Londonderry in de ban van de zomeropruiming

LONDONDERRY, 17 JULI. De bewoners van het Noordierse Londonderry hebben in dertig jaar geleerd om hun oren en ogen voor geweld te sluiten. Op deze zonovergoten middag lijkt alleen de zomeropruiming hun gedachten te beheersen. De binnenstad bruist weer. Terrassen zitten vol.

Afgelopen weekend was Londonderry nog drie dagen lang het toneel van de ernstigste ongeregeldheden in vijftien jaar. Relschoppers en woedende demonstranten trokken brandend en plunderend door de straten. De politie beantwoordde meer dan duizend molotov-cocktails met meer dan duizend plastic kogels. Wie zegt dat Noord-Ierland geen rechtvaardigheid kent?

Stille getuigen van het geweld zijn nog volop aanwezig. Een kleine rondtocht door het centrum voert langs twee uitgebrande bankgebouwen, een zwartgeblakerde bioscoop, een verwoeste verfwinkel, Mullan's bar in as. Waar de fikkende auto's stonden is het asfalt zwaar beschadigd. Glasresten van kapotgegooide ramen schitteren tussen kinderkopjes in het felle licht.

De bewoners van Londonderry slaan op die sporen geen acht. Ze houden niet eens hun pas in. Ze kijken niet om. Volgens Mark Durkan, raadslid voor de nationalistische Social Democratic and Labour Party, schamen ze zich.

Durkan vertelt over de herrijzenis van Derry, zoals de stad door de nationalisten consequent genoemd wordt om Britse invloed te ontkennen. De tweede stad van de provincie is de nationalistische hoofdstad van Noord-Ierland. SDLP en Sinn Fein hebben het hier voor het zeggen. Unionisten zijn veruit in de minderheid.

In de jaren zeventig was Derry een stervende stad, zegt Durkan. Nergens in Noord-Ierland leidde de strijd om recht, gelijkheid en macht tussen nationalisten en unionisten tot zoveel geweld als in Derry. Vijfduizend huizen raakten verwoest of zwaar beschadigd. Een derde van alle winkels werd vernield. Binnen de historische stadswallen durfde niemand meer te wonen. Bedrijven gingen over de kop of vertrokken naar elders. Werkloosheid lag boven de veertig procent.

In de stad waar het onrecht het grootst was, waar machtsmisbruik van de unionistische elite tot de zwaarste excessen leidde, moest wel het eerst verzet ontstaan, zegt Durkan. Eerst vreedzaam onder leiding van burgerrechtenorganisaties. Later met geweld door paramilitairen. In de stad waar de crisistijd bijna een halve eeuw geduurd heeft, begon 27 jaar geleden het gewapende conflict dat Noord-Ierland nog steeds in zijn greep heeft. Met 'de slag om de Bogside', de katholieke wijk even buiten de stadswal, waar de eerste vijf doden vielen. Het was daar dat Britse troepen voor het eerst op Noordierse bodem in actie kwamen. Voor een 'beperkte operatie' die nog altijd niet geëindigd is.

In het niemandsland tussen twee wegen staat als een oorlogsmonument nog steeds de muur die de Bogside beroemd heeft gemaakt. “You are now entering free Derry.” Maar de flats even verderop hebben ze omvergehaald. De flats waar vandaan Britse soldaten in 1972 werden bestookt met molotovcocktails. Tot ze begonnen terug te schieten en dertien burgers doodden, op de dag die als 'Bloody Sunday' de historie is ingegaan.

Het geweld begon het eerst in Derry en het eindigde ook het eerst in Derry. Sinds de beginjaren tachtig heeft de stad zich ontpopt tot proeftuin voor de wederopbouw en de vrede. Met royale Britse en Amerikaanse fondsen werd Derry hersteld in zijn oude luister. Er wonen weer mensen in het oude centrum. Buitenlandse bedrijven hebben de laatste acht jaar 5.000 banen in Derry geschapen en voor 700 miljoen in fabrieken geïnvesteerd.

John McGinnis, president van de kamer van koophandel, wijst ook op het nieuwe vliegveld, de nieuwe haven, de nieuwe brug, en niet te vergeten het nieuwe Foyleside-winkelcentrum dat pas in april is geopend, en Derry na al die jaren eindelijk zijn Marks & Spencer en McDonald's gaf. Symbolen van vooruitgang en normaliteit. Hij spreekt ook over de hotels in aanbouw en de stroom van toeristen die de stad vorig jaar wist te trekken. Terwijl tien jaar geleden elke touroperator Derry nadrukkelijk meed.

Of die tijden terug zullen keren? McGinnis kan het niet geloven. Hij wenst afgelopen weekend als een incident te beschouwen, als echo van een ver verleden, als een eenmalige woedeuitbarsting van mensen bij wie de vrees om als tweederangsburgers te worden behandeld na al die jaren nog steeds aan de oppervlakte ligt.

Maandag, bij de begrafenis van de dode die vrijdagnacht was gevallen, sprak de priester over “een diep terneergeslagen stad, op de grens van de wanhoop”. Volgens het raadslid Durkan geen woord te veel gezegd. Bewoners ontleenden trots en zelfvertrouwen aan de voorspoed en rust in Derry. Al drie jaar voor het staakt-het-vuren van het verboden Ierse republikeinse leger was Derry, ooit de meest met bommen bestookte stad van Europa, van alle terreur verschoond gebleven. De meest geliefde uitspraak van plaatselijke politici was volgens Durkan: “Derry wijst Noord-Ierland de weg.”

“Derry heeft Noord-Ierland afgelopen weekend de verkeerde weg gewezen”, zegt Durkan. “De weg van zelfdestructie. De weg naar af.”

    • Dick Wittenberg