CNV: straf trek naar goedkope landen

DEN HAAG, 16 JULI. De Industrie- en Voedingsbond van het CNV wil multinationale ondernemingen straffen die hun produktie van Nederland naar lage-loonlanden verplaatsen. Deze bedrijven zouden wat de bond betreft hogere WW-premies moeten betalen. Dat schrijft de CNV Industrie- en Voedingsbond in een brief aan de ministers Wijers (Economische Zaken) en Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Volgens de bond maken steeds meer multinationals zich schuldig aan “luxe reorganisaties louter en alleen om de aandeelhouders te plezieren”. Het arbeidsintensieve deel van de produktie wordt verplaatst naar landen waar arbeid goedkoop is.

Volgens de werkgeversorganisatie VNO/NCW helpt het CNV-voorstel niet. Secretaris arbeidsvoorwaardenbeleid mr. A. Schoenmaeckers noemt het “een raar plan” om bedrijven te straffen. “Je moet er juist naar streven dat bedrijven niet hun toevlucht tot lage-loonlanden zoeken”, aldus Schoenmaeckers.

De CNV-bond noemt in haar brief aan het kabinet drie recente voorbeelden van bedrijven die goedkopere arbeidsplaatsen in het buitenland hebben gevonden. Akzo Nobel verplaatst 600 arbeidsplaatsen van Ede naar Polen, Philips hevelt er 62 over van Sittard naar het Britse Blackpool. Het Duitse bedrijf Schwartzkopf/Henkel dat in Dordrecht werk geeft aan 140 mensen maakt volgens een woordvoerder van het CNV winst, maar meent in een ander Europees land enkele procenten meer rendement te kunnen halen als het de produktie daar naartoe verplaatst.

Bij vrijwel alle te schrappen banen gaat het om eenvoudig en laaggeschoold werk. Volgens voorzitter D. Terpstra van de CNV Industrie- en Voedingsbond staat dit op gespannen voet met het door het kabinet ingezette beleid banen te creëren aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook het VNO/NCW heeft zich volgens Terpstra aan die plannen gecommitteerd. Hij verwijt de leden van deze werkgeversorganisatie “maatschappelijk onverantwoordelijk gedrag”.

Melkert en Wijers zullen de brief van het CNV na de zomervakantie beantwoorden.