Aanslag IRA op nippertje voorkomen

BELFAST, 16 JULI. Met de arrestatie van zeven mensen en het oprollen van een bommenfabriek in Londen heeft de Britse politie gisteren een aanslag van de IRA, het verboden Ierse republikeinse leger, voorkomen. Scotland Yard zegt dat bij een dergelijke aanslag veel doden zouden zijn gevallen.

De politie beschouwt de vangst als de belangrijkste in de historie van de IRA-bestrijding. Volgens de binnenlandse veiligheidsdienst MI5 beschikt de terreurorganisatie maar over zo'n dertig actieve leden in Groot-Brittannië. Van die bezetting zou in één klap bijna een kwart onschadelijk zijn gemaakt. Bij huiszoekingen vond de politie 36 tijd-mechanismen voor bommen plus een groot aantal plattegronden en kaarten die erop wijzen dat de geplande bommencampagne tegen openbare nutsbedrijven was gericht.

Sinds de IRA begin februari een einde maakte aan het staakt-het-vuren, heeft de organisatie in Engeland en Duitsland zeven aanslagen gepleegd. Daarbij vielen drie doden en werd naar schatting voor een half miljard pond schade aangericht.

In Belfast is vanmorgen het plenair overleg hervat tussen Londen, Dublin en de politieke partijen in Noord-Ierland over de bestuurlijke toekomst van de provincie. Die bijeenkomst zal worden gebruikt om te proberen de geschillen te overbruggen die in de laatste week van chaos en geweld zijn ontstaan. Donderdag zal de Britse regering op een speciaal belegde intergouvernementele conferentie het Noordierse veiligheidsbeleid van vorige week verdedigen tegenover het Ierse kabinet.

Volgens de Ierse premier, John Bruton, is de Britse regering mede-verantwoordelijk voor de escalatie van geweld in Noord-Ierland omdat de politie een protestantse mars door een katholieke buurt eerst verbood om die later onder druk toch toe te staan. Zijn voorganger, ex-premier Albert Reynolds, verklaarde gisteren dat de Britse minister voor Noord-Ierland, Patrick Mayhew, moet opstappen of worden verwijderd.

Maar de Britse premier, John Major, verdedigde zijn kabinetslid. De enige die in de fout is gegaan, zei Major, is de Ierse regering met haar ongezouten kritiek. In een interview met het BBC-programma Panorama stelde hij nationalisten en unionisten in Noord-Ierland gelijkelijk verantwoordelijk voor de crisis die in de provincie is ontstaan. Hij verklaarde dat hij “telkens en telkens opnieuw” zou proberen het vredesproces weer vlot te trekken.

In hetzelfde BBC-programma erkende David Trimble, de leider van de grootste protestantse partij in Noord-Ierland, de Ulster Unionist Party, dat hij vorige week met protestantse paramilitairen had onderhandeld over beheersing van het geweld in de provincie. Unionistische partijen hebben contact met terroristen in het verleden steeds geweigerd.