Unidroit-verdrag

Uit het artikel 'Verdrag belemmert musea in hun aankoopbeleid' (NRC HANDELSBLAD, 4 juli), over de mogelijke gevolgen van het Unidroit-verdrag over gestolen en illegaal uitgevoerde 'kunst', blijkt dat dit goedbedoelde verdrag zijn doel volkomen voorbijschiet en en passant de bonafide kunsthandel en de particuliere verzamelaar op een onacceptabele wijze criminaliseert.

Voordat de Nederlandse Museumvereniging haar onvoorwaardelijke steun aan dit verdrag verkondigde, had men er wellicht goed aan gedaan om enig juridisch advies in te winnen.

Het onbegrip over de reikwijdte van het Unidroit-verdrag blijkt duidelijk uit de in het artikel geciteerde uitspraak van de heer Vos, voorzitter van de museumvereniging: “Dit verdrag heeft, voor zover ik weet, vooral betrekking op belangrijke kunstvoorwerpen, die in Nederland nauwelijks worden verhandeld”. Eén van de grote problemen van het Unidroit-verdrag is juist dat nagenoeg alle door de mens gemaakte voorwerpen er onder vallen. Zowel Vos, als minister Sorgdrager die de 'Elgin Marbles' als voorbeeld noemt (NRC HANDELSBLAD, 29 juni) denken kennelijk dat het verdrag alleen 'belangrijke' kunstvoorwerpen betreft, maar dat is nu juist niet het geval. Weliswaar was dat inderdaad het oorspronkelijke uitgangspunt dat tot een effectief verdrag ter bestrijding van kunstroof had moeten leiden, maar het uiteindelijke verdrag omvat zowat alles: van postzegels tot auto's, van foto's tot aardewerk, afkomstig uit één van de aangesloten staten.

Sterker nog, de lijst van voorwerpen die in de annex van het verdrag is opgenomen, is precies dezelfde als die van een vergelijkbaar UNESCO-verdrag uit 1970, dat toen op goede gronden door de Tweede Kamer is verworpen. Dat de volksvertegenwoordiging dat toen juist inschatte, blijkt uit het feit dat bijna geen land indertijd het UNESCO-verdrag tekende, laat staan ratificeerde.

Dat ook nu, landen als de Verenigde Staten van Amerika, Engeland en Duitsland, tot de vele landen behoren die dezelfde lijst, iets anders verpakt, opnieuw verwerpen, zou voor Nederland een teken aan de wand moeten zijn. Gelukkig kan de Tweede Kamer hier andermaal een stokje voor steken. Ook zonder dit verdrag, kan en moet er hard opgetreden worden tegen werkelijke kunstroof en diefstal.

    • V.J. Geerling