Brahms in stukjes uiteengevallen

Concert: Schönbrunn Ensemble m.m.v. Nancy Argenta (sopraan). Programma: Bach: Tweede Orkestsuite, Cantate 'Ich habe genug'. Brahms: Eerste Serenade. Gehoord:16-7 Concertgebouw Amsterdam.

Er bestaat een merkwaardige correlatie tussen musici en de zaal waarin zij optreden. De Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw kan moeiteloos een heel orkest, maar ook één enkele pianist omsluiten. Toch bleek diezelfde zaal gisteren te groot voor het op authentieke wijze musicerende Schönbrunn Ensemble, dat er maar niet in slaagde de slechts half gevulde ruimte met klank te vullen.

De oorzaak daarvan was niet per definitie het authentieke instrumentarium waarop dit gespecialiseerde ensemble opereert, want wat barokinstrumenten aan sonoriteit en volume lijken te ontberen kan weer gecompenseerd worden door de helderheid en de penetrantie van de klank. Het probleem leek voornamelijk veroorzaakt te worden door de extreem snelle tempi, waarvoor het Schönbrunn Ensemble een voorliefde bleek te hebben.

Weliswaar voorkwam de vaart waarmee de musici zich door Bachs Tweede Orkestsuite heenwerkten de slepende temerigheid waaraan juist middelmatige barokensembles zich zo vaak schuldig maken, maar wat overbleef was niet veel meer dan ritme zonder klank. Alleen fluitist Marten Root, die op zijn traverso de wildste capriolen kan uithalen zonder dat de muziek er onnatuurlijk door gaat klinken, ontsnapte aan dit gevaar. De in vliegende vaart vertolkte Badinerie klonk dan ook het meest overtuigend. Ook tijdens de orkestinleiding van de aangrijpende cantate Ich Habe genug, die Bach in 1727 componeerde ter opluistering van Marialichtmis, ontbrak het vooral bij de hoge strijkers van het Schönbrunn Ensemble aan toonvorming en melodie. Er klonken hoofdzakelijk contouren, die de Canadese sopraan Nancy Argenta maar mondjesmaat met een substantiële inhoud wist te vullen. Ondanks de wendbaarheid van haar heldere en pure stem, ontbrak het ook bij Argenta aan volume en dramatische zeggingskracht.

Een waldhoorn, een fagot en twee klarinetten voegden zich bij het tot dan toe uit traverso, strijkers en basso continuo opgebouwde Schönbrunn Ensemble, voor de vertolking van Brahms' Eerste Serenade in D uit 1858. Dit stuk werd gepubliceerd in de bekende versie voor groot orkest, maar aanvankelijk heeft Brahms het als een nonet voor blazers en strijkers geschreven. Het Schönbrunn Ensemble storte zich met enthousiasme op Alan Bousteads reconstructie van deze verloren gegane versie, maar de resultaten klonken erbarmelijk. Zowel de blazers als de strijkers bezondigden zich aan een onverdraaglijk slordige intonatie. Bovendien ontbrak het ten enemale aan het grote overzicht, zodat de Eerste Serenade van Brahms in moeizame brokstukjes zonder lijn en richting uiteenviel.

    • Wenneke Savenije