Israel worstelt met gastarbeiders

TEL AVIV, 16 JULI. Teder laat een Roemeense gastarbeider in Tel Aviv een op batterijen werkend beertje bewegen. Zal hij het bruine beertje voor zijn in Roemenië achtergebleven kind kopen?

Veel tijd om te denken heeft hij niet. Met een razendsnelle armbeweging grist de kraamhoudster het beestje uit de handen van de arbeider. “Aan spelen doen we hier niet. Kopen of niet”, zegt ze. “Hoeveel”, vraagt hij. “Vijfendertig shekel” (18 gulden). De prijs is te hoog en de Roemeen verdwijnt in de menigte buitenlandse arbeiders die zich bij het oude busstation in Tel Aviv ophoudt.

In een paar jaar is het straatbeeld daar volledig veranderd. Naar schatting zijn er thans 250.000 buitenlandse arbeiders in Israel, ongeveer tien procent van het aantal Israeliërs dat in het arbeidsproces is betrokken. Het afstoten van Palestijnse arbeid om veiligheidsredenen en de snelle expansie van de Israelische economie heeft het joodse land tot trekpleister voor werkzoekenden uit alle werelddelen gemaakt. De droom van de zionistische pioniers om Israel met joodse arbeid op te bouwen is al jaren geleden te pletter geslagen op de economische realiteit.

De grote omslag kwam in 1967 toen de Israelische verovering van grote Arabische gebieden goedkope Arabische arbeid binnen het bereik van Israelische ondernemers bracht. Druzen uit de dorpen op de Hoogvlakte van Golan, Bedoeïenen uit de diepte van de Sinaï-woestijn en Palestijnen uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever hebben tientallen jaren in de Israelische bouw en landbouw gewerkt.

Deze bedrijfstakken zijn zo afhankelijk van Arabische arbeid geworden dat razendsnel arbeiders uit Roemenië, Polen, Turkije, Thailand, China en de Filippijnen moesten worden aangetrokken toen als gevolg van de Palestijnse intifadah en Palestijnse aanslagen in Israel de grenzen voor Palestijnse arbeid vrijwel dicht gingen. In nog geen zes jaar is het aantal gastarbeiders aangezwollen van 10.000 tot een kwart miljoen, uit een dertigtal landen.

Volgens het bureau van de statistiek zijn er nu 110.000 gastarbeiders met werkvergunningen in Israel. De meerderheid van de buitenlanders, onder wie Egyptenaren en Jordaniërs, is hier echter illegaal. Ne'eve Shean, een winkelstraatje bij het oude busstation met uitsluitend schoenenwinkels en bordelen met, zoals de advertenties vertellen, 'nieuwe Russische meisjes', is de slagader van down-town Tel Aviv geworden.

Het is ook het straatje van de angst, waar Ghanezen desgevraagd niet willen vertellen waar ze werken en hoeveel ze verdienen. Op kistjes zitten groepen Roemenen bij elkaar. Tientallen lege bierflesjes liggen op de grond.

Een lange Roemeen zegt in gebroken Frans in de bouw vijf gulden per uur te verdienen, tweemaal zoveel als hij in zijn vaderland kan krijgen. Erg tevreden is hij niet. Hij klaagt over de kosten van levensonderhoud, de huur en het verblijf met nog drie andere arbeiders in een kamer. “Na het aflopen van mijn jaarcontract ga ik terug”, wil hij nog wel kwijt voordat zijn kameraden hem dwingen het gesprek te staken. Bij het invallen van de duisternis vestigen kleurige zwaailichten de aandacht op de bordelen en peep-shows. Eén heet 'Amsterdam'.

Regelmatig rijden, tergend langzaam, patrouillewagens van de politie door Ne'eve Shean. Iedereen wordt door de agenten van top tot teen opgenomen. Daar is wel reden voor want de omgeving van het oude busstation is een centrum van misdaad geworden. Dat is een van de bijverschijnselen van de toevloed van gastarbeiders waarop de Israelische samenleving niet was voorbereid.

De huisvesting van de meeste gastarbeiders is erbarmelijk. In de verlopen buurten in het zuiden van Tel Aviv hokken ze vaak in vervallen appartementen tegen te hoge huur bij elkaar. Soms met een man of tien in een appartement van zestig vierkante meter. Problemen met de werkgevers zijn aan de orde van de dag.

In de Roemeense pers zijn bijzonder kritische artikelen verschenen over uitbuiting van Roemeense gastarbeiders in Israel. Het afgelopen half jaar heeft de Israelische overheid krachtig ingegrepen tegen allerlei praktijken van bazen en koppelbazen die met de rechten van de gastarbeiders een loopje namen. De illegale arbeiders, die als toeristen en pelgrims naar Israel komen, genieten deze bescherming echter niet. Zij worden onderbetaald en doen het werk waar de Israeliërs hun schouders voor ophalen. In bussen die uit Tel Aviv iedere ochtend vroeg naar de 'betere' buitenwijken rijden kijken schoonmakers, werksters en begeleiders van invaliden uit Azië en Afrika lusteloos voor zich uit.

Israel begint nu pas te ontwaken voor de grote sociale problemen die de aanwezigheid van zoveel gastarbeiders, die zich ook in andere steden van het land bevinden, met zich meebrengt. Dit jaar verbaasden de Israeliërs zich over het grote aantal Aziatische en Afrikaanse vrouwen dat met hun baby's voor verzorging naar de buurtklinieken komt. Op kleuterscholen en lagere scholen blijken ineens kinderen van gastarbeiders te zitten. Op zaterdagochtenden gaan in donkere kostuums gestoken zwarten met hun in kleurrijke jurken gehulde vrouwen naar in kelders ingerichte kerken (zondag is in Israel een werkdag).

De Israelische autoriteiten beginnen nu te beseffen dat de keerzijde van het gulzig binnenhalen van gastarbeiders ook de wil van velen is om zich in Israel te vestigen. Dezen laten hun vrouwen overkomen, die in Israel kinderen krijgen.

De Israelische minister van Arbeid, Eli Jeshai van de ultra-orthodoxe Shas-partij, heeft deze week aangekondigd “honderdduizend gastarbeiders uit Israel te zetten”. Rabbijn Ovadia Josef, de spirituele leider van Shas, had “zijn ministers” in de regering van premier Netanyahu opgedragen het aantal gastarbeiders te verminderen omdat “dezen de dochters van Israel bedreigen”.

Tegelijk wordt er plotseling in alle media stemming gemaakt tegen de gastarbeiders. Dronkenschap, onderling geweld en gebruik van drugs door de gastarbeiders krijgen nu aandacht op de pagina's van de bladen. Roemenen en zwarten maken zich volgens de politie schuldig aan seksuele misdrijven en Thais vangen en eten honden en katten.

Maar zolang het Israelische werkloosheidspeil rond de zes procent blijft schommelen en Palestijnse arbeid nog zoveel mogelijk buiten het Israelische economische circuit wordt gehouden, zal Israel op legale en illegale gastarbeiders blijven leunen.

    • Salomon Bouman