Regels voor kleine ziekenhuizen

DEN HAAG, 16 JULI. Kleine ziekenhuizen kunnen wel blijven bestaan, maar moeten zich meer richten op eenvoudige zorg. Bovendien moeten ze beter samenwerken met grotere ziekenhuizen en andere zorgverleners zoals huisartsen, thuiszorgorganisaties en verpleegtehuizen.

Dit heeft minister Borst (Volksgezondheid) in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld.

De achttien ziekenhuizen met minder dan 250 bedden en met minder dan twintig specialisten kunnen volgens Borst vooral in de landelijke gebieden wegens de spreiding in het land nog een functie blijven vervullen. De zorgverlening in deze ziekenhuizen zal dan echter aan de nodige voorwaarden moeten voldoen.

Kleine ziekenhuizen moeten in samenwerking met grotere ziekenhuizen in de omgeving duidelijk vastleggen welke zorg kan worden aangeboden. Dat geldt dan met name voor spoedeisende hulp, complexe chirurgische ingrepen met intensive care-voorzieningen en kindergeneeskunde. Een aantal instellingen heeft die afspraken al gemaakt of is daarmee bezig. Sommige schieten volgens Borst daarin echter nog tekort.

Ziekenhuizen die er niet in slagen afdoende samen te werken met andere grotere ziekenhuizen zullen volgens Borst op de lange termijn hun klinische functies af moeten stoten. De instelling zal dan als 'ziekenhuis zonder bedden' dienst moeten doen als praktijkruimte voor bijvoorbeeld de spreekuren van de gezamenlijke huisarten en medisch specialisten.

Borst richt zich nu op de positie van kleine ziekenhuizen na signalen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de soms kwetsbare positie van de klinieken. Daarnaast hebben kleinere ziekenhuizen die in financiële problemen zijn geraakt, verschillende malen een beroep gedaan op het ministerie van Volksgezondheid. Volgens Borst is het doorgaans moeilijk en kostbaar om oplossingen voor dergelijke instellingen te vinden.

Alle ziekenhuizen in Nederland hebben te maken met een afnemend belang van opnames ten opzichte van poliklinische zorg en dagzorg. Bovendien hebben de instellingen te maken met de groei van complexe en dure vormen van zorg.