Wateroverlast 1995 kostte het rijk 364 miljoen gulden

DEN HAAG, 17 JULI. De wateroverlast van januari 1995 heeft het rijk tot nu toe 364 miljoen gulden gekost. Dat blijkt uit een overzicht dat minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het rampenfonds heeft daarbij nog 80 miljoen uitgekeerd voor inboedel- en opstalschade bij particulieren.

Eind januari traden rivieren in Limburg buiten hun oevers en dreigden dijken in midden-Nederland door te breken. Dijkstal kondigde aan dat particulieren die moesten evacueren 500 gulden per huishouden uitgekeerd zouden krijgen. Bedrijven kregen 65 procent van de directe schadekosten zoals het in veiligheid brengen van de inboedel. Als ze twee jaar eerder ook al getroffen waren door de wateroverlast in 1993 was de schade-uitkering 90 procent.

Uit het overzicht van het ministerie blijkt dat uiteindelijk 101.700 huishoudens de 500 gulden kregen, 11.000 niet-agrarische bedrijven ontvingen gemiddeld bijna 9.000 gulden en aan 3.685 agrarische bedrijven werd gemiddeld 19.701 gulden uitgekeerd.

Particuliere verhuurders kregen voor de schade aan hun panden 1,2 miljoen gulden, gemiddeld 6.667 gulden. In totaal 5,3 miljoen ging naar 1.434 eigenaars van sta-caravans en vakantiewoningen in het stroomgebied van de grote rivieren.

Niet-agrarische bedrijven, zoals het Centraal Boekhuis uit Culemborg, kregen 1.500 gulden voor evacuatiekosten. De werkelijke kosten worden geheel vergoed als deze aantoonbaar aan derden zijn betaald. Het Boekhuis sloeg op 1 februari vorig jaar 20 miljoen boeken vier meter hoger op en verplaatste de bestellingen in 101 ritten met eigen vrachtwagens en eigen personeel naar een loods in Almere. Het Centraal Boekhuis vroeg tevergeefs om vergoeding van de kosten, omdat het het transport niet heeft ingehuurd.

De claim van de firma uit Culemborg maakte gisteren deel uit van een zaak van de Stichting Watersnood bedrijven Nederland 1995 voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van het ministerie van Economische Zaken.

De stichting vertegenwoordigt 14.000 bedrijven uit Gelderland die in eerste instantie tevergeefs een beroep op het rijk hebben gedaan om tegemoetkoming van de kosten als gevolg van de watersnood.