Standaardtaal

In NRC HANDELSBLAD (28 juni), lees ik dat gestreefd wordt naar een nationale en Europese erkenning van het Limburgs. Inderdaad valt niet in te zien waarom in ons land alleen het Fries wordt erkend als streektaal.

Anderzijds kan men zich afvragen of met de erkenning van streektalen een goed doel wordt gediend. Het gebruik van standaardtalen bevordert immers de nationale en internationale communicatie. Zonder de standaardtaal ('Hoch')Duits verstaan een Noord-Duitser en een Beier elkaar niet. Zonder de standaardtaal Frans geldt hetzelfde voor een Breton, een Corsicaan en een Occitaans sprekende inwoner van Montpellier. Zonder standaard Spaans verstaan een Bask, een Catalaan en een Galiciër elkaar ook niet.

Erger nog wordt het voor 'buitenlanders'. Moeten die dan Baskisch, Beiers, Bretons, Catalaans, Corsicaans, Gaelic, Fries, Letzeburgs, Limburg, Occitaans, enzovoort gaan leren naast de standaardtalen? Ondanks het feit dat ik Spaans beheers ben ik nu al 'verloren' in Catalonië omdat ik allerlei verkeersaanduidingen niet begrijp.

Wanneer de standaardtalen in de verdrukking komen, kan de dwaze situatie ontstaan dat de Madrileen en de Barcelonees, de Bremer en de Münchener, de Quimperer en de Narbonnees allen hun toevlucht moeten zoeken tot het Engels om elkaar te verstaan. Dat zou een echter culturele verarming met zich brengen om niet te spreken van de extra kosten van vertalingen als bijvoorbeeld alle wetten en contracten in streektalen moeten worden gesteld (zoals thans reeds in Catalonië).

De erkenning van streektalen lijkt derhalve een gevaarlijke weg.

    • Jan P.C. ten Hove