Vogelaanvaring zelden enige oorzaak ramp

ROTTERDAM, 17 JULI. Het is zeer onwaarschijnlijk, hoewel niet geheel onmogelijk, dat het ongeval met de Hercules C-130-H van de Belgische Luchtmacht is veroorzaakt door een aanvaring met vogels. Dat zeggen Nederlandse deskundigen luchtvaarttechniek.

Volgens verschillende bronnen lopen vliegtuigen van het type Hercules, die zijn voorzien van zogeheten turbopropmotoren, aanzienlijk minder risico door vogelaanvaringen in moeilijkheden te komen dan straalvliegtuigen zonder propeller, zoals de F-16's. De luchtzuiging van een turbopropmotor is minder groot dan een straalmotor en trekt daardoor minder vogels aan, en ook de aanwezigheid van de propellerbladen verkleint de kans dat vogels in de motor terecht kunnen komen.

De turboprop ofwel de schroefturbinemotor is een straalmotor, dat wil zeggen een atmosferische lucht verwerkende reactiemotor waarvan de werking berust op compressie van verbrandingslucht, continue verbranding van kerosine gevolgd door expansie van de gassen in een straalbuis of straalpijp. Bij de turbopropmotor is de as waarmee het turbinerad de compressor aandrijft, naar voren verlengd en wordt de propeller via een vertragingsmechanisme aangedreven.

“Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit ongeluk door simpele vogels is veroorzaakt”, zegt prof. dr. ir. Th. van Holten, hoogleraar lucht- en ruimtevaarttechniek aan de Technische Universiteit Delft. Volgens de hoogleraar hoeft het uitvallen van een of zelfs meerdere motoren als gevolg van een vogelaanvaring geen rampzalige gevolgen te hebben. Wel bestaat er de kans “van één op de miljoen” dat een turbineblad of een compressor losraakt en als een projectiel andere vitale delen zoals het hydraulische systeem beschadigt. Van Holten wijst er op dat het vliegtuig volgens de eerste berichten zeer kort of tijdens de landing is verongelukt, wat zou betekenen dat een vogelaanvaring weinig of geen effect zou hebben gehad op de motoren.

Drs. H. Heerkens, universitair docent luchtvaartindustrie aan de Universiteit Twente in Enschede en mede-redacteur van het maandblad Luchtvaart, sluit een vogelaanvaring met fatale gevolgen niet uit. Een motorstoring hoeft op grote hoogte geen gevolgen te hebben omdat de bemanning voldoende tijd heeft om instabiliteit te corrigeren, zegt hij. Maar tijdens de landing kan zelfs een lichte storing door een vogelaanvaring, al was het maar een klimaatlampje, fatale gevolgen hebben, aldus Heerkens, omdat er te weinig tijd is om maatregelen te treffen. Hij wijst er op dat een laag vliegende MIG-29 in 1989 tijdens een luchtvaartshow in Parijs in het publiek terechtkwam toen een vogel in de motor terechtkwam en de piloot te weinig tijd had het toestel weer omhoog te trekken.

Volgens ir. P. van der Geest van de afdeling vliegveiligheid van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) in Amsterdam zijn vogelaanvaringen vrijwel nooit de enige oorzaak van een vliegtuigongeval. Bij vliegrampen is bijna altijd sprake van een combinatie van factoren.