Atlanta voor broer en zus Duyster geen familiefeest

In de Nederlandse olympische ploeg zitten een broer en zus. Jeroen Duyster is stuurman van de Holland Acht, Willemijn Duyster is lid van de hockeyploeg.

ATLANTA, 16 JULI. Het zou opmerkelijk zijn, een broer en zus die op de Spelen uitkomen in twee verschillende takken van sport en allebei thuiskomen met een medaille. Of dat ook gebeurt? “Ik heb meer kans dan mijn zus”, zegt Jeroen Duyster. “Daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Wij hebben dit jaar met de Acht de hele wereld naar huis geroeid. Logisch dat we voor goud gaan.” De hockeysters plaatsten zich daarentegen met grote moeite voor Atlanta. “Dan praat je niet makkelijk over een medaille”, zegt de stuurman.

Maar wat als de familie Duyster toch twee plakken haalt? “Dat zou natuurlijk mooi zijn, maar geen reden voor een familiefeestje. Dat is overdreven. Het moment dat je zo'n medaille haalt, is prachtig. Maar een paar dagen na de Spelen houdt het allemaal ook weer op.”

De drie jaar oudere Jeroen (29) heeft voornamelijk het woord, zijn zus luistert. “Hij was mij altijd redelijk de baas. Vroeger hockeyden we altijd één tegen één bij de garage. Dat ging er keihard aan toe. Daar heb ik wel van geleerd”, zegt Willemijn, rechtsachter bij Oranje. Ze komen niet uit een echte sportfamilie. Eén van de oma's hockeyde op goed niveau. “Maar onze moeder is a-sportief. Ze tennist, maar is bang voor de bal. Vader tennist ook en heeft gehockeyd. Tenminste, dat zegt hij”, aldus Willemijn.

Jeroen hockeyde ook in clubverband. Hij was niet bijster goed en hield het na zes jaar voor gezien. Roeien is eigenlijk ook zijn sport niet. “Ik vind het saai.” Dat geldt niet voor het sturen. Hij probeerde het ooit een keer en bleek het aardig te kunnen. Hij vond het nog leuk ook.

Toen in 1992 een stel ambitieuze roeiers de Acht formeerden, werd Jeroen Duyster gevraagd voorin te komen zitten. “Een goede stuurman laat een boot harder varen. Hij is heus niet alleen een passagier. Ik ben diegene die bepaalt wat er gebeurt. Ik zeg: we gaan dit doen. Klaar! Als je vaart, is er geen tijd meer voor discussies.”

Duyster hoeft zelf niet aan de riemen te trekken, maar komt net zo vermoeid uit de boot als zijn teamgenoten. “Ik ben vijfenhalve minuut heel geconcentreerd bezig. Het slijm staat dan op mijn lippen en soms ga ik bijna over mijn nek. Je moet sterk in je schoenen staan. Als je het fout doet, zijn acht mensen de dupe.”

Hij is onvervangbaar. “Als één van de roeiers uitvalt, zetten we er een ander neer. Bij mij ligt dat anders. We hebben nooit met een reserve-stuurman gevaren. Als ik een been zou breken, snijd ik het gips door en ga toch in de boot zitten. En als ik ziek word? Volgens mij kunnen ze dan niet meedoen.”

Verdedigster Willemijn heeft binnen de hockeyploeg een beduidend minder dominante rol dan haar broer bij de Acht. “Dat heeft niet met mijn karakter te maken, maar met mijn techniek. Ik ben niet zo technisch. Ik zou het wel leuk vinden om mensen te 'sturen' op het veld. Ik kan dat ook wel. Misschien word ik nog een keer laatste man.” Ze is wel één van de twee speelsters die binnen de nationale selectie de belangrijke taak hebben om de bal bij de strafcorner te stoppen.

De hockeyster heeft zelf weleens geroeid, met haar voormalige huisgenoten tegen een ander huis. “Ik zou niet echt lang kunnen roeien, denk ik. Het verveelt snel. Net of je de strafcorner steeds opnieuw moet oefenen.” Ze kijkt haar broer aan. “We hebben één keer samen geroeid.” Hij reageert verbaasd: “Dat weet ik niet meer.”

Broer en zus Duyster zien elkaar nog maar weinig. Ze volgen elkaars prestaties door de verhalen van hun ouders en via Teletekst. Dat ze beiden in Amsterdam wonen, maakt weinig uit. Toen ze elkaar vlak voor vertrek naar Amerika voor dit verhaal troffen, had Jeroen een verjaardagscadeau voor Willemijn bij zich. Op 5 april is ze 26 jaar geworden.

Ook in Atlanta zullen ze elkaar voorlopig niet treffen. De wedstrijden van de roeiers zijn op 88 kilometer van de olympische stad. Pas na de finales, op 27 en 28 juli, vestigen ze zich in het atletendorp. Of Jeroen dan naar zijn zus gaat kijken? “Ik vind vrouwenhockey een beetje traag. Maar ach, misschien wel.”

Willemijn neemt na de Spelen waarschijnlijk even afstand van het hockey, haar broer houdt het na Atlanta voor gezien. “Dan stap ik nooit meer in een boot.”

    • Hans Klippus