Vlag in Vught hangt halfstok

EINDHOVEN, 16 JULI. In het gebouw van de luchtmachtkazere bij de basis Eindhoven kwamen gisteravond familieleden en vrienden van de slachtoffers van de vliegramp bijeen. Mensen huilden luid en zochten bij elkaar troost. Later kregen ze bezoek van onder meer premier Kok en van staatssecretaris J. Gmelich Meijling van Defensie. Het gebeurde allemaal in de chaos die gebruikelijk is bij dit soort gebeurtenissen.

Een aantal van de verwanten was eerder in Vught geweest waar de leden van het fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht gelegerd waren en waar ze na een concertreis naar Italië zouden worden afgehaald. De bus die eerder naar Eindhoven was vertrokken, keerde leeg terug. Garnizoenscommandant luitenant kolonel Th. Koppers zei “Hoe is het in godsnaam mogelijk? Ik weet het niet”. Bewakers van de Vughtse legerplaats zeiden: “We kennen iedereen van het korps. Als ze binnenkomen steken we altijd even de hand op.”

Voor het gemeentehuis van Vught hing vanmorgen de vlag halfstok. Burgemeester G.J. de Graaf zei dat “iedereen met stomheid is geslagen. Er heersen ontzetting, ongeloof en verdriet. Deze ramp heeft een groot gat geslagen in de Vughtse gemeenschap”. Het fanfarekorps, dat was ontstaan na een fusie tussen de muziekkorpsen van de Genie en de Limburgse Jagers, telde ongeveer 45 muzikanten. Van hen zaten er 36 in het vliegtuig. Zes anderen waren met de auto uit Italië naar Nederland teruggereden. Tenminste 2 van de muzikanten kwamen uit Vught, een aantal uit de directe omgeving en de overigen uit andere delen van het land. Hun leeftijden liggen tussen de 20 en 30 jaar jaar. Na de reorganisatie bij Defensie werd het muziekkorps geleidelijk aan omgebouwd tot een beroepskorps. Nu was er nog een aantal dienstplichtigen lid van, van wie sommigen aanstaande maandag zouden afzwaaien. De thuisbasis was de kazerne Lunetten in Vught. In de Vughtse gemeenschap was het korps volgens De Graaf een begrip. Geregeld gaf het er koffieconcerten. “Als we een beroep op het korps deden dan waren ze er”, aldus De Graaf. Overwogen wordt om in Vught een gedenkteken op te richten. Rond het vliegveld in Eindhoven ontstond na het bekendworden van de ramp een chaos. De hulpverlenende instanties hadden de handen vol om de wegen voor de ambulances vrij te houden. Op sommige plaatsen raakten ze niettemin toch verstopt door grote aantallen ramptoeristen. Tijdens twee opeenvolgende persconferenties zaten de burgerlijke en militaire autoriteiten verslagen achter de tafel. De Belgische minister van Defensie J.P. Poncelet keek strak voor zich uit. Tientallen camera's stonden opgesteld en een zeer groot aantal journalisten, van wie velen uit België, schreeuwden hun vragen door elkaar hen. Onder meer over de oorzaak van het ongeval. Staatssecretrais Gmelich Meijling zei: “Speculeren daarover kan interessant zijn, maar onze eerste zorg gaat nu uit naar de gewonden en naar de familie.”

Een traumateam van het Eindhovense Diaconessenziekenhuis heeft gisteravond nog geprobeerd om op de plaats van de ramp een aantal mensen te reanimeren, echter zonder resultaat. Van een groot aantal slachtoffers waren de longen ernstig beschadigd door de klap en door de hitte van de brand die kort na het ongeluk ontstond, maar die snel onder controle was. Mensen die in de buurt van het vliegveld wonen zeiden dat de Hercules scheef boven de baan hangend kwam aanvliegen. Anderen spraken van een “zwabberende beweging”. Het vliegtuig zou volgens getuigen “opvallend laag” over de gemeente Veldhoven, die eraan grenst, hebben gevlogen. Ze zeiden ook dat de hulpverlening laat op gang kwam. Volgens commandant A. van Dijke van de regionale brandweer was hij om vier minuten over half zeven uit de kazerne weggereden en om vier minuten voor zeven op de plek aangekomen. Daar was op dat moment, volgens Van Dijke, al een team bezig mensen uit het wrak te halen.

    • Max Paumen
    • Guido de Vries