Europa moet VS meer helpen om stabiliteit in Azië te bewaren

Wie luistert naar Oostaziaten, zou de indruk kunnen krijgen dat ASEAM - de afkorting voor de Aziatisch-Europese topconferentie die in maart in Bangkok is begonnen - staat voor 'Asian Security, Europeans Missing'. Op een moment dat Europa en Oost-Azië hun veiligheidsvoorzieningen opnieuw bezien, zouden de twee gebieden, via een concrete samenwerking, juist nader tot elkaar gebracht kunnen worden.

De Europese Unie maakt al deel uit van het regionale veiligheidsforum dat in het leven geroepen is door de 'Association of South East Asian Nations', evenals van de 'Council for Security Cooperation in Asia Pacific', een particulier aanhangsel daarvan.

Europese landen hebben wel degelijk een actieve veiligheidsrol gespeeld in Oost-Azië. Veel EU-lidstaten hebben een belangrijke rol vervuld bij de vredesoperaties van de Verenigde Naties in Cambodja, terwijl Groot-Brittannië reeds lang deelneemt aan de 'Five Power Defense Arrangements', waarbij ook Australië, Nieuw Zeeland, Maleisië en Singapore betrokken zijn.

Maar het blijft een feit dat, wanneer de veiligheid in Oost-Azië bedreigd wordt, alleen de Verenigde Staten naar een hogere versnelling schakelen. Toen in maart de spanning tussen Taiwan en China hoog opliep, werden Frankrijk en Engeland geraadpleegd, maar ten slotte waren het twee Amerikaanse vliegtuigmoederschepen met steun van andere oorlogsschepen die de risico's niet uit de weg gingen.

Mocht er een crisis ontstaan over Noord-Korea, dan hebben alleen de Verenigde Staten de macht om de vrede te handhaven. De bijdrage van Europa aan de 'Korean Energy Development Organization' die werd opgezet om de ontwikkeling van kernwapens door Pyongyang te verhinderen, was minimaal.

Europa hoeft zich geen illusies te maken dat zijn vliegtuigmoederschepen in de Stille Oceaan voor agressieve doeleinden ingezet zullen worden. Niettemin bestaat wel degelijk de mogelijkheid dat een nieuw soort denken over veiligheid, zowel door de Europese Unie als door Oost-Azië, in ieder geval voor een aantal Europese landen het vooruitzicht biedt op een wezenlijke bijdrage.

Lidstaten van de Europese Unie hebben de neiging over een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te spreken, en Frankrijk en Duitsland lopen voorop bij het zoeken naar nieuwe mogelijkheden tot samenwerking. Bij een dergelijke samenwerking horen gecombineerde gevechtseenheden, het inzetten van een Westeuropese marine, gezamenlijke strategische groepen of brigades. Een belangrijke drijfveer voor het ontwikkelen van zulke projecten is de noodzaak rationeler gebruik te maken van beperkte middelen. Net als hun militair minder capabele Europese partners, hebben Frankrijk en Engeland er groot belang bij dat het zo rustig blijft in Oost-Azië dat de economische groei blijft zorgen voor markten voor Europese export, investeringen en technologie.

Als het handhaven van de vrede alleen op de Amerikanen neerkomt, ligt het voor de hand dat zij zullen klagen over 'uitvreters', hun boeltje pakken en vertrekken. Een actieve Europese bijdrage kan helpen Amerikaanse strijdkrachten in de Stille Oceaan te houden, en zou de Amerikanen zelfs kunnen overhalen om zich in te zetten op plaatsen die van direct belang zijn voor de veiligheid van de Europese Unie, zoals Bosnië.

De meest directe aanleiding om te denken over een nieuwe Frans-Britse rol in Zuidoost-Azië vormt het opheffen van de Franse kernproeflocatie in het zuiden van de Stille Oceaan. Er kunnen nu drie Franse fregatten, diverse kleinere schepen en een grote groep mariniers gehergroepeerd worden. Frankrijks Indische Oceaan eskader zou ook strijdkrachten kunnen leveren. De overdracht van Hongkong aan China in het midden van 1997 biedt ook Groot-Brittannië een mogelijkheid zijn strijdkrachten zo te hergroeperen dat zij kunnen helpen de stabiliteit in de regio te handhaven.

Wat zouden dus de twee voornaamste Europese militaire machten in de Stille Oceaan, Engeland en Frankrijk, samen kunnen doen om te helpen vrede en stabiliteit in de regio te handhaven? Een voor de hand liggend begin zou een actieve deelname zijn aan gewone militaire oefeningen met de Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea, Canada en andere landen uit de regio. Er bestaat ook ruimte voor nauwere militaire samenwerking met Australië.

Maar de belangrijkste stap zou een veel actievere militaire samenwerking zijn met de ASEAN-staten - Brunei, Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore, Thailand en Vietnam.

Australië heeft zich zeer ingespannen voor de regionale veiligheid via steeds meer bilaterale oefeningen met alle ASEAN-staten, met uitzondering van Vietnam. De Franse en Britse strijdkrachten, die nog moderner en capabeler zijn, zouden kunnen helpen de militaire vaardigheden van hun vrienden in ASEAN te ontwikkelen. Beide Europese landen hebben een rijke ervaring in het verdedigen van maritieme rijkdommen en, als zij een netwerk van middelgrote machten met de modernste militaire technologie zouden opbouwen, zou hun aanwezigheid ook een bijdrage kunnen leveren aan de instandhouding van de status quo.

Gegeven de relatief kleine omvang van zo'n Franse en Britse troepenmacht, kan er geen twijfel over bestaan dat de Europeanen blijven om te assisteren, niet om te dicteren. Als dit resulteert in een verbetering van Europa's vooruitzichten voor de verkoop van wapens, zal het de twijfelaars in Londen en Parijs de wind uit de zeilen nemen.

Als het resultaat ook betere Frans-Britse betrekkingen en meer vlees op de botten van een gemeenschappelijk Europees buitenlands en veiligheidsbeleid is, des te beter.

    • François Godement
    • Gerald Segal
    • F. Godement