, die jarenlang directeur was van het 242 jaar oude metaalbedrijf DRU. Er zijn weinig grote bedrijven in de regio: het metaalbedrijf Atag, uitgeverij Misset, Nedcon en Grolsch bier. De grootte en de familie-aard van Achterhoekse bedrijven zorgt voor de behoedzame mentaliteit van lokale ondernemers, volgens Van Riswijk. “Men is wat terughoudend, neemt weinig risico's en investeert dus niet snel meer na een economische recessie.” Wanders, een echte Achterhoeker, knikt bedachtzaam: “We zijn inderdaad voorzichtig.”

De 'Hollandse' formalisering van de arbeidsverhoudingen en regelgeving ontneemt Achterhoekers ook hun ondernemingslust, zegt Wanders: “Vroeger regelden wij alles onder elkaar. Ruzie werd intern opgelost.” Ook ten gunste van de werknemers. Hij wijst naar de weilanden. “Bijna iedereen heeft wel een stukje grond. Daar houden wij van. Een werknemer krijgt van de werkgever nog steeds de ruimte om zijn oogst binnen te halen. Dan werkt hij 's avonds wat langer door.”

“Ondernemers voelden zich verantwoordelijk voor de gemeenschap, ze staken liever 10 miljoen in een bedrijf dan het failliet te laten gaan”, vertelt Wanders. Andersom werkten werknemers volgens hem consciëntieus en waren ze het bedrijf trouw. “Sinds een paar jaar worden steeds meer geschillen via de kantonrechter uitgevochten. Het gevolg is dat werkgevers lak krijgen aan de gemeenschap en andersom. Je moet tegenwoordig haast jurist zijn om een bedrijf te runnen. Als je een fabriek wilt verplaatsen, moet je een boekwerk schrijven van zeven centimeter dik om aan te tonen dat je aan alle voorschriften voldoet.” Verwonderlijk is het volgens Wanders dan ook niet dat lokale investeringen afnemen.

De gebrekkige infrastructuur in de Achterhoek, speelt lokale investeerders ook parten en zal buitenstaanders afschrikken, zegt M. Brouwer, van de Kamer van koophandel Centraal Gelderland. “De autosnelweg moet zo snel mogelijk worden doorgetrokken naar Enschede.” Daarover wordt op zijn vroegst over twee jaar besloten, volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Verder ontbreekt er een goede spoorverbinding, wordt de stoptrein door de Achterhoek tussen Arnhem en Winterswijk waarschijnlijk opgeheven en is er geen snelle busverbinding.

Achterhoekse jongeren die aan de dichtstbijzijnde Hogeschool in Arnhem willen studeren, moeten dus om zes uur opstaan om om negen uur college te volgen, verzucht Wanders. “Terwijl het maar 40 minuten rijden is!” Brouwer vreest ook dat het aantal jongeren dat wegtrekt uit de Achterhoek zal toenemen. “Ze moeten ver weg studeren en vinden hier geen passend werk.” Toch hebben Achterhoekse bedrijven 'enorme behoefte' aan kennis op hoog niveau en zijn zij bereid erin te investeren, zo wees een onderzoek van het organisatie adviesbureau KPMG onlangs uit. Een 'opleidingsmakelaar' is sindsdien werkzaam in de Achterhoek om bijscholing op hoog niveau mogelijk te maken voor personeel van lokale bedrijven. Met name op het terrein van marketing, logistiek en personeelsmanagement is volgens KPMG te weinig kennis aanwezig.

Naast deze verbetering van de 'kennis-infrastructuur', moet de Achterhoek hoogwaardige bedrijfstakken aantrekken, zegt Brouwer. Zulke bedrijven zijn er nu nauwelijks. Behalve het ingenieursbureau Mecon bv. De directeur H. Stoltenberg heeft de stap naar de Achterhoekse hoofdstad Doetinchem zeven jaar geleden gemaakt. Aanleiding was het grote aantal industriële bedrijven dat toen in de Achterhoek moest reorganiseren, vertelt hij. “Klanten waren er genoeg en ik had geen concurrentie.” Hij begon met twee ingenieurs, heeft er nu 26 in dienst en bracht 'kennis op hoog niveau naar de Achterhoek', wat een reden was voor de Gelderse Kamer van koophandel en provincie om hem vorige week uit te roepen tot Gelderse ondernemer van het jaar.

Achterhoekse jongeren zijn nodig om de traditionele wijze van bedrijfsvoering in de streek te doorbreken, zegt Stoltenberg. “Veel bedrijven hebben hier al aanzienlijke exportorders en toch zit de ondernemer vaak nog in zijn overall in de fabriek, tussen de mensen. Dat kan niet meer. De jongere generatie ziet dat in en moet hier de modernisering doorvoeren.”

Ook binnen de gemeentebesturen zijn jongeren nodig, zegt hij, “want de oudere generatie denkt niet verder dan de eigen gemeentegrens.” Hij wijst op het belang van een gezamenlijke profilering als investeringsregio van de verschillende gemeenten. Burgemeester Peters van de gemeente Gendringen vult aan: “Niet elke gemeente onderkent het gemeenschappelijke belang van een acquisitiebeleid gericht op investeerders van buiten de regio.” Sommige gemeenten zijn dus niet enthousiast om eventuele kosten te dragen, zegt Peters. “Gendringen sluit niet uit dat alle 17 Achterhoekse gemeenten verantwoordelijkheid dragen voor de drie geplande regionale bedrijfsterreinen. Want de hele regio moet profiteren van zo'n locatie.”

Achterhoekse gemeenten en het bedrijfsleven streven om voor het jaar 2000, tweeduizend nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen. Daarvoor moèten nieuwe investeerders worden aangetrokken, zegt Stoltenberg. “Want het is al moeilijk genoeg om de arbeidsplaatsen die we hebben, te behouden.”

    • Frederiek Weeda