De ongelukkige mythe van de maakbare psyche

Mijn vriendenkring bestaat, maatschappelijk bezien, vooral uit losers. Veel van hen leven, hoewel ze intelligent, creatief en talentvol zijn, op een bestaansminimum. Sommige zijn in de loop van hun ongeveer twintig jaren dakloos geworden, andere gek of seropositief. De conclusie: wij functioneren niet.

Waar jongeren in de jaren zestig de oorzaak van en oplossing voor hun niet-functioneren zochten in de vraag: 'Wat moet er veranderen in de maatschappij?', of ruimer nog: 'Wat moet er veranderen in de wereld?', stellen wij onszelf maar één vraag, waarin als presuppositie een streng gebod besloten ligt: 'Wat moet ik veranderen aan mijzelf?' Het kapitalisme als boosdoener of de klassenmaatschappij als zondebok: geen twintiger kan met goed fatsoen dit soort verzachtende omstandigheden aanvoeren om zijn persoonlijk falen tegenover zichzelf en de buitenwereld te verklaren. Er is voor ons maar één oorzaak: wijzelf. Wij zijn verplicht ons eigen geluk te maken.

Opgroeiend in de jaren zeventig kregen we het voorgeschoteld op onze fondueborden: in Nederland is alles prima geregeld. Een sociaal-democratisch paradijs, waar iedereen gelijke porties krijgt opgediend in keurige, afgebakende vakjes. Het was voor ons slechts een kwestie van groot worden voordat we de logische conclusie trokken: als ik niet gelukkig word, ligt het aan mezelf. De beslissende mentaliteitsverandering had plaats in de jaren tachtig. Verenigen en vechten voor idealen werd, onder druk van de verslechterende economie, weggehoond en vervangen door het onverenigd vechten voor jezelf. Het denken over de maakbaarheid van de samenleving vervangen door het denken over de maakbaarheid van het individu. De media propageerden het het plezierige nieuwe idee: jij hebt controle over jouw geluk.

Eerst werden we, in het begin van de jaren tachtig, vertrouwd gemaakt met het idee controle te kunnen uitoefenen over ons lichaam. De juiste kleding, de juiste voeding, de juiste training zouden ons het ideale uiterlijk en de ideale gezondheid brengen. En daarmee: geluk en succes. Het was de tijd van de joggende vaders en de aerobicende moeders. De filmster Jane Fonda beleefde haar tweede jeugd als de verpersoonlijking van het idee van de maakbaarheid van het lichaam. De hoogtijdagen van anorexia nervosa, bulimia en deformerende cosmetisch-chirurgische ingrepen lijken inmiddels voorbij. Wellicht droeg de definitieve mislukking van Michael Jacksons neuscorrectie daartoe bij. Of de publikatie van keiharde cijfers over de slachtoffers van het tot op het bot nagestreefde schoonheidsideaal, in Naomi Wolffs The Beauty Myth (1990).

Vanaf het einde van de jaren tachtig gaan we geloven dat de ideeën over ons lichaam ook opgaan voor onze geest. Ook daarover kunnen wij controle uitoefenen. Een kwestie van voeden en trainen. Een uitgebreid assortiment van therapieën, cursussen, workshops en meditatietechnieken biedt ons de mogelijkheid het produkt 'ik' te innoveren en optimaliseren. Amerikaanse boeken met geluksrecepten als die van Louise Hay (Je kunt je leven helen, Gebruik je innerlijke kracht) krijgen een plekje op het nachtkastje van de Nederlandse vrouw. Haar man leest over haar schouder mee. Met de opening van Oibibio, Nederlands eerste echte sportschool voor de geest, wordt de drempel om daadwerkelijk deel te nemen aan de cultus van de maakbaarheid van de psyche verder verlaagd. Emile Ratelband ten slotte, neemt de drempel geheel weg.

Helaas. Het o zo aantrekkelijke idee dat je je eigen geluk kunt maken, blijkt de sluipmoordenaar van de geborgenheid. Druk doende zijn eigen God te worden, kijkt iedereen paranoïde of het de ander al is gelukt. Natuurlijk is dat slechts enkelen gegeven. De rest weet het hooguit te suggereren. Uit angst dat toegeven dat het echt niet lukt, tot uitstoting leidt. Of, zoals een jonge vrouw op de radio, gevraagd waarom zij de vriendschap met haar hond verkoos boven de vriendschap met een mens, het ongeveer formuleerde: “Ook als je er belabberd uitziet, je depressief voelt en uit je bek stinkt, zal een hond je nooit afwijzen”.

Ondertussen passen we op de ander dezelfde strenge normen toe als op onszelf. Hierdoor levert het idee van de maakbaarheid van de eigen psyche een tweezijdige toename van de druk op: het dwingt het individu zichzelf als schuldige aan te wijzen en vormt tegelijkertijd voor het collectief een vrijbrief om met de vinger naar het individu te wijzen. Dat maakt het weinig aantrekkelijk om bij anderen voor hulp aan te kloppen. Een dakloze vriend krijgt van zijn omgeving regelmatig te horen: 'Je hebt zelf gewild dat je dakloos werd'. En, koud ontslagen uit een gesloten inrichting, kreeg hij tijdens een intake-gesprek voor een kliniek het advies: 'Ga maar werken bij de Burger King'. Ofwel: 'Je hebt er zelf voor gekozen om gek te worden'.

Met het tellen van de slachtoffers van de nieuwe mythe kan inmiddels begonnen worden. Onder de strak geplamuurde laag van het geestelijk equivalent van The Beauty Myth breekt velen het zweet uit. Poederen helpt niet meer, want de onderhuids doorgewoekerde eigen-schuld-dikke-bult begint langzamerhand verlammingsverschijnselen te veroorzaken. Het aantal mensen dat aanklopt bij de geestelijke gezondheidszorg is de laatste jaren flink gestegen. Dit jaar zullen naar verwachting zo'n 750.000 mensen in behandeling zijn. Dat zijn dan alleen degenen die daadwerkelijk aankloppen voor hulp. Onlangs werd geschat dat een op de vier Nederlanders kampt met depressieve klachten.

Collectief lijken we al zeer goed te beseffen dat we ons vastklampen aan een failliet idee. Schoorvoetend geven we toe dat we in deze onzekere tijden eigenlijk verlangen naar werkelijk contact, onbaatzuchtig delen, geborgenheid. Het is de handelswaar van het explosief groeiend aantal relatiebureaus. We hopen dat al cocoonend met onze partner al onze verlangens worden vervuld. Maar relaties lopen stuk. En ook mét blijven we ons onveilig voelen. Want individueel zijn we nog te zeer gevangen in de spiraal van onze eigen dwanggedachten om te zien waar een betere oplossing ligt.

Die ligt niet in een rehabilitatie van het idee dat de samenleving de schuldige is (hoewel het kapitalisme er zeker wel bij vaart dat men de schuld voor zijn eigen ongeluk niet in het systeem zoekt, maar in zichzelf). Dus toch nog maar een keer iets aan onszelf veranderen? Het wordt hoog tijd dat we niet meer zoveel moeten van onszelf. Niet meer bang zijn dat als we even niets doen, niets veranderen, niets bewijzen, niets aanpassen, niets bijschaven, nergens 'aan werken', maatschappelijk succes onbereikbaar wordt. Dat onze vrienden ons dan zullen verlaten en we als een nobody een eenzame hongerdood zullen sterven. Lukt het ons eenmaal onszelf een beetje met rust te laten, dan doorbreken we de spiraal. We hoeven dan niet meer zo bang te zijn dat we van alles moeten van anderen, die niet meer zo bang hoeven te zijn dat ze van alles moeten van ons. Daar zouden we best eens gelukkiger van kunnen worden.

Met het doorprikken van de mythe van de maakbaarheid van lichaam en geest zal de druk van binnenuit en die van buitenaf verminderen. Zodat we ook eens bij een ander dan onze partner zonder angst voor afwijzing depressief kunnen zijn, er belabberd uit kunnen zien of uit onze mond kunnen stinken.

    • Petra Boers