Op safari in omroepgids en teletekst

Meer dan twintig televisiezenders op de kabel, en nog eens ruim dertig via de satellietschotel - dat is bij mij thuis het televisieaanbod. Een goede kans, zou je zeggen, om vanavond eens iets interessants te zien, iets om voor het televisietoestel te gaan zitten. Alleen - erachter komen of er iets op de televisie is dat mij interesseert, dat is nog niet zo eenvoudig.

Een televisiegids biedt uitkomst denk je. Maar de gidsen die de vaderlandse omroepverenigingen wekelijks produceren, verschaffen ten aanzien van de meeste buitenlandse zenders maar zeer summiere informatie. Gelukkig maar dat deze en andere kranten een rubriekje 'films op tv' kennen, zodat het niet steeds nodig is om de filmencyclopedie uit de kast te halen. Behalve dan voor de zender TNT, eerder dit jaar van mijn kabelaansluiting gehaald maar per satelliet nog altijd vrij beschikbaar. Daar moet de filmencyclopedie, terwille van een overwogen programmakeuze, nog altijd uitkomst bieden, of de teletekstdienst van het station zelf natuurlijk, maar dan kost het toch wel zeker vijf minuten voordat alle relevante pagina's zijn doorgeworsteld.

Wie met zijn televisie iets anders wil doen dan zappen, heeft het dus lang niet makkelijk. Zappen levert, zoals bekend, voornamelijk verveling op. Zappen maakt televisie tot een tijdverdrijf, niets meer, zappen maakt van een avondje aan de buis een maaltijd, aan het einde waarvan je het idee hebt dat je nog niet gegeten hebt, terwijl je wel uren hebt stukgeslagen. Je wordt er op den duur heel dom van, en dat kan niet de bedoeling zijn. Gekozen en gewogen moet er worden.

Dus had ik mij voorgenomen om rigoreus te gaan selecteren wat mij in het omvangrijke televisieaanbod belang inboezemt, en wat niet. Maar na een paar weken experimenteren met het wekelijks doornemen van omroepgidsen en een rode viltstift om programa's te omcirkelen, maakt zich van mij een grote verveling meester. Kolom na kolom min of meer nietszeggende aanduidingen voor programma's die wellicht eye-openers kunnen zijn, maar in hun aanduiding in de gidsen veelal onbenullig lijken. Het moet gezegd dat de VPRO-gids deze slavenarbeid enigszins verlicht door een dagelijkse 'zapgids', waarin aanwijzingen zijn opgenomen per programmagenre. Maar ook die blijven summier.

Al vlug is mij gebleken dat de Belgische 'Humo' het nuttigste programmablad is voor de wekelijkse vaststelling van het tv-menu. Voor een deel hangt die voorkeur samen met de toevallige omstandigheid dat Humo uitgebreid de programma's publiceert van Arte en andere Franse zenders op mijn schotelontvangertje - zenders die in België immers op de kabel zitten. Maar het moet gezegd dat Humo ook meer dan Nederlandse gidsen programma's van een min of meer beredeneerde omschrijving voorziet, en films van een waardering in sterretjes. Voor wat betreft de Belgische, de Nederlandse, de Franse, de BBC en de voornaamste Duitse zenders ben ik er dus uit, al vergt het nauwgezet doorvlooien van het weekaanbod toch zeker een half uur.

Maar helaas, daarmee zijn we er nog niet. Op de satelliet bevindt zich namelijk ook nog het prachtige Franse educatieve station 'La Cinquième', waar Humo niets over zegt, om over de vaderlandse omroepbladen nog maar te zwijgen. De enige manier om vooraf achter de programmering van deze zender te komen, is op zondag het Franse dagblad Le Monde te kopen, waarin zich een televisiegidsje voor de komende week bevindt.

En dan nog ben ik er nog niet: op de satelliet bevinden zich namelijk ook nog ettelijke Duitse zogeheten 'derde' zenders uit de Bondsstaten, alsmede de satellietzender 3SAT, die per week goed zijn voor talloze hoogwaardige documentaires en speelfilms, te mooi in ieder geval om buiten de vaststelling van het weekmenu te laten. Al die zenders beschikken over programmagegevens op teletekst, maar bijna steeds op een andere manier over de pagina's verspreid, zodat het vooronderzoek hier toch al gauw een uurtje per week in beslag neemt. De enige uitweg is om elke week een Duits programma-tijdschrift te kopen, de 'Hör zu' bijvoorbeeld. En wederom moeten hier dus ettelijke kolommen worden doorgenomen.

Gezien het grote aantal verschillende bronnen en benodigde bladen zou het beste zijn, om de bevindingen uit te schrijven in een eigen lijstje, met het persoonlijke televisieprogramma van de week. Benodigde tijd voor deze hele exercitie: toch zeker twee uur per week. En dan hebben we het nog niet over het programmeren van de videorecorder, en het elimineren van uitzendingen op verschillende zenders die tegelijkertijd moeten worden gezien of opgenomen, terwijl het niet mogelijk is twee satellietuitzendingen tegelijk te volgen.

Televisie is een prachtig iets, maar ik heb nog wel iets anders te doen, in het bijzonder op lange zomeravonden. Je hoort wel eens van plannen voor electronische programmagidsen, maar die laten nog op zich wachten, laat staan een handig computerprogrammaatje, dat weet welke uitzendingen mij belang inboezemen, en - waarom eigenlijk niet - ook nog de televisie of de videorecorder aan- en uitzet. Maar ja, dat blijft toekomstmuziek.

Het eind van het liedje is, dat ik mijn eigen televisuele mogelijkheden toch weer aanzienlijk reduceer, net als vroeger. Of ik kijk alleen nog maar in het handige programmagidsje van de culturele zender Arte, in de wetenschap dat die exercitie toch ten minste tien uur hoogwaardige, interessante televisie per week zal opleveren. Of, erger nog, het wordt toch weer wezenloos zappen, net als bijna iedereen. Met als opbrengst de verwondering over sexy Turkse zangeressen, en lichte huiver bij beelden van parenclubs of verkeersongelukken te Appelscha.

    • Raymond van den Boogaard