In het Eco-kantoor levert goede koeling energiebesparing op

Ingenieursbureau E-Connection Project bv in Bunnik (de E staat voor energie, economie en ecologie) bouwde een DuBo-kantoor. Bij dit voorbeeld van duurzaam bouwen is gebruikgemaakt van de praktijkervaring die in de woningbouw is opgedaan. “Als het gaat om energiebesparing is een energiezuinige koeling veel belangrijker dan de verwarming.”

In de volkshuisvesting zijn experimenten met duurzaam bouwen heel gebruikelijk. De veelgeplaagde staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) heeft ook de bouwnijverheid in zijn portefeuille, en hij doet wat in zijn vermogen ligt om architecten, opdrachtgevers en het uitvoerend bouwbedrijf te enthousiasmeren voor DuBo, zoals het duurzaam bouwen gemakshalve wordt genoemd. Tegelijk met de begroting voor het jaar 1996 kondigde Tommel, vorig jaar september, aan dat hij zou komen met een nota over Duurzaam Bouwen. Eind februari deed hij die toezegging gestand en ontving de Tweede Kamer het DuBo-pakket, zoals dat was voorbereid samen met de deskundigen uit de bouwpraktijk.

Alle betrokkenen konden vanaf dat moment weten dat duurzaam bouwen nu echt op de politieke agenda staat, maar in de praktijk gaat het allemaal niet zo hard. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) stimuleert en begeleidt tal van DuBo-innovaties en toetst de resultaten daarvan in de dagelijkse (woningbouw-)praktijk. Het complexe ontwerp- en bouwproces biedt tal van aangrijpingspunten om meer dan tot nu toe rekening te houden met aspecten als energiegebruik, watergebruik, het toepassen van duurzame bouwmaterialen en het mogelijke hergebruik daarvan.

In de woningbouw zijn inmiddels, met vallen en opstaan, opmerkelijke resultaten geboekt. De energiebesparing door een zeer goede isolatie werd overigens soms zover doorgevoerd dat de hoge luchtvochtigheid in de woningen leidde tot condens en schimmelvorming. En in daken belegd met een leuk gazonnetje hebben cartoonisten ook de nodige inspiratie gevonden.

Allerlei ideeën, rijp en groen, zijn inmiddels beproefd, vervolgens verworpen als te vergaand en/of als onpraktisch, of ze zijn aanvaard en ook toegepast als goede en betaalbare alternatieven.

In de gangbare utiliteitsbouw, zoals kantoren, scholen en ziekenhuizen, wordt heel efficiënt en snel gebouwd, maar echte DuBo-innovaties zijn hier veel zeldzamer dan in de woningbouw. Ir. J.H. den Boon van het ingenieursbureau E-Connection Project bv in Bunnik: “Er zijn veel kantoren te huur en te koop, maar er zijn weinig DuBo-kantoren.” Toen het bedrijf waar hij werkt op zoek ging naar huisvesting in het centrum van het land, ontstond het idee om zelf te gaan bouwen. De E in E-Connection staat voor energie, economie en ecologie. Het bedrijf is actief op het gebied van milieuprojecten. Een paradepaardje van E-Connection is een aantal windturbines bij de Oosterscheldedam.

Het nieuwe DuBo-kantoor in Bunnik, dat de initiatiefnemers zelf liever omschrijven als Eco-kantoor, is door de SEV erkend als DuBo-project. Den Boon zet uiteen wat er zoal kwam kijken bij de bouw.

“De praktijkervaring met duurzaam bouwen uit de woningbouw is gefilterd ten behoeve van de bouw van dit kantoor. Wij hebben daarbij als grens aangehouden dat het comfort waaraan gebruikers van gewone kantoren gewend zijn, ook in een DuBo-kantoor gerealiseerd moet worden.” Merkwaardig genoeg is het gewenste gebruikscomfort van een kantoor niet vastgelegd in regels en voorschriften, afgezien van enkele Arbo-regels die betrekking hebben op arbeidsomstandigheden. De ontwerpers van het kantoor in Bunnik hebben ten aanzien van het koelcomfort aansluiting gezocht bij een intern voorschrift van de Rijksgebouwendienst. Per jaar moet het aantal uren dat het in het kantoor warmer is dan 25 graden Celsius, beneden de 150 uur blijven.

Den Boon, die zich in Delft specialiseerde in energietechniek: “Als het gaat om energiebesparing is een energiezuinige koeling veel belangrijker dan de verwarming.” Een goed geïsoleerd kantoor hoeft maar heel weinig te worden bijverwarmd. De aanwezige mensen, de verlichting en de computers leveren samen zoveel warmte dat koeling belangrijker, en kostbaarder, is dan verwarming.

Het probleem met veel kantoren is volgens Den Boon dat de aandacht vooral is gericht op de isolatie. “Het gevolg is dan weliswaar een lage gasrekening, maar daartegenover staat dat er te weinig aandacht wordt besteed aan de hoge elektriciteitsrekening voor kunstverlichting en extra koeling.”

Bij het Eco-kantoor is in het ontwerp gepoogd een goede isolatie te combineren met een minimale behoefte aan extra verlichting en koeling. Voor de noodzakelijke bouwmassa zijn de dertig centimeter dikke buitenmuren uitgevoerd met een binnenbekleding van steen. De 15 centimeter brede spouw is gevuld met minerale wol. In de noordgevel is de spouw gevuld met vlaswol. Den Boon: “Dat is een experiment. Voor de agrarische sector, die het toch al zo moeilijk heeft, is het verbouwen van vlas voor dit doel wellicht een uitkomst.” TNO Bouw onderzoekt in hoeverre dit isolatiemateriaal wordt aangetast door schimmel en vocht.

De ramen hebben HR-plusglas, waarbij de ruimte tussen de ruiten is gevuld met edelgas. Dergelijke vrij algemeen toegepaste isolatiemaatregelen drukken de verwarmingskosten. Maar de crux van de energiebesparing zit in de manier waarop het Eco-kantoor wordt gekoeld.

Aan de buitenkant valt meteen het grote dakoverstek op. Het schuine dak begint 80 centimeter buiten de gevel. In de zomer wordt daarmee de zon voor een belangrijk deel afgeschermd van de gevel. Het kantoor heeft drie verdiepingen en wijkt uiterlijk sterk af van de kantoren met vlakke glasgevels die staan te blikkeren in de zon. Bij die kantoren wordt het zonlicht geweerd met vaak getint glas en met zonneschermen waardoor het binnen vrij donker wordt en alle lichten de hele dag aan moeten zijn. Wie wel eens een stroomstoring op zijn moderne kantoor heeft meegemaakt, weet hoe donker het dan plotseling op de werkplek is. Dat de TL-verlichting de hele dag brandt, valt menigeen dan pas op. Het grote glasoppervlak van menig modern kantoor vergt ook veel extra koeling.

Hoewel het glasoppervlak in de gevel van het Eco-kantoor beperkt is tot dertig procent, is het binnen niet te donker. Ondanks het grote dakoverstek is de behoefte aan extra verlichting minimaal, doordat de ramen smal en hoog zijn. In de zomer wordt de zonnehitte voor een belangrijk deel opgevangen door het dak, terwijl het binnen toch niet te donker wordt. In de winter zorgt de lager staande zon voor extra opwarming en ook voor voldoende licht door de smalle, hoge ramen. In de tuin is een schelpenpad aangelegd dat het zonlicht weerkaatst, terwijl de houten kozijnen en de lamellen voor de zonwering wit geschilderd zijn. Ten behoeve van de warmwatervoorziening is het dak op het zuiden voorzien van zonnecollectoren. Het warme water wordt opgeslagen in een zonneboiler van 260 liter.

Het gebouw heeft geen lift, maar bij een bouwhoogte van drie verdiepingen mag dat geen bezwaar heten. Wel hebben de vloeren uitsparingen, zodat een huurder desgewenst later zelf een lift kan laten bouwen.

Om het gebouw 's zomers voldoende te kunnen afkoelen, wordt 's nachts met behulp van ventilatoren koelere lucht van buiten aangezogen. Die lucht wordt door het gebouw verspreid via gaten in de hangende plafonds. De koelere lucht sorteert echter alleen voldoende effect als de bouwmassa een voldoende omvang heeft. Daarom is het skelet van het kantoor van beton. Door de koelere zomernachtlucht daalt de temperatuur van de hele bouwmassa met circa vijf graden Celsius. Den Boon wijst in dit verband op een eigenaardigheid van de geldende energieprestatienorm (EPN). “Volgens de EPN zou dit kantoor een straffactor moeten worden toegekend, omdat in de zomermaanden de ventilatie aanstaat. Die EPN-norm is nog onvoldoende toegesneden op de moderne technologie.”

Extra koeling wordt ook verkregen doordat een deel van het dak is bedekt met een laag grond van tien centimeter dik. Het hemelwater wordt daarin vastgehouden, mede doordat die 'daktuin' is volgeplant met vetplantjes. Door verdamping van het water wordt het dak gekoeld. De vetplantjes fungeren als 'bodembedekker', woekerend onkruid krijgt geen kans en de grond kan ook niet wegwaaien.

Is het Eco-kantoor zuinig met energie, zowel voor verwarming als voor koeling, hetzelfde geldt voor het waterverbruik. Het hemelwater wordt niet, zoals gebruikelijk, zo snel mogelijk afgevoerd naar het riool. Het wordt verzameld in een bassin met een inhoud van vijftien kubieke meter onder in het gebouw. In een extreem droge periode kan dit bassin worden aangevuld met leidingwater, en een eventueel overschot wordt geloosd in een vijver naast het gebouw of in een grindput waardoor het water gewoon in de bodem verdwijnt. Al met al leiden deze voorzieningen ertoe dat de capaciteit van het noodzakelijke rioleringstelsel aanmerkelijk kon worden beperkt.

Het verzamelde regenwater wordt gebruikt voor het doorspoelen van de toiletten, voor de binnentuin en voor de schoonmaak. Het regenwater wordt ook gebruikt om de luchtvochtigheid te regelen. In de centrale hal is een binnentuin ingericht die reikt tot aan de nok van het gebouw. In die tuin is een hardstenen wandgoot aangebracht waarlangs een leiding loopt die is aangesloten op het bassin met regenwater. Zodra sensoren aangeven dat de lucht in het kantoor te droog is, wordt water opgepompt dat vervolgens van bovenaf langs de stenen goot naar beneden stroomt. Op die manier krijgt het water kans om te verdampen, en het blijft stromen totdat de gewenste luchtvochtigheid is bereikt. Den Boon geeft toe dat het op deze manier omgaan met regenwater extra waterleidingen in het kantoor noodzakelijk maakt.

Buiten wordt het hemelwater evenmin direct naar een riool afgevoerd. De verharding rond het gebouw is aangelegd 'onder afschot', dat wil zeggen, het loopt vanaf de gevel schuin af. Het weglopende water verdwijnt echter niet via een goot in het riool, maar het loopt ofwel de tuin in, ofwel naar het parkeerterrein met een ondergrond van lavasteen. Eventuele olieresten van de daar geparkeerde auto's worden daardoor geabsorbeerd. Al met al loost dit kantoor bijna geen water op het riool.

Om de (auto)mobiliteit te beperken is als vestigingsplaats gekozen voor Bunnik, op een afstand van circa 500 meter van het NS-station op de lijn Utrecht-Arnhem, en er is een bushalte op 600 meter afstand. De gemeente stelde wel als eis dat er ten minste 28 parkeerplaatsen zouden komen, en het zijn er ook 28 geworden. Voor een parkeerplaats moet 650 gulden per jaar worden betaald. In een overdekte fietsenstalling is plaats voor 28 fietsen. De verhouding tussen plaatsen voor auto's en fietsen is derhalve 1:1.

Op tal van details kent het Eco-kantoor bijzondere, milieuvriendelijke snufjes, waarvan Den Boon overigens onderstreept dat het technologie betreft die gewoon beschikbaar is op de markt. Den Boon: “Het was leuk om hierbij samen te werken met een installatiebedrijf uit Utrecht.”

Een voorbeeld zijn de sensoren die bewegingen waarnemen in de diverse kantoorruimten. Zodra tien minuten lang geen enkele beweging is geregistreerd, gaat de verlichting uit. Den Boon: “Het is natuurlijk het beste als iemand zelf het licht uitdoet zodra hij zijn kamer verlaat. En je kunt de schoonmaakploeg ook niet steeds vragen om 's avonds niet overal de hele avond het licht aan te laten. Dat werkt niet, en het is ook zo'n gezeur. Met die sensoren werkt het wel. Wij hebben hier gekozen voor een symbiose van een uitgekiend, intelligent systeem en een eigen invulling per werkplek.” Dat betekent een klepraampje, eigen verlichting en de mogelijkheid om zelf de zonwering te bedienen.

Om bouwmateriaal te besparen is de indeling van de drie verdiepingen heel flexibel. Het aantal werkplekken bedraagt maximaal 104 personen, voor zo nodig zes aparte kantoren voor zes verschillende huurders. Het totaal aantal kantoorkamers is maximaal 42. Bij het ontwerp is de verkeersruimte (gangen, trappen, hallen) zo beperkt mogelijk gehouden.

Het is mogelijk om scheidingswanden eenvoudig te verplaatsen zonder veel hak- en breekwerk. Daartoe zijn de dragende kolommen zoveel mogelijk naar buiten geplaatst én in het hart van het gebouw, bij de 'natte hoeken', de toiletten, de pantry en de douche. Wie op de fiets naar zijn werk komt, kan zonder bezwaar een douche nemen.

Bij eventuele verbouwingen hoeven de leidingen tussen de stopcontacten en de hoogefficiënte lichtarmaturen niet te worden verplaatst, want die leidingen ontbreken. Het licht wordt automatisch gedimd, afhankelijk van het daglicht, en het kan aan- en uit worden gedaan met een infraroodschakelaar, zoals met de afstandsbediening van een tv-toestel. Met diezelfde schakelaar kan de zonwering worden geregeld.

De totale bouwkosten van het Eco-kantoor bedragen exclusief btw en grondkosten ruim vier miljoen gulden, en dat is blijkens zeer gedetailleerde berekeningen circa tien procent duurder dan een kantoor van vergelijkbare inhoud. Den Boon: “Maar hier heb je dan wel een kantoor met een voortreffelijk binnenklimaat. Er zijn high-tech gebouw-beheersystemen die de gebruiker geheel buiten spel zetten. Daar zijn ze in de VS heel ver mee. Zelf een raam opendoen of de zonwering bedienen is dan onmogelijk.” Die tien procent extra kosten zijn een gevolg van extra materialen en installaties, en van het extra groen, voor de binnentuin en voor de tuin buiten. Maar Den Boon wijst erop dat de extra materialen vaak opnieuw gebruikt kunnen worden, en dat bij verbouwingen of veranderingen veel minder sloopafval ontstaat. Hij vindt het jammer dat voor de houten kozijnen geen Nederlands lariks kon worden gebruikt. “De vraag in de markt is nog te gering. We hebben nu Oregon Pine moeten gebruiken. Hier liggen voor de Nederlandse bosbouw volop kansen. Het Nederlandse hout hoeft toch niet alleen gebruikt te worden voor spaanplaat en houtpulp. En voor installatiebedrijven is een kantoor als dit leuk werk en ook extra werk.”

De houten kozijnen zijn buiten geschilderd met high solid-verf en binnen met natuurverf. Ongeverfd hout zou snel verkleuren en ook vuil worden. Het belangrijkste aspect is voor Den Boon het duurzaam bouwen. Het Eco-kantoor gebruikt de helft minder aan elektriciteit en water dan vergelijkbare kantoren. Het ingenieursbureau DHV uit Amersfoort heeft een en ander op verzoek van E-Connection uitgerekend.

De initiële investering valt weliswaar hoger uit, maar in het gebruik is het Eco-kantoor over een periode van dertig tot vijftig jaar veel goedkoper, aldus Den Boon, en die voordelen nemen toe naarmate elektriciteit en water in de toekomst nog duurder worden. Er zijn geen aanwijzingen dat die prijzen zullen dalen, integendeel.

Nu al zijn de netto huisvestingslasten niet hoger dan die van kantoren in de onmiddellijke omgeving. Den Boon: “Bedenk wel, het is niet alleen maar verspilling van energie en water wat je bij die andere kantoren ziet, het is nog duur ook.”

Het Eco-kantoor is gefinancierd met een lening van Triodos Bank in Zeist. De bij deze bank ingelegde spaargelden worden uitgeleend ten behoeve van tal van “projecten met een maatschappelijke meerwaarde”, zoals, in dit geval, het milieuvriendelijke bouwen. Het kantoor is ontworpen door de architect Pieter van der Ree van bureau Orta, dat gespecialiseerd is in 'organisch bouwen'.

Samen met een werkmaatschappij van Triodos Bank vormde E-Connection een bv, E-kantoor bv, die opdrachtgever en eigenaar is van het kantoor. Den Boon: “Triodos is echt een partner gebleken die iets aandurft. Onze bouwplannen hebben raakvlakken met innoverende milieuprojecten. Men was bij Triodos heel snel enthousiast.”

Op het ministerie van VROM wordt de ontwikkeling van het Eco-kantoor met belangstelling gevolgd. Den Boon: “Daar wil men echt iets substantieels.” Dat betekent overigens niet dat er voor dit kantoor met allerlei subsidies is gesmeten.

Op de totale bouwkosten vormen de kleine deelsubsidies, zoals voor de zuinige verlichting, samen nog geen 1 procent.