Groei joodse stad dwingt bedoeïenen naar belt

Enkele honderden bedoeïenen moeten wijken voor de uitbreiding van een joodse stad op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnen komen voor hen op, omdat zij dit zien als een principiële zaak.

MA'ALE ADUMIEM, 17 JULI. “Hoe is het afgelopen”, vraagt een Israelische chauffeur in Ma'ale Adumiem, een snel expanderende joodse stad op de bezette Westelijke Jordaanoever nabij de weg van Jeruzalem naar Jericho. “Is er een compromis bereikt met de bedoeïenen?” In een paar zinnen legt hij uit er niet over te piekeren zijn kostbare bulldozers en tractoren te gebruiken om land waar de bedoeïenen al zo'n kleine veertig jaar wonen, te effenen voor verdere bouw in Ma'ale Adumiem.

“Het is een schandaal wat hier gebeurt. De bedoeïenen hebben groot gelijk dat ze zich niet laten verjagen. Maar natuurlijk laat ik hun woede niet op mijn materieel koelen. Dat is een andere zaak.”

Gisteren werd er onder het oog van de politie en de grenspolitie door de Israelische Vrede Nu-beweging en andere pressiegroepen geprotesteerd tegen het voornemen van de Israelische autoriteiten zo'n 400 leden van de Jahalin-stam voor 28 augustus van hun land te zetten. Voor het Hooggerechtshof in Jeruzalem hebben de bedoeïenen hun zaak verloren en het lijdt geen twijfel dat het Israelische leger hun tenten zal vernietigen en de nomaden zal verdrijven naar een stuk grond bij de vuilnisbelt van Ma'ale Adumiem.

Daar stinkt het en de grond is er volgens Israelische leden van de natuurbescherming vergiftigd en gevaarlijk, niet alleen voor de beesten maar ook voor mensen. Vuilniswagens rijden af en aan op deze trieste plek, vier kilometer van Ma'ale Adumiem. In de verte, binnen hun gezichtsveld, ligt de snel groeiende, moderne stad.

Nu worden de bedoeïenen in de meest letterlijk zin van het woord in Ma'ale Adumiem door in aanbouw zijnde appartementen en nieuwe wegen omsingeld. De Palestijnse leider Faisal Husseini uit Jeruzalem en Saeb Erakat, een minister uit de regering van Yasser Arafat, waren gisteren naar een van hun locaties, aan de voet van een heuvel, in Ma'ale Adumiem gekomen om met Israelische en andere vredesactivisten een vuist te maken tegen de schending van de rechten van de bedoeïenen. “Vrede is niet land confisqueren: vrede is leven geven”, luidt een slagzin op een oude Volkswagen. Dat was eigenlijk ook de boodschap van Faisal Husseini, die tijdens een geïmproviseerde persconferentie in een bedoeïenen-tent uitlegde dat het voornemen van Israel om de bedoeïenen van hun land te gooien voor zijns inziens illegale Israelische bouw een schending is van het autonomie-akkoord van Oslo. Voor Husseini is het lot van de Jahalin-bedoeïenen een test voor de vredesintenties van de nieuwe Likud-regering van premier Benjamin Netanyahu. De strijd tegen de bedoeïenen om het land in Ma'ale Adumiem werd echter al aangebonden door de linkse vredesregering van premier Shimon Peres, die heimelijk ook de snelle bouw van Ma'ale Adumiem stimuleerde en financierde. “We richten ons tot alle instanties in de wereld om de verjaging van de bedoeïenen te verijdelen”, zegt Husseini. “Niemand wil geweld gebruiken om dit probleem op te lossen. We willen niet terug naar vroegere tijden maar naar de toekomst kijken.” Saeb Erakat waarschuwt dat “de regering-Netanyahu voor voortzetting van de nederzettingenpolitiek heeft gekozen in plaats van voortzetting van het vredesproces”.

De bedoeïenen laten deze stortvloed van woorden uit de mond van de Palestijnse leiders over zich heen gaan. Zij laten anderen voor hun zaak praten omdat ze hebben geleerd dat er naar hen niet wordt geluisterd.

In de jaren vijftig werden zij door Israel uit hun woongebied in de zuidelijke Israelische Negev-woestijn verdreven naar gronden tussen Jeruzalem en Jericho op Jordaans grondgebied. De Israelische verovering van de Westelijke Jordaanoever in 1967 op het Hashemitische koninkrijk bracht hen weer onder Israelisch gezag.

Bijna een kwart eeuw werden ze vervolgens met rust gelaten en konden ze hun schapen en geiten weiden op de uitgestrekte heuvels, waar in de winter zware regens vallen die de woestijn kortstondig groen verven en water door de wadi's - rivierbeddingen - jagen, dat struikgewas de kans geeft een jaar de hitte van de zon tot de volgende regens te weerstaan. Dat is de wereld van de Jahalin-bedoeïenen, die, evenals in de Negev-woestijn het geval was, in conflict komen met de moderne Israelische urbanisering waarin geen plaats is voor woestijnromantiek. Israel heeft plannen om Ma'ale Adumiem tot in de richting van Jericho uit te breiden tot een van de grootste steden van het land.

Het conflict met de bedoeïenen is een peulenschil vergeleken met wat er nog aan ruzies met de Palestijnen inzit over deze stedelijke expansie op land waar de Palestijnen hun Palestijnse staat willen stichten. Faisal Husseini en Saeb Erakat kwamen gisteren ook daarom voor de rechten van de bedoeïenen op omdat zij aanvoelen dat deze strijd zo principieel en hard mogelijk tegen de regering-Netanyahu moet worden gevochten. “Het is een test-case voor de vrede”, zeiden ze.

Gisteren namen fotografen van het leger en de politie foto's van demonstranten en journalisten die naar Ma'ale Adumiem waren gekomen. Toen iedereen weer weg ging bleef er een klein tentje van de Zweedse vredeswandelaar Boudewijn Wegerif staan. Het moet het centrum worden van een vredeskamp dat bij de tenten van de bedreigde bedoeïenen moet verrijzen om recht te doen aan de slagzin 'Ons land is niet voor kolonisten', die jonge bedoeïenen in de lucht staken toen de demonstranten door het woestijnzand naar hun auto's terugliepen.