OESO: lager minimumloon schept geen banen

PARIJS, 16 JULI. Het is onduidelijk of een verlaging van het minimumloon de kans op werk voor de laagopgeleiden vergroot. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijkse rapport over de vooruitzichten voor de werkgelegenheid, dat gisteren is verschenen.

In Nederland is de discussie over verlaging van het minimumloon onlangs even opgelaaid, nadat minister Wijers (Economische Zaken) deze maatregel had voorgesteld als methode op arbeid goedkoper te maken voor bedrijven. Minister Melkert (Sociale Zaken) gelooft echter niet dat met deze ingreep meer laaggeschoolde werklozen aan de slag komen.

De OESO, waarbij 27 landen zijn aangesloten, weet in deze ook niet wie er gelijk heeft bij de aanpak van de werkloosheid. Volgens de OESO is het onduidelijk in hoeverre minimumlonen en hoge uitkeringen, die ook vaak worden genoemd als een rem op het vervullen van vacatures, een effect hebben “op de algehele kansen op werk voor de laaggeschoolden en degenen zonder werkervaring”.

De rijke landen lijken de komende jaren te moeten kiezen tussen een aanhoudend grote werkloosheid of een vrijere arbeidsmarkt. Wat ze ook kiezen, echt verminderen zal de werkloosheid niet, althans niet in de komende twee jaar.

Grote werkloosheid is slechts een van de kenmerken van het slecht functioneren van de arbeidsmarkt in veel landen. De sociale structuur komt onder spanning te staan doordat de inkomens steeds ongelijker verdeeld zijn, vooral in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, zo staat in het rapport. Waar de OESO als voorstander van een vrije markt er tot op heden vanuit ging dat inkomensverschillen leiden tot economische groei en dus banen, is de organisatie daarvan nu minder zeker. De kwestie of de inkomensverschillen de werkloosheid verminderen dan wel vergroten is volgens de OESO “nog lang niet opgelost.”

Wel is volgens de OESO aannemelijk dat een groeiende inkomensongelijkheid leidt tot meer armoede en tot een hardere roep om bezuinigingen, waardoor de sociale voorzieningen weer onder druk komen te staan. In tegenstelling tot het verleden laat de OESO na om zijn standaardrecept voor werkloosheidsbestrijding voor te schrijven. De organisatie hield tot voor kort vast aan vermindering van de arbeidskosten.

Ditmaal ziet de OESO meer heil in een combinatie van sociale voorzieningen voor werklozen en laagbetaalden, waarbij moet worden afgezien van zware belastingen op arbeid om die sociale voorzieningen te bekostigen. De overheden moeten zien te voorkomen dat hoge uitkeringen mensen afhouden van het zoeken naar werk, maar moeten tevens vermijden dat belastingen de laagbetaalden in hun inkomensgroei remmen. (Reuter)