Provincies en gemeenten kritiseren besluit bij Raad van State; 'Betuwelijn geheel ondergronds'

DEN HAAG, 16 JULI. Alsnog ondergrondse aanleg van de gehele Betuwelijn en wanneer dit onmogelijk is, een forse uitbreiding van het aantal tunnels in het huidige ontwerp. De provinciale besturen van Zuid-Holland en Gelderland, tientallen gemeentebesturen, ondernemers en particulieren bepleitten dit gisteren voor de Raad van State.

Voor de vierde keer had dit college een dag (en avond) uitgetrokken voor de behandeling van beroepschriften tegen de planologische kernbeslissing Betuweroute. Gisteren stond de bandbreedte ter discussie: de strook waarbinnen de lijn zal moeten worden aangelegd. Het kabinet houdt horizontaal vijftig meter ter weerszijden van de as van de spoorlijn aan en verticaal mag de definitieve uitvoering maximaal één meter twintig lager of hoger komen te liggen dan nu aangegeven.

Juist die geringe 'verticale bandbreedte', waardoor geheel ondergrondse aanleg onmogelijk werd, heeft veel betrokkenen argwanend gemaakt. “Immers, daardoor was de hele discussie over een ondergrondse aanleg in een klap van de baan”, hield advocaat Leenhouts namens veertien bedrijven in de Betuwe de drie staatsraden voor. Gedeputeerde J. de Bont van Gelderland schetste hoe die beperking min of meer uit de lucht was komen vallen: “We hadden juist aangetoond dat het boren van een honderd kilometer lange tunnel zou kunnen voor 46 tot 52 miljoen gulden per kilometer. Ruim binnen het budget dus. Plotseling staat er die één meter twintig in de plannen, onze berekeningen deden er niks meer toe.”

De Bont en een groot aantal appellanten zijn er van overtuigd dat het kabinet de mogelijkheden van een gehele of grotendeels ondergrondse aanleg nooit serieus heeft onderzocht. In dit verband werden zeer kritische opmerkingen gemaakt over de commissie-Van Engelshoven die in 1993 voor de minister van Verkeer en Waterstaat heeft bekeken of zo'n lange tunnel zou kunnen worden gebouwd. Het antwoord was nee. “De voorzitter van de commissie had belangen bij de grootste containertransporteur in Rotterdam. Daar wilde men geen dag langer wachten op de goederenlijn”, aldus de adviseur van een aantal gemeenten in de Betuwe. Een ander vroeg zich af of de zaak toen al niet te veel in de prestigesfeer was terechtgekomen, waardoor de tunnelaanleg met allerlei “oneigenlijke argumenten” moest worden tegengehouden. Daarbij zou ook de leiding van de Spoorwegen invloed hebben uitgeoefend, omdat die sterk de voorkeur geeft aan bovengrondse aanleg. Gedeputeerde De Bont: “Het rapport-Engelshoven was geen volwaardig onderzoek.”

Diverse malen werd gisteren verwezen naar de Hoge Snelheidslijn waarvoor een negen kilometer lange tunnel onder het Groene Hart zal worden gebouwd. Om het milieu te sparen. “Voor de Betuwelijn moest de bandbreedte beperkt worden gehouden onder meer wegens de kwaliteit van het grondwater en de bodemgesteldheid. Bij de HSL is een verticale bandbreedte van 25 meter vastgelegd. Speelt daar de kwaliteit van het grondwater dan geen rol”, vroeg advocaat Leenhouts zich af. Ook de vertegenwoordigers van Zuid-Holland en Gelderland wezen de Raad van de State op de tegenstrijdigheid die zij constateerden in de plannen voor beide spoorlijnen. Mede om die reden drongen beide besturen aan op vernietiging van de planologische kernbeslissing, zodat de aanleg van ten minste nog eens drie tunnels (Schelluinen, Gorinchem, Gelderse Poort) mogelijk wordt.

Niet alleen ondergrondse aanleg, ook de verdiepte ligging van de Betuwelijn is door de gekozen bandbreedte onmogelijk geworden. Volgens ir. Lievense, die de buistunnel (half onder- en half bovengronds) ontwierp, hebben de ambtenaren van het ministerie nooit naar goede alternatieven willen kijken. In een kort pleidooi hield hij de staatsraden voor dat er om die reden ook gesjoemeld is met kostencalculaties. “De bouwdienst van Rijkswaterstaat had eerst uitgerekend dat mijn buistunnel op 37.000 gulden per strekkende meter zou uitkomen. Dertigduizend voor de bouw en 7.000 wegens onvoorziene kosten. In latere berekeningen kwam dezelfde dienst op 31.000 gulden voor de bouw, ongeveer hetzelfde dus. Maar plotseling was de post onvoorzien naar 23.000 opgetrokken. Zonder enige argumentatie. Rare zaak toch”, aldus Lievense.

Diverse appellanten vroegen aandacht van de staatsraden voor de activiteiten van de onroerend-goeddivisie van NS: “Overal in het gebied zijn mensen van NS bezig om grondaankopen in der minne te regelen. Dat is uit bestuurlijk oogpunt onjuist, omdat we midden in een beroepsprocedure zitten.”