Turks-Cyprioten wijzen alle toenadering af

ATHENE, 17 JULI. Grieken en Turken op Cyprus zijn deze week weer druk aan het herdenken. Eerstgenoemden doen dat, vol rouw, met de staatsgreep die de kolonelsjunta op 15 juli 1974 tegen Makarios uitvoerde en die leidde tot de 'barbaarse invasie' van de Turken vijf dagen later.

Veel Turks-Cyprioten herdenken deze interventie juist als 'bevrijding' omdat zij leidde tot een aparte Turkse 'republiek' op het eiland, nog steeds alleen door Ankara erkend.

Maar de feestelijkheden in de Turkse sector worden dit jaar overschaduwd door de moord, eerder deze maand, op de Turks-Cyprische journalist Kutlu Adali (61), een van de voornaamste opponenten van het regime van Rauf Denktas. De verantwoordelijkheid voor deze moord is intussen opgeëist door een groep die zich al eerder op het eiland had gemanifesteerd onder de naam 'Grijze Wolven', maar ook door een zich noemende Turkse Wraak Brigade, die de laatste tijd al figuren uit de oppositie had bedreigd. Bij de begrafenis werden leuzen meegedragen 'tegen het staatsterrorisme': en velen in deze kringen geven de morele schuld aan 'president' Denktas, die de moorden afkeurde.

Adali had de nodige bedreigingen ontvangen en was voor enkele weken gestopt met zijn rubriek in de Yeni Düzen, spreekbuis van de Turks Republikeinse Partij op het eiland. Hij was juist weer begonnen, met een artikel waarin hij zich uitsprak tegen de plannen om de Aya Sofia in Istanbul weer een moskee te maken. Doorgaans waren zijn commentaren gericht tegen de toevloed van tienduizenden kolonisten uit het vasteland van Turkije, die de Turks-Cyprioten opnieuw in een minderheid dreigt te brengen. Als voormalig medewerker van Denktas, werkzaam op de burgerlijke stand, was hij van deze situatie uitstekend op de hoogte. Hij protesteerde ook tegen het handhaven van een Turkse 'bezettingsmacht' van 30 à 36.000 man op het eiland.

Said Akinci, voorzitter van een andere linkse partij in de sector, schreef aan de vooravond van de begrafenis: “bij het naderen van de 22ste verjaardag van de Turkse interventie zijn Turks-Cyprioten begonnen, elkaar te vrezen, omdat de criminaliteit, zowel de gewone als de politieke, dramatisch oploopt”.

De ouderen in de Turkse sector denken weer terug aan de jaren zestig toen er ook moorden werd gepleegd op figuren die zich openlijk uitspraken tegen de politiek van Ankara en voor toenadering tot de Grieken. Twee Turks-Cyprische journalisten werden toen gedood, alsmede een Turks-Cyprische en een Grieks-Cyprische vakbondsman (tezamen). Denktas, die toen al de complete 'apartheid' van de Turken op het eiland nastreefde, was in die periode leider van de terreurorganisatie TMT, een 'tegenwicht' tegen de Grieks-Cyprische EOKA. Later volbracht hij inderdaad de 'nationale schoonmaak' voor zijn minderheid.

Aanstoot, ook in de Turkse sector, heeft vorig jaar gegeven dat Denktas bij een grote bosbrand elke Grieks-Cyprische hulp afwees. Er is echter nog een ander front waarop van Turkse zijde de strijd wordt gevoerd tegen elke vorm van toenadering en dat is de Groene Lijn die door Nicosia loopt. Daar zijn door de jaren heen zeven incidenten geweest met dodelijke afloop. Het is buiten Grieks-Cyprus weinig bekend - zelfs de vasteland-Grieken weten dit nauwelijks - dat in alle gevallen de slachtoffers aan de Griekse kant vielen, en wel doordat ze toenadering zochten tot hun Turks-Cyprische collega aan de overkant, die op 100 meter afstand op wacht stond en met wie ze gesprekken konden voeren (soms in het Grieks, de taal die ook in de Turkse sector in sommige families nog wordt gesproken).

De Grieken vervelen zich waarschijnlijk heviger dan de Turken tijdens hun urenlang op wacht staan en zijn ook minder gedisciplineerd. Aan Turkse zijde wordt alles meer in de gaten gehouden door niets-ontziende officieren. Na het zesde geval, twee jaar geleden, waarbij een Grieks-Cyprische soldaat werd neergeschoten terwijl hij met twee flessen brandy op zijn Turks-Cyprische collega toeliep, is er door de Grieks-Cyprische legerleiding een plakkaat vervaardigd met de foto's van de zes omgekomen jongelui en de waarschuwing, absoluut geen contact te zoeken met de overkant.

De 19-jarige Stelios Panagís heeft zich daar eind mei niet aan gehouden. Hij verkondigde aan ieder die het horen wilde dat de Turks-Cyprioten best OK waren en dat alleen Denktas niet deugde. Toen hij op zijn Turks-Cyprische tegenvoeter toeliep met de Turkse roep 'Kardes' (broeder) werd hij in de bufferzone neergeschoten. Tot driemaal toe probeerden Britse VN-troepen hem op een brancard weg te halen, maar ze werden door de Turkse militairen op hun beurt beschoten. Pas de vierde escapade lukte, na onderhandelingen van een halfuur. De betrekkingen tussen de Turkse en Britse officieren zijn sindsdien stroef gebleven.

Panagís is ter plaatse doodgebloed. Volgens een Britse militaire arts had hij kunnen worden gered als hij eerder was weggevoerd. Later werd uit inlichtingen van zijn kameraden duidelijk dat hij zijn camouflagepetje met een Turk had willen ruilen.

    • F.G. van Hasselt