Kwekersrecht nekt boeren in Derde Wereld

De VS, Europa en Japan maken zich steeds sterker voor de bescherming van intellectueel eigendom in de wereldhandel, van CD's tot plantenrassen. Dat laatste heeft ingrijpende gevolgen voor de Derde Wereld, aldus Robin Pistorius en Jeroen van Wijk. Zij bepleiten clementie voor de boeren in arme landen.

Eind vorige maand kon een handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten nog net worden voorkomen. Met het sluiten van een akkoord verplichtte China zich ertoe het Amerikaanse intellectuele eigendom beter te beschermen.

De Chinezen hebben inmiddels een aantal fabrieken gesloten die zich schuldig maakten aan piraterij. Er werden CD's, laserdiskettes en CD-roms van Amerikaanse origine nagemaakt zonder dat de Amerikaanse intellectueel eigendomhouders hiervoor toestemming hadden gegeven en er een vergoeding voor ontvingen. Om de wereld te tonen dat het de Chinese regering ernst is, werden foto's gepubliceerd van een walsmachine die bezig is een berg van illegaal gefabriceerde muziek- en computerdiskettes te pletten.

Het Sino-Amerikaanse akkoord staat niet op zichzelf. Het is een onderdeel van een gezamenlijke strategie van de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan om hun technologische voorsprong, en daarmee hun concurrentiepositie ten opzichte van de overige landen, te consolideren. In de afgelopen decennia is de rol van technologie in economische groei veel belangrijker geworden. Voor de hooggeïndustrialiseerde landen zijn daarmee de comparatieve voordelen verschoven naar het ontwikkelen van produkten met een aanzienlijke kennis-component.

Echter, om deze voordelen te kunnen benutten is het noodzakelijk de internationale handel opnieuw te reguleren: handelsbarrières voor de export naar derde landen moeten worden geslecht en de exportprodukten moeten wereldwijd worden beschermd tegen namaak. Het in 1994 onder GATT afgesloten nieuwe vrijhandelsakkoord voorziet grotendeels in deze behoefte aan nieuwe regulering.

Voor de voorziening van plantenzaden - en dus van voedsel - heeft de nieuwe handelsregulering ingrijpende gevolgen, vooral in ontwikkelingslanden. Tot voor kort werd invoer van zaaizaad in deze landen sterk gereguleerd en kon, indien politiek gewenst, de invoer van plantenrassen van buitenlandse bedrijven worden tegengegaan. De lokaal veredelde plantenrassen konden vrij worden gebruikt en vermeerderd door boeren.

Door het nieuwe vrijhandelsverdrag wordt de markt voor zaden opengesteld voor buitenlandse bedrijven. Ontwikkelingslanden importeren echter niet alleen buitenlandse zaden, maar ook het buitenlands intellectueel eigendom dat daarop van kracht is. Het nieuwe vrijhandelsverdrag bevat hiertoe afzonderlijke bepalingen.

In het hoofdstuk over de zogenaamde 'Trade Related Intellectual Property Rights' (TRIP's) verplicht elk aangesloten land zich octrooi- of kwekersrecht te geven voor plantengenen of plantenrassen indien deze aan de criteria voor intellectuele eigendomsbescherming voldoen. Op basis van deze bepalingen kunnen plantenveredelaars hun concurrenten in ontwikkelingslanden ervan weerhouden een beschermd plantenras zonder toestemming en betaling voor commerciële doeleinden te gebruiken.

Ook boeren vallen hieronder. Is er voor het namaken van CD's en CD-roms nog een fabriek nodig, voor het vermeerderen van plantenrassen kan in principe elke boer zorgen. Het produceren van zaad behoort zelfs tot de traditionele functies van de boerenstand. Onder de nieuwe handelsregulering wordt deze functie echter gezien als een vorm van piraterij welke geëlimineerd dient te worden.

Dit heeft tot gevolg dat de verspreiding van nieuwe plantenrassen, noodzakelijk voor een verhoging van de voedselproduktie in ontwikkelingslanden, aanzienlijk wordt beperkt. In ontwikkelingslanden wordt 80 procent van het benodigde zaad verkregen buiten het commerciële circuit om. Veel boeren kopen heel af en toe vers zaad en proberen daarna dit zaad zo lang mogelijk zelf te vermeerderen om produktiekosten te drukken. Daar naast ruilen veel boeren graan tegen zaad met een lokale handelaar.

Deze ruilhandel biedt boeren belangrijke voordelen. Zij kunnen zaad als krediet verkrijgen gedurende de zaaitijd en ze kunnen dit krediet na de oogsttijd aflossen met twee of drie keer de hoeveelheid zaad in graan. Omdat er geen officiële registratie plaatsheeft van deze transactie, wordt er geen royalty en geen belasting betaald. Hierdoor kan de prijs van het zaad lager zijn. Bovendien wordt in natura betaald, hetgeen boeren minder kwetsbaar maakt voor schommelingen in de waarde van het geld.

De bescherming van het intellectuele eigendom in de plantenveredeling brengt een wezenlijke verandering teweeg in deze wijze van verspreiding van nieuwe rassen. Onder de huidige internationale verdragen op het gebied van het octrooi- en kwekersrecht mogen boeren niet langer zaden vermeerderen voor eigen gebruik. Ruilhandel in zaden van beschermde plantenrassen is ook illegaal. Dergelijk gebruik vereist toestemming en betaling.

Om dit systeem geëffectueerd te krijgen is een wezenlijke omschakeling nodig in het denken over eigendom. In Argentinië en Chili, de enige twee ontwikkelingslanden die ervaring hebben met kwekersrecht, ondernemen de nationale en buitenlandse veredelaars op dit moment een massale poging om hun rechten uit te oefenen. Journalisten worden in de arm genomen om regelmatig over het nieuwe fenomeen, het kwekersrecht, te berichten. Cursussen worden aangeboden aan advocaten en rechters om hen bekend te maken met de wetgeving en de werking van de zaadmarkt. Verder wordt op een vrij agressieve manier geprobeerd de lokale ruilhandel in beschermde plantenrassen tegen te gaan. Om de illegale vermeerdering op te sporen, bedienen Chileense bedrijven zich op dit moment van undercover-achtige methoden die in Nederland wel worden gebruikt om de handel in drugs te bestrijden.

Ofschoon binnen de GATT de ontwikkelingslanden hebben ingestemd met het nieuwe vrijhandelsakkoord, bestaat binnen ontwikkelingslanden een enorme aversie tegen intellectuele eigendomsrechten op plantenmateriaal. Deze aversie is gerechtvaardigd. Hoe kan van lokale samenlevingen, waar het gemeenschappelijke eigendom nog de norm is, worden verwacht dat een geheel onbekende vorm van privaat eigendom dat van hogerhand is toegekend aan een onbekende firma, worden gerespecteerd?

Nieuwe plantenrassen kunnen belangrijk zijn om de verwachte voedselschaarste te helpen voorkomen. Door de juridische bescherming van deze nieuwe rassen zal echter het gebruik ervan aanzienlijk worden beperkt. Daarom zal voor ontwikkelingslanden een andere oplossing moeten worden gevonden, opdat de zaadbedrijven een zekere vergoeding ontvangen voor hun belangrijke veredelingswerk, terwijl boeren de vrijheid behouden zelf zaad te vermeerderen.

In plaats van illegaal vermeerderende boeren individueel voor de rechter te dagen, moet de zaadindustrie genoegen gaan nemen met een vorm van collectieve vergoeding. De wereld heeft behoefte aan voedsel, niet aan een foto van een walsmachine die bezig is illegaal geteeld graan te vernietigen.

    • Jeroen van Wijk
    • Robin Pistorius