Longletsel is levensgevaarlijk

ROTTERDAM, 16 JULI. De levens van de negen gewonde overlevenden van het ongeluk op vliegbasis Eindhoven zijn op korte termijn vooral in gevaar door het opgelopen longletsel. Volgens chirurg H. Boxma van het Brandwondencentrum in het Rotterdamse Zuiderziekenhuis vormen hun ademhalingsmoeilijkheden voorlopig het grootste probleem, niet de brandwonden.

In het Rotterdamse Brandwondencentrum zijn vier van de negen overlevenden opgenomen. De longschade is ontstaan door de klap waarmee de Hercules op de grond is gekomen, terwijl de hitte en rookontwikkeling van de daarna uitgebroken brand het longweefsel verder heeft aangetast.

Bij een ongeluk botst een slachtoffer vaak tegen een massief voorwerp dat niet het lichaam binnendringt, maar door de grote krachten die in het spel zijn toch ernstig intern letsel kan veroorzaken.

Als, zoals bij de overlevenden, de borstkas de klap opvangt is sprake van een stomp thoraxletsel. Zowel de longen als het hart kunnen dan beschadigd raken. De behandeling hangt af van de ernst van het letsel.

Vaak worden de patiënten beademd. Met een slaapmiddel worden ze in rust gebracht zodat hun zuurstofverbruik minimaal is. Vocht en eventueel bloed wordt met een drain afgevoerd. Als de long is samengedrukt en steeds verder inklapt wordt de situatie levensbedreigend.

De brandwonden kunnen nadat de eerste crisis is overwonnen nog voor complicaties zorgen. De meeste overlevenden hebben derdegraads brandwonden. Bij eerstegraads brandwonden is alleen de opperhuid beschadigd. De rode huid sterft af en de wond geneest spontaan.

Bij tweede graadsbrandwonden ontstaan pijnlijke brandblaren. De opperhuid is diep aangetast, maar nog intact. Bij derdegraads verbranding is de opperhuid plaatselijk helemaal verbrand. Behalve de diepte van de brandwond is de uitgebreidheid van de verbranding van belang voor de prognose.

Met kunsthuid en huidtransplantaties worden de wonden langzaam maar zeker gedicht en kan zeer ernstige verlittekening worden voorkomen. De gespecialiseerde behandeling in de drie Nederlandse brandwondencentra in Beverwijk (twaalf bedden), Groningen (tien bedden ) en Rotterdam (twintig bedden) houdt ondermeer een hoogcalorische voeding in, bescherming tegen vochttekort en tegen dreigende infecties door de open huid.