Hongaren; Beroering over 'autonomie'

De Hongaars-Slowaakse betrekkingen, al jaren op hun best moeizaam wegens het eeuwige strijdpunt van de Hongaarse minderheid in Slowakije, zijn weer ernstig ontwricht. Aanleiding is de slotconclusie die onlangs werd bereikt op een conferentie in de Hongaarse hoofdstad Boedapest over de positie van de Hongaarse minderheden in Slowakije, Roemenië en de Vojvodina.

De conferentie werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de Hongaarse politieke partijen en van de minderheden. In het communiqué, dat mede werd ondertekend door de Hongaarse premier Gyula Horn (maar niet, omdat het niet ver genoeg ging, door de Vojvodijnse Hongaren), werd 'autonomie' geëist voor die minderheden. Het gevolg: woede aan de noordelijke overkant van de Donau.

Op de bijeenkomst over “Hongarije en de Hongaren in het buitenland” waren vijf vertegenwoordigers van de 560.000 zielen tellende Hongaarse minderheid in Slowakije. Zij zetten, net als Horn, hun handtekening onder het slotcommuniqué, waarin werd vastgesteld dat “de vestiging van plaatselijk bestuur en autonomie, overeenkomstig de huidige Europese praktijk en de geest van internationale normen, van vitaal belang is voor de identiteit van de Hongaren over de grens, hun overleven en hun ontwikkeling”.

Het was voor alles het ene woordje 'autonomie' dat in de Slowaakse hoofdstad Bratislava de gemoederen heftig beroerde. Hongarije en Slowakije ondertekenden begin vorig jaar na veel druk uit de Europese Unie een bilateraal akkoord, waarin de wederzijdse relaties zijn geregeld, inclusief de rechten en plichten van de Hongaarse minderheid in Slowakije.

Hoewel de rechten van de minderheid sindsdien alleen maar zijn beperkt wist de Slowaakse ondertekenaar, premier Vladimír Meciar, pas na veel hangen en wurgen en na veel concessies aan zijn coalitiepartners het akkoord in zijn parlement geratificeerd te krijgen. En zelfs toen gebeurde dat pas met toevoeging van allerlei aanvullende - of beter: beperkende - bepalingen, waarin die rechten en plichten van de Slowaakse Hongaren in Slowaakse zin nader werden gedefinieerd en waarin met name werd vastgesteld dat hun individuele rechten niet mogen worden gezien als collectieve rechten. Toen Boedapest aanvoerde dat premier Horn dáár zijn handtekening niet onder had gezet verdwenen die toevoegingen weer geruisloos onder tafel. Wat resteerde was een gevoel van onbehagen aan beide kanten, en van de bedoeling van het basisakkoord - de eliminering van een kwestie - is eigenlijk niets terechtgekomen.

Tegen die achtergrond raakte het communiqué van de bijeenkomst in Boedapest een gevoelige plek. In Bratislava reageerde minister van Buitenlandse Zaken Juraj Schenk met een protest bij de Hongaarse ambassadeur. Het communiqué, zei Schenk, is “een stap, in strijd met de trend van de wederzijdse relaties”. De Slowaakse regering concludeerde dat de Hongaren naar letter en geest het basisverdrag tussen beide landen en de Europese minderhedenconventie schenden en 'de regio destabiliseren'.

Niet-officiële instanties in Slowakije gingen een paar forse stappen verder. Meciars partij, de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), protesteerde “resoluut” tegen “de nationalistische, chauvinistische en irredentistische bemoeienissen uit Hongarije”.

Het blad Slovenská Republika, HZDS-spreekbuis, vergeleek premier Horn met “de bolsjewiek Béla Kun en de fascist Miklós Horthy (de regent van Hongarije van de ondergang van Kuns republiek in 1920 tot zijn afzetting door de nazi's in 1944 - red.)” en zag in het communiqué van Boedapest het bewijs van “een internationale samenzwering tegen Slowakije”. Het linkse blad Praca bespeurde in Horns beleid “een streven naar een Groot-Hongarije”.

De Hongaren (en de Hongaren in Slowakije) wezen de protesten als 'hysterisch' en 'inopportuun' van de hand. In het slotcommuniqué immers kwamen termen die de buurlanden van Hongarije doorgaans tot woede brengen - zoals 'territoriale autonomie' en 'collectieve rechten' voor de Hongaarse minderheden - in het geheel niet voor. Er was alleen maar sprake van een pleidooi voor 'autonomie', en dat is, zo zei minister van Buitenlandse Zaken László Kovács, in overeenstemming met Europese normen. Hij bestreed dat autonomie automatisch tot separatisme leidt en dat territoriale autonomie voor de Hongaren in Slowakije in het pakket van verlangens van de Hongaarse regering voorkomt.

Het basisverdrag tussen Hongarije en Slowakije kwam tot stand na druk van de EU, die geen lidstaten wil toelaten die hun bilaterale problemen niet hebben opgelost. De ruzie, en dan vooral de felle reacties van de Slowaken, maken duidelijk dat het basisverdrag niets heeft opgelost. En daarmee is de moeizame relatie tussen Bratislava en Boedapest weer op het bordje van de EU beland.

    • Peter Michielsen