Als je ouders in de war zijn

Marijn Backer: Ik hou waar ik van hou. Uitg. Piramide, 159 blz. Prijs ƒ 24,90. Dertien jaar en ouder.

De buitenwereld, de kinderen, zelfs de moeder denkt het: dat ze een ideaal gezin zijn. Maar op een dag blijkt dat vader daar anders over denkt. Eigenlijk al lang, maar dat zegt hij pas veel later, misschien altijd al. Misschien had hij nooit met moeder moeten trouwen.

Het is geen erg tactvolle uitspraak van een vader om tegenover zijn kinderen te doen, die er natuurlijk nog geen seconde voor nodig hebben om te concluderen dat zij er dan zeker ook beter maar niet geweest zouden kunnen zijn. Het is het soort uitspraak dat mensen doen die gescheiden zijn en die weer opnieuw verliefd zijn: deze nieuwe liefde is zo'n reusachtige verbetering ten opzichte van de vorige. En het oude leven blijkt met terugwerkende kracht zo verbazend veel mankementen te hebben vertoond. In Ik hou waar ik van hou van Marijn Backer zijn de ouders niets te goed voor de allermenselijkste reacties.

De kinderen, van wie de oudste twee, de vijtienjarige Heleen en de veertienjarige Chris zo'n beetje om de beurt een hoofdstuk lang aan het woord komen, begrijpen die reactie van hun ouders soms wel en soms niet en ze zoeken allebei zelf manieren om niet aldoor te hoeven denken aan wat het vertrek van hun vader voor hen betekent. “In mijn borst schrijnt en zeurt de hele dag een soort schaafwond.”

Heleen wordt verliefd, op de overgegeven, grenzeloze manier van een meisje van vijftien: “Oh ik wou dat ik de hele dag bij hem was. Hij is zo lief!” Dat scheelt. Dan hoeft ze niet zo erg te denken aan de leegte die haar vader heeft achtergelaten en ook niet te veel aandacht te besteden aan de oude kennis van haar moeder die ineens zeer regelmatig over de vloer komt en talloze cadeautjes meebrengt. Ze denkt aan Louis en nog eens aan Louis.

Haar broertje Chris houdt het thuis niet meer uit zonder zijn vader en gaat bij hem wonen in Friesland. Chris is jong voor zijn leeftijd, gevoelig, introvert. Hij wordt door zijn vader eigenlijk nogal aan zijn lot overgelaten, want vader engageert zich helemaal met zijn nieuwe vrouw en met haar problemen. Zozeer dat hij er niet voor terugdeinst om, als hij merkt dat Chris veel van school spijbelt in een tijd dat de (aardige) nieuwe geliefde het moeilijk heeft, tegen zijn zoon te zeggen: “Ik had van je verwacht dat je rekening zou houden met ons.” Beide ouders zijn niet weinig egoïstisch, maar ze worden niet aangeklaagd of veroordeeld, ze zijn ook niet karikaturaal, ze zijn gewoon zoals mensen zijn die verliefd zijn en ongelukkig en in de war - die hebben nu eenmaal vooral heel veel oog voor zichzelf, daar is weinig aan te doen.

Het aardige van het boek van Backer is dat iedereen er nogal erg degene is die hij of zij nu eenmaal is. Met tekortkomingen en met goede kanten, met buien en nukken en charmes. Er wordt veel open gelaten, dat maakt dit een kinderboek dat de lezers serieus neemt. De ouders zeggen dingen waar de kinderen het niet mee eens zijn, en er is niemand, geen vertelstem, geen moralistische draai van de gebeurtenissen, die zegt wie er gelijk heeft. Iedereen praat en reageert vanuit de situatie waarin hij of zij op dat moment nu eenmaal zit. Er is geen hogere waarheid. Er is wel echt gevoel, vooral van broer en zus voor elkaar.

Behalve deze psychologische verfijning wil Backer nog wel wat meer. Mooi schrijven bijvoorbeeld. Dat gaat hem niet aldoor even goed af. Hij heeft een neiging om het iets te mooi te maken, iets te leuk op de volwassenen-over-kinderen manier.

Zo moet dit een bewering zijn van 15-jarige Heleen: “Na het eten zwierven we op blote voeten langs de branding” maar dat is meer de taal van de reisfolder (“'s Avonds zwerft u heerlijk langs de branding”). Of Chris schrijft: “Uit de keuken drijft de geur van gebraden vlees” - zulke werkwoorden zijn te mooi, te poëtisch.

Aan de andere kant kan Backer ook goed wèl de juiste toon treffen, de overdrevene van een pubermeisje, de soms wat houterige van een jonge jongen. De kinderen zelf leggen een grote gevoeligheid voor taalgebruik aan de dag: “Benno rookt. Zijn hoofd leunt tegen de neksteun. Dat hij Henk een kanjer van een vriend vindt, zegt hij zonder dat hij Henk kent. En dat mijn moeder echt uit haar bol is omdat ik haar kom opzoeken. Ik let op hoe laat hij remt, met welke snelheid hij de bocht neemt en ik hoor alleen maar verkeerde woorden. Jakob die echt een wereldgozer is.” Door zo'n paar zinnen weten wij lezers ook meteen dat er aan deze Benno iets minder sympathieks is.

En behalve deze twee dingen wil Backer ook nog een spannend verhaal vertellen. Dat lukt hem ook heel behoorlijk, al is niet alles even aannemelijk. Het is misschien nog de minste kant van een boek dat het ook zonder echte slechtigheid wel gered zou hebben. Ik hou waar ik van hou laat zich graag lezen en er valt ook nog heel wat over te denken als het uit is. Over hoe hoofden werken, over de veelvoudigheid ervan. Dat is niet niks.