Een toren waar Frankrijk zwijgt

Onze correspondenten berichten met nieuwsgierige verwondering en per definitie met enige afstandelijkheid over hun land of gebied. Deze zomer leggen ze tijdelijk hun journalistieke distantie af en onthullen ze hun favoriete toevluchtsoord.

Waar de Bourgogne niet beroemd is ligt een oude, begroeide, grotendeels bewoonde stadsmuur die omhoog voert naar een prachtig slot bovenop de berg. Het slot had een magnifiek uitzicht over de vallei van de rivier de Serein. Helaas, het slot is verwoest, misschien door een vorst van ver. Maar opgenomen in de muur liggen nog een paar torens, rond en nobel.

In een van die torens woont een kunstenaar die er lang niet altijd is. Hij heeft me de sleutels gegeven, om de frambozen op het binnenplaatsje te oogsten, en te genieten van het uitzicht. Zomer en winter is het er koel, de muren van een meter dik laten geen grote schommelingen van temperatuur toe. De vuurplaats zorgt binnen een uur dat de vochtige kilte wordt omgezet in een behaaglijke houtbrandlucht.

De stilte is er compleet, niet alle huizen in de oude stadsmuur zijn bewoond. Het stadje is een dorp. Ver beneden de ronde torenkamer stroomt de rivier voorbij. 's Zomers waden de koeien kniediep in hun drinkwater. 's Winters, als het smeltwater uit de bergen naar het Franse laagland stroomt, treedt de Serein ongehinderd buiten haar oevers. De verveelvoudigde bedding krijgt dan het aanzien van een Nederlandse uiterwaard. Twee vaderlanden vloeien ineen, een rustgevender vlucht uit de fascinerende gekte van Parijs is niet denkbaar.

Dit is de Bourgogne-streek waarvan ik vroeger dacht dat ze er alleen maar rode wijnen maken waar je de volgende dag een zwaar hoofd van overhoudt. Een vergissing. In de noordelijke Bourgogne worden, bijvoorbeeld in Irancy en Coulanges, lichte rode wijnen gemaakt die toch Bourgogne zijn. En dan Chablis, waar de Serein zo sereen naar toe stroomt, via lieflijke plaatsen als L'isle-sur-Serein, Massangis, Noyers, Perrigny, Sainte Vertu, Poilly, Chemilly en Chichée.

Chablis heeft een naam hoog te houden als fruitige, wat kiezelige, witte wijn met een reputatie tot achter in Texas. In de praktijk is het een bijzonder onopmerkelijk stadje. Huizen met grote wijnnamen op de gevel staan er gewoon te zijn tussen de bakker en de videowinkel. Op de zondagse markt worden vals-gebloemde schortjurken, boerenpetten, ijzerwaren en andere eminent-Franse waren verkocht. Na gedane zaken eet men een sandwich jambon cru en ledigt men un ballon in Café de la Chablisienne, op de Place Général de Gaulle, veel formica en spiegelende steentjes.

Eens per jaar wordt in Chablis of in een van de bijna twintig omliggende dorpen het wijnfeest van de streek gevierd. Ieder dorp komt aan de beurt. Vorig jaar mocht ik er bij zijn, toen Chemilly het middelpunt was. Het dorp is zo klein dat men geen volwassen wijnkoningin kon vinden. Men had moeten kiezen uit twee nichtjes van zestien en zeventien. De jongste was het geworden. Niemand kon met zekerheid vertellen waarom. Ik vermoed dat haar parelende lach het won; over twintig jaar zou daar minder van over zijn, maar het schisma in de familie zal tot in de volgende generaties voortduren.

Een jaar lang hadden alle dorpelingen papieren bloemen, struiken en vogels gevouwen. De kerk en belangrijkste straten van Chemilly waren veranderd in een lieve caranavals-tuin: wie voor een paar kwartjes een speciaal glas kocht, kon zich verder de hele dag op iedere straathoek laten bijschenken met de witte Chablis die door de verenigde wijnboeren voor het feest was samengesteld. Dat gaf een vliegende start aan de maaltijd, die van twee uur 's middags tot ver in de avond werd geserveerd in een enorme witte tent.

Een menu van negen gangen, die stuk voor stuk werden gemarkeerd door een nieuwe Bourgogne-wijn, heeft me dicht bij een gargantueske maagdarm-explosie en een monumentale dronkenschap gebracht. Het eerste voorafje, Foie gras de canard, was al bijna avondvullend. Toen kwamen de Pavé de saumon en de kalfszwezerik nog, afgerond met een Trou Bourguignon, een klein glaasje waarbij vergeleken een kopstoot een duwtje is.

Na de rust volgden de Tournedos Masséna, een groenten-offensief, de kaas-armada, de groene sla met noten en de Fruits de quatre saisons Romanoff (met champagne). Kortom, een heerlijke lichte lunch. Het was een groot feest. Tussen de gangen mocht worden gedanst op Mexicaanse boeren-rock, tot de koks in een lange rij de volgende, op culinaire brancards geïnstalleerde anatomische les kwamen demonstreren.

Door de gave van het buitenlanderschap zaten we aan de hoofdtafel, mèt het feest-koninginnetje, het Kamerlid uit de streek, de jeugdige wijnboer die president van het feestcomité was, enkele nieuwe chevaliers de tastevins en de commissaris van politie. De aanwezigheid van deze laatste functionaris was van het grootste belang: op de dag van het Saint Vincent Tournante-feest worden statistisch gezien weinig blaastesten en arrestaties verricht, zeker niet na afloop van de maaltijd. Ook het parkeren volgt natuurlijke banen.

Bijna alle streken van Frankrijk kennen hun heerlijkheden. Daarom rijden er ook zoveel Nederlanders naar toe, met aardappelen en pindakaas voor een maand achterin. De noordelijke Bourgogne heeft het voordeel dat het er niet makkelijk mooi is. Daarom is het geen echte toeristenbestemming, al kan je er met een stafkaart heel goed wandelen. Uitkijken voor de vossen en de zwijnen. Blijf naar uw eigen dorp gaan. Het dal van de Serein is te lieflijk om het aan de grote klok te hangen.

    • Marc Chavannes