Olympische Spelen

Omdat de Olympische Spelen dezer dagen worden geopend, schoot mij de naam Tollien Schuurman te binnen. Zij was een sprintster en zou uitgezonden worden naar de Spelen van Berlijn. Maar aangezien zij toen al wist dat Hitler de joden zeer slecht behandelde en zij een sportdame met principes was, weigerde zij in aanmerking te komen voor uitzending.

Zij heeft mij dit, jaren later en ook al weer lang geleden, verteld. Anderen bezaten die wetenschap niet, of minder, of lieten zich er niet door leiden. Maar behalve Tollien bleef ook bokser Bennie Bril thuis en de Nederlandse krachtsportbond en de turnbond meden Berlijn eveneens. Iemand die met gemengde gevoelens aan 1936 terugdenkt, blijkt Rie Mastenbroek te zijn. Deze zwemster, ooit badjuffrouw in het Wilgenplas-zwembad in Rotterdam, won driemaal goud plus zilver. Maar nu, op hoge leeftijd gekomen, voelt zij zich achtergesteld bij Fanny Blankers-Koen, die één gouden plak meer thuisbracht. Inderdaad is de roem van Fanny niet te vergelijken geweest met de zeer beperkte bekendheid van Rie Mastenbroek. Dat lag niet aan haar, maar aan de omstandigheid dat atletiekprestaties meer aanspraken dan zwemmen - hoe onbillijk dat ook was.

Spelen waar heel veel om te doen is geweest waren die van 1956 in Melbourne. Terwijl sommige sportmensen al naar Australië waren gereisd en de chef sport van het ANP, Leo de Wolff, daar eveneens al was gearriveerd, kwam de algemene vergadering van het Nederlands Olympisch Comité tot het verrassende besluit geen ploeg uit te zenden. Reden: de inval van de Russen in Hongarije. Zoals ik het me herinner, was het de invloed en de spreekvaardigheid van de toenmalige voorzitter van het NOC, mr. J. Linthorst Homan, die de afgevaardigden ertoe bracht Melbourne te mijden. Ik moet toegeven dat ik op die avond in de Haagse dierentuin ook onder de indruk was van Linthorst Homans argumenten en overtuigingskracht, maar toen bleek dat bijna niemand ons standpunt volgde (alleen Spanje, Zwitserland en Liechtenstein) ging ik twijfelen aan de juistheid van de beslissing. Was het geen leeg gebaar? En viel deze beslissing niet typisch te rangschikken onder wat de Duitsers noemen de consequentie die rechtstreeks naar de duivel voert?

Wat mij spijt is niet dat de Spelen nog steeds overlevingskracht tonen. Ze blijven nog altijd een zeer geduchte krachtmeting van zeer grote en iets kleinere talenten. Wat ik jammer vind, is ten eerste dat ze - een eeuw na de geboorte - niet aan Griekenland zijn toegewezen. Het zal wel vlotjes lopen in Atlanta; vlotter wellicht dan in Athene, maar met Samaranch aan het roer is keihard voor geld en wereldwijde sponsoring gekozen. Dat stemt een tikje droef. En dat is mijn tweede bezwaar: het wordt zo Amerikaans. Zakelijk en kinderlijk tegelijk. Het zal vermoedelijk nauwelijks iets van warmte uitstralen. En verder ken ik ten minste één sportvrouw aan wie ik zou gunnen dat ze haar formidabele prestatie van vier jaar geleden zou kunnen herhalen, Ellen van Langen. Op moment van schrijven is nog steeds niet zeker of ze fit genoeg is om deel te nemen en van winnen kan eigenlijk geen sprake zijn. Hoe is het mogelijk, dat een griezelig lot heeft beslist de gouden-medaillewinnares van Barcelona jarenlang geblesseerd te houden?

PS: Destijds is beweerd, dat de principiële opstelling van Linthorst Homan niet los gezien kon worden van diens perikelen in de Tweede Wereldoorlog, toen hij deel uitmaakte van het driemanschap dat de Nederlandse Unie leidde. Deze unie was geenszins on-Nederlands, maar meende in haar contacten met de Duitse bezetters vrij ver te moeten gaan. Het kostte Linthorst Homan zijn commissarisschap der koningin in Groningen. Er is later betoogd, dat Homan in zijn naoorlogse tijd min of meer revanche op zichzelf heeft willen nemen.

    • Herman Kuiphof