Dezelfde oude drempel

In Bosnië herhaalt de geschiedenis zich niet, maar wat zich er op het ogenblik afspeelt doet er wel aan denken. Het belangrijkst is tot dusver het verschil: een toestand van wankele vrede die vorig jaar door alle betrokkenen voor volstrekt onbereikbaar werd gehouden.

Toen waren de troepen van Karadzic en Mladic druk bezig met het vermoorden en begraven van vele duizenden. Nu worden de resten door personeel van het Oorlogstribunaal onder bescherming van IFOR opgedolven. Toen bereidden de troepen van de Verenigde Naties zich voor op de aftocht, Sarajevo was eigenlijk al prijsgegeven, het Oorlogstribunaal werd feitelijk als een farce beschouwd en de 'internationale gemeenschap' wist niet hoe ze de agressie moest keren. Nu is dat allemaal radicaal anders. In augustus vorig jaar werden de Bosnische Serviërs door het Kroatisch offensief in de Krajina onder de voet gelopen en vervolgens heeft een reeks serieuze luchtaanvallen onder Amerikaanse auspiciën een einde aan de oorlog gemaakt. Het zal zin hebben, de slachtoffers te herdenken. Niet minder nuttig is het, nog eens te beseffen waardoor het komt dat na Srebrenica niet half Sarajevo is uitgemoord.

De Nederlanders hebben, zoals bekend, in de eindfase van de strijd geen schitterende rol gespeeld. In welke mate de positie van Dutchbat 'hopeloos' was, wie daarvan de schuld heeft, wat de oorzaken zijn, of er binnen de grenzen van het hopeloze nog niet iets anders mogelijk was geweest, daarover is het debat nog niet gesloten. Maar afgezien van de vraag naar de mate van individuele heldhaftigheid, is er iets anders dat ook de aandacht verdient. De Bosnische geschiedenis van de afgelopen vier jaar bestaat als het ware uit twee compartimenten: in het ene speelt zich de oorlog af; in het andere de oorlogsbegeleiding door het Westen. Er is een geschiedenis van moordpartijen en verwoestingen, en een andere van aarzeling, opvlieginkjes van moed die telkens in realisme tot bedaren komen, van onenigheid tussen de bondgenoten en vooral: van een hopen op beter tijden zodat men, al hopend, dit vraagstuk in quarantaine zou kunnen houden. Vier jaar Bosnische geschiedenis aan Westelijke kant is de ontkenning dat de oorlog daar een groot vraagstuk voor het hele Westen was. Het is de geschiedenis van een fatale vergissing.

Srebrenica mag een domper zijn op de nationale trots. Maar laten we niet uit het oog verliezen dat hier met massagraven ook het eindpunt van de realistische quarantainepolitiek wordt gemarkeerd. Na de grote moordpartij moesten de Westeuropese naties door deze merkwaardige combinatie van Kroaten en Amerikanen definitief over de brug worden geholpen. Toen waren in ieder geval de agressors verslagen. Vervolgens komt Dayton, IFOR arriveert en in Rome worden de partijen opnieuw tot de orde geroepen. Er worden hulprogramma's opgezet, de eerste massagraven worden geopend. Srebrenica is behalve een Nederlandse nederlaag het eindpunt van het rampzalige realisme van het Westen.

Een afzonderlijk hoofdstuk in de Bosnische geschiedenis van het Westen is dat van de berechting der oorlogsmisdadigers. Nog vóór het Tribunaal was geïnstalleerd (de oorlog was in volle gang), had zich een school ontwikkeld die de zienswijze verdedigde dat van al die vruchteloosheid de politici niets dan last hadden en dat het vredesproces er alleen door kon worden belemmerd (hoewel er in die tijd al helemaal geen vredesproces was). De openbare aanklager, Richard Goldstone, liet weten dat in zijn rechtsopvatting voor politieke overwegingen geen plaats was. Als het Tribunaal zich een begin van geloofwaardigheid heeft veroverd, is dat in de eerste plaats aan Goldstone te danken. Het heeft vervolgens, door tegen allerlei twijfel, verzet en bedreigingen in het onderzoek voort te zetten, zijn geloofwaardigheid versterkt. Daardoor, èn door de nieuwe omstandigheden waarin het Tribunaal werkt, heeft het automatisch een groter politiek gewicht gekregen.

Hier begint de geschiedenis ons weer bekend voor te komen. Volgens het Akkoord van Dayton zullen op 14 september verkiezingen moeten worden gehouden. De illusie dat daarmee de grondslag voor een multi-etnisch Bosnië zullen worden gelegd, is inmiddels vervaagd. Het was een illusie, dat zal het nog jaren blijven. Maar het hoeft nog altijd geen illusie te zijn dat het mensen die van de zwaarste oorlogsmisdaden worden verdacht, wordt belet om het via 'democratisch' gehouden verkiezingen tot staatshoofd te brengen (misschien zelfs onder toezicht van de 'internationale gemeenschap').

Het Tribunaal heeft Mladic en Karadzic aangeklaagd. Arrestatie door wie? Dat is de vraag, zoals het een jaar geleden de vraag was wie de besluitvaardigheid zou hebben om agressors en massamoordenaars te bombarderen. De Franse president Chirac vindt de tijd rijp om tot arrestaties over te gaan, maar misschien kunnen zijn troepen de handboeien niet vinden, evenmin als generaal Janvier vorig jaar de vliegtuigen. Richard Holbrook is in Bosnië aangekomen, spreekt de taal die men van hem gewend is, de directe, maar hoe staat het met zijn geloofwaardigheid nadat bekend is geworden dat er in Washington wordt geaarzeld omdat men daar niet weet wat het best voor de presidentsverkiezingen zal zijn? Wordt het Tribunaal geruisloos in de steek gelaten?

De gebeurtenissen van nu doen in ieder geval sterk aan de geschiedenis denken. Wat 'Europa' heet bestaat in Bosnië niet als politieke macht. Elke dag worden Mladic en Karadzic zorgvuldig op de hoogte gehouden van wat de Amerikanen en Europeanen niet willen, waarvoor ze bang zijn, enz. Opnieuw wordt de vijand met de bekende blauwdruk voor een politiek van bluf, dreiging, draaien en chantage bediend. Het zal interessant zijn te volgen hoe de 'internationale gemeenschap' de ontdekking van steeds meer massagraven weet te verzoenen met de voorbereiding van de verkiezingen en de ongestoorde vrijheid van de grote oorlogsmisdadigers. Toegegeven, geen geringe opgave, maar men heeft er voor heter vuren gestaan.

    • H.J.A. Hofland