Spannend MPS-scenario wordt tot een rommelpot

Never Talk To Strangers. Regie: Peter Hall. Met: Rebecca De Mornay, Antonio Banderas, Dennis Miller, Harry Dean Stanton. In 5 theaters.

Sinds Hitchcocks Psycho is de gespleten persoonlijkheid een vruchtbaar thema voor de scenario-schrijvers van psychologische thrillers. De zachtaardige figuur die op gezette tijden verandert in een gewetenloze moordenaar is nu eenmaal de ideale kapstok voor een deus ex machina. Toch zijn de scenariomogelijkheden van schizofrenie nog niets vergeleken met die van het meervoudig persoonlijkheidssyndroom (MPS), een nog niet zo lang bekende psychische stoornis die kan optreden bij mensen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn. Never Talk to Strangers is niet de eerste thriller waarin MPS voor een pakkende clou moet zorgen. Dat was het recente Richard Gere-vehikel Primal Fear. Hij zal zeker niet de laatste zijn.

De hoofdrol in Never Talk to Strangers is voor Rebecca De Mornay, die sinds Runaway Train (1986) in weinig memorabele rollen te zien was. Zij speelt een in schizofrenie en MPS gespecialiseerde gerechtelijk psychiater die ondanks haar mensenschuwheid verliefd wordt op een Portoricaanse motorduivel (het Spaanse sekssymbool Antonio Banderas).

Vanaf dat moment gebeurt er een aantal angstaanjagende dingen: de psychiater krijgt dode bloemen thuisbezorgd, ze krijgt een anonieme brief, ze ziet haar eigen rouwadvertentie in de krant, haar kat wordt vermoord. Iedereen in haar omgeving is verdacht: de jaloerse bovenbuurman, de seriemoordenaar die ze op ontoerekeningsvatbaarheid onderzoekt, de ploertige vader bij wie ze enkele jeugdtrauma's heeft opgelopen, en natuurlijk haar nieuwe vriend.

Never Talk to Strangers kent een sterk, hoewel relatief traag, eerste uur. Niet alleen het hamvraag van de film - 'how can you learn to trust?' - wordt goed uitgewerkt, maar ook de intrigerende psychologie van de o zo beheerste vrouw die zich aangetrokken voelt tot het kwade, het enge, het ruige. De Mornay en Banderas acteren vlekkeloos, wat misschien niet hoeft te verbazen: ze werden geregisseerd door Sir Peter Hall, die in Engeland onder andere furore maakte met zijn regies voor de Royal Shakespeare Company en het National Theatre.

Het venijn van Never Talk to Strangers zit in de staart - en dat bedoel ik niet positief. In het laatste half uur wordt de zorgvuldig opgebouwde spanning te grabbel gegooid in een rommelpotje van onwaarschijnlijkheden en goedkoop melodrama. De film krijgt plotseling iets belachelijks, terwijl de verwijzingen naar incest en MPS met terugwerkende kracht hinderlijk modieus worden. Tegenover zo'n zwak scenario stond zelfs de grand old man van het Britse theater machteloos.