Pronk vergroot de kloof die hij wil dichten

Stopzetting van overheidssubsidie betekent het einde van Toolnet Logistics, een bedrijf dat pionierde in het goedkope elektronische berichtenverkeer in de Derde Wereld. Een onbegrijpelijke blunder, vindt Michiel Hegener.

De enige Nederlandse organisatie die zich daadwerkelijk bezighoudt met het installeren van e-mail-verbindingen in ontwikkelingslanden, is bijna ter ziele. Op 1 juli besloot minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) de financiering van de afdeling Toolnet Logistics van de Stichting Toolnet in Amsterdam niet te continueren. Voor alle tien personeelsleden van Toolnet gaan deze week de ontslagaanvragen de deur uit.

Toolnet-abonnees schrijven hun e-mail offline op hun PC, en sturen het per modem naar een centrale landelijke PC, een Toolnet Access Point (TAP). Elke nacht belt de computer van het Toolnet-hoofdkwartier aan de Sarphatistraat alle vijftien TAP's. E-mail uit Bangladesh of Vietnam of Mali wordt daarna via Amsterdam over het Internet verspreid; e-mail voor Toolnet-abonnees gaat langs dezelfde weg de andere kant op. Voor arme landen is e-mail dus een uitkomst: een tekst doorgeven als e-mail kost ongeveer een tweehonderdste van doorgave via de telefoon, en een vijftiende van een fax van hetzelfde aantal woorden.

Faxen naar arme landen blijven vaak onbeantwoord, omdat verzending van het antwoord de ontvanger een of twee dagsalarissen kost. Maar de berichten flitsen heen en weer zodra een organisatie, maakt niet uit hoe diep in Afrika, e-mail heeft. Vragen worden snel en enthousiast beantwoord, en even een rapport meesturen - hierheen of daarheen - gaat met een paar toetsenbord aanslagen.

Toolnet heeft hard gestreefd naar financiële verzelfstandiging. In afwachting daarvan kreeg de stichting een jaar geleden van de overheid een overbruggingskrediet voor twaalf maanden van 1,2 miljoen gulden. Anders dan verwacht blijkt dat nu niet genoeg, maar meer steun wil het directoraat-generaal internationale samenwerking (DGIS) niet geven. Op 4 juli schreef de minister: “Daarnaast overheerst dezerzijds de mening dat het elektronisch netwerk van Toolnet nooit zonder subsidie kan worden geëxploiteerd, mede vanwege de razendsnelle opkomst van commerciële providers die gebruik maken van meer geavanceerde techniek.”

Hier maakt DGIS een beoordelingsfout. Natuurlijk heeft het door Toolnet gevoerde beleid zwakke plekken, misschien zijn er zelfs aperte fouten gemaakt. Maar een belangrijke verzachtende omstandigheid is dat telecommunicatie een nieuw onderdeel is van ontwikkelingshulp, de Nederlandse in het bijzonder. Toolnet speelde een pioniersrol, was gedwongen te experimenteren en liep daardoor meer risico's dan het zoveelste irrigatieplan. Verder is het de vraag waarom Toolnet, dat amper twee jaar operationeel is, zo vreselijk snel op eigen benen moest staan: massa's ontwikkelingshulpprogramma's worden financieel met veel meer clementie behandeld.

Ook is onduidelijk waarom de besluitvorming over Toolnet niet een paar maanden kon wachten, want op dit moment kampt het ministerie nog met een vrijwel categorische afwezigheid van relevante expertise. Over waterputten en vrouwenprojecten hoef je ze bij DGIS niets wijs te maken, maar aan het ABC van telecommunicatie in ontwikkelingslanden zijn ze nog maar net begonnen.

Dat is niet zomaar een gemis. Tot een jaar of tien geleden werd telecommunicatie voor ontwikkelingslanden nog als een soort luxe gezien, iets van later zorg - maar nu heeft het de hoogste prioriteit in brede kring, met de Wereldbank en de International Telecommunication Union als grote gangmakers. Zonder een goede telecominfrastructuur en goede faciliteiten voor datacommunicatie is economische ontwikkeling vrijwel onmogelijk.

Dat is geen Westers verzinsel - de vraag naar betere telecommunicatie, via Internet in het bijzonder, ontwikkelt zich explosief in bijna alle ontwikkelingslanden. Ze kunnen het alleen amper betalen. De kloof tussen arm en rijk heeft tegenwoordig gezelschap van de snel breder wordende kloof tussen de Westerse informatiemaatschappijen en de wereld van minder dan een telefoonaansluiting per honderd inwoners.

Vandaar dat vorig jaar op verzoek van Pronk een blauwdruk werd ontwikkeld voor het ambitieuze International Institute for Communication in Development. Met een jaarlijks budget van enkele miljoenen en ruim tien m/v personeel, moet het IICD met ingang van aanstaand najaar een schakel vormen tussen ontwikkelingssamenwerking en de sector telecommunicatie plus alles wat daarbij hoort. Voor DGIS zal het IICD de rol van expertisecentrum krijgen, met een toetsende en evaluerende rol voor telecommunicatieprojecten in de Derde Wereld - zoals Toolnet Logistics bijvoorbeeld. Waarom kon DGIS de vraag over de toekomst van Toolnet Logistics niet laten rusten tot het IICD er is?

Ondertussen is store and forward e-mail helemaal geen verouderde technologie waarvoor het doek is gevallen. Natuurlijk is een open Internet-verbinding waarmee men ook het world wide web op kan nog mooier en beter, dat vindt men in Afrika ook. Echte Internet verbindingen rukken in de hele Derde Wereld op, maar helaas ontbreken bijna overal de Internet-verbindingen. Dus nu worden dunne, dure verbindingen gehuurd tussen ontwikkelingslanden en verafgelegen backbones. Ghana, om maar eens een typerend voorbeeld te noemen, heeft voor het hele land een 14,4 kilobit/s verbinding met Groot-Brittannië, en een Internet-abonnement kost er honderd dollar per maand.

Zeker in de rurale gebieden is nog meer dan genoeg ruimte voor laagdrempelige, fijnmazige store and forward-netwerken. Dat blijkt ook wel, want terwijl minister Pronk Toolnet Logistics opdoekt, blijven het Brits-Amerikaanse APC Greennet, het Réseau Intertropical d'Ordinateurs van de grote Franse ontwikkelingshulporganisatie Orstom en nog een hele reeks kleinere organisaties in de Derde Wereld vrolijk doorgaan en uitbreiden.

Als Toolnet was blijven bestaan, hadden de 'inbelpunten' moeten verhuizen naar de rurale uithoeken, een operatie die in Bangladesh en de Filippijnen al in gang is gezet. Op het platteland van de Derde Wereld is zeker geen sprake van een “razendsnelle opkomst van commerciële providers die gebruik maken van meer geavanceerde techniek”. Doorgaans is er zelfs geen telefoon te vinden, maar met draadloze technieken (ondermeer packetradio en kleine laagbanige satellieten) zijn ook daar heel goed s&f e-mail verbindingen op te zetten.

Voor technische en financiële steun uit het Westen is daarbij alle ruimte. In de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking had daarom ruimte moeten blijven voor Toolnet Logistics. Een voor Nederland uniek expertisereservoir loopt nu leeg, de Derde Wereld is over een paar weken vijftien opstapppunten naar de elektronische snelweg armer. Al met al een blunder.