'Wij zijn die dames met de koektrommel'

Ik speel alleen nog dubbel”, zegt Jeanne. “Met m'n zoon en met Els. Het enkelspel is me te intensief, omdat ik last heb van m'n knie. In tegenstelling tot m'n zus ben ik ook nooit een enkelspelspeelster geweest. Als ik nu in m'n eentje de baan op zou moeten, zou ik de bibbers krijgen.

“Met Els dubbel ik al zestig jaar. Eerst in ons geboorteland Indonesië, later hier. Omdat we al zo lang samen spelen, voelen we elkaar goed aan. Maar dat komt uiteraard ook omdat we een eeneiige tweeling zijn. We hebben altijd van alles samen gedaan. Eigenlijk kunnen we niet zonder elkaar.

“Toen we in de jaren vijftig naar Nederland kwamen, wonnen we met badminton bijna alles. De sport was hier nog vrij onbekend. We spelen nog altijd competitie, maar tegenwoordig gaat het vooral om de gezelligheid. We nemen altijd een trommel vol koekjes mee naar de wedstrijden. Of broodpudding met rum. Voor onszelf én voor de tegenstandsters. Iedereen kent ons ook als die dames met de koektrommel.”

Els: “Onze tegenstandsters zijn vooral jonge dames. Soms van 18, 19 jaar. We zouden liever tegen dames van onze eigen leeftijd spelen. Maar die zijn er haast niet. Zitten allemaal te breien voor de kleinkinderen, denk ik. Ik heb ook kleinkinderen, maar ik blijf toch ook badmintonnen. Dames van onze leeftijd zouden we goed laten lopen. Nu laten die jonge meiden ons lopen.

“Het spel is erg veranderd in de loop der jaren. Badminton is bijna een krachtsport geworden, net als tennis. Daar gaat het alleen nog om aces. Ook in badminton zie je steeds meer van die beukers. Wij moeten het van techniek hebben. Van verfijnd spel en mooie dropshots. Maar helaas kun je daar nauwelijks nog een wedstrijd mee winnen.

    • Paul de Lange