Bodem van schatkist in zicht

AMSTERDAM, 17 JULI. Het gebeurt niet vaak dat het rentebeleid van De Nederlandsche Bank uitgebreid aan bod komt in de internationale financiële pers. Meestal gaat alle aandacht uit naar de Duitse Bundesbank, waarna in één zinnetje de centrale banken worden genoemd die eveneens de rentetarieven hebben gewijzigd.

Ook de reeks van onafhankelijke renteverlagingen door DNB in de eerste helft van dit jaar baarde weinig opzien. Dit paste immers in het alom verwachte scenario van voortgaande renteverlagingen in Europa. In tegenstelling hiermee kreeg de verhoging van de beleningsrente met 0,1 procentpunt tot 2,7 procent wel volop aandacht, omdat hiermee de twijfels aan bovengenoemd scenario werden aangewakkerd.

'Rentepessimisten' zien de stap van DNB zelfs als voorbode van renteverhogingen door de Bundesbank.

Mede gezien de prilheid van het economische herstel en de gematigde inflatie in Duitsland, lijkt hiervan overigens voorlopig nog geen sprake te zijn. Dit betekent niet dat DNB de rente niet verder zal verhogen. Zoals reeds in eerdere toelichtingen bij de weekstaat is vermeld, is DNB geneigd het beleningstarief te laten aansluiten bij de markttarieven. Na de recente tariefsverhoging is de 1-maands interbancaire rente nog steeds 0,3 procentpunt hoger dan de beleningsrente. Mede gezien de voortgaande verzwakking van de gulden - de Duitse mark noteerde vanochtend 1,123 gulden tegen 1,122 gulden een week geleden - is een verdere renteverhoging door De Nederlandsche Bank dan ook niet uit te sluiten. Uit de weekstaat blijkt dat tegenover betalingen van het rijk ter waarde van 2,2 miljard gulden en een 109 miljoen gulden hogere speciale belening, een verhoging van de kasreserve stond van slechts 958 miljoen gulden.

Als gevolg hiervan hoefden de banken een minder groot beroep te doen op de voorschotfaciliteit. Dit resulteerde in een stijging van de besparing op het contingent van 1,8 tot 2,7 procentpunt. Vrijdag gaat een nieuwe contingentsperiode in. Het gemiddeld toelaatbare beroep is voor deze periode vastgesteld op 4.355,7 miljoen gulden (tegen 4.203,9 miljoen gulden voor de huidige periode).

In de weekstaat valt verder nog op dat het rijk niet goed bij kas zit. Weliswaar wordt deze week en begin volgende week gestort op eerder gecontracteerde DTC's, maar daar staan diverse betalingen van het rijk tegenover.

Het is dan ook niet uit te sluiten dat het rijk zich voor aanvullende financiering tot de geldmarkt zal moeten wenden.

Bron: Economisch Bureau ING