Moskouse virtuozen zijn stuurloos strijkje

Concert: Virtuozen van Moskou o.l.v. Vladimir Spivakov (viool). Werken van Bartók, Beethoven, Mozart. Gehoord: 15/7, Concertgebouw Amsterdam.

Tijdens het optreden van de Virtuozen van Moskou, maandag in het Concertgebouw, school aanvankelijk een enorme discrepantie tussen wat het oog signaleerde in het programmaboekje - 'een van de belangrijkste kamerorkesten ter wereld' - en het oor waarnam in de Grote Zaal: een wanluidend en stuurloos, stamelend strijkje.

Beethovens Grosse Fuge, in zijn moderniteit misschien wel het meest intrigerende muziekstuk van deze componist, klonk op de beste momenten strak en opengewerkt, maar overwegend was zij vaal en vals. Mozarts Symfonie KV 201 was ritmisch onvast en werd slap gespeeld als thee, getrokken van een hergebruikt zakje. Uitvoeringen kortom beneden de maat.

Toch hebben de Virtuozen van Moskou ten minste één werkelijke virtuoos in hun gelederen: violist Vladimir Spivakov. Het is alleen te betreuren dat hij vooral dirigeert en nauwelijks soleert. Zijn directietechniek, met het voorkomen van een kokette stierenvechter, komt in ieder geval niet tot haar recht in de muziek van de twee Weners op het programma.

In de muziek van Bartók blijkt zij echter wonderwel te werken. Als solist weet Spivakov de sfeer van de Eerste rapsodie voor viool en orkest goed te treffen. Met een zekere nonchalance, een vleugje Hongaarse zoelte en een fraaie viooltechniek doorbrak hij na de pauze overtuigend de voor alle betrokkenen zo pijnlijke lethargie. Spivakov leidde zijn musici vervolgens niet onverdienstelijk door de vele gemoedsstemmingen die Bartóks Divertimento voor strijkers rijk is. Bovendien werd er opeens gespeeld met een kracht en een souplesse die de indruk wekte dat nog niet alle virtuozen Moskou hebben verwisseld voor het Westen. Als de Virtuozen van Moskou de Weners er nu eens uit zouden gooien en Bartók zouden combineren met bijvoorbeeld een Kammersinfonie van Sjostakovitsj, zou er in de toekomst nog best eens iets moois kunnen groeien.

    • Emile Wennekes